Özcan Akyol: „ Ik kan niet hebben dat mensen worden buitengesloten. Ik heb zelf veel te lang ervaren hoe dat is.”

Özcan Akyol: 'Ik ben nog steeds een boze jongen'

Özcan Akyol: „ Ik kan niet hebben dat mensen worden buitengesloten. Ik heb zelf veel te lang ervaren hoe dat is.” Foto: Malou van Breevoort

Özcan Akyol (35) schreef het Boekenweekessay. Daarin trekt de Deventenaar van leer tegen de nieuwe lichting ‘Amsterdamse schrijvertjes’. „Ik zeg niet dat ze slecht schrijven, maar dat ze slechte boeken schrijven.”

H et gebeurt hem geregeld, als hij binnenloopt in een zaal waar driehonderd mensen zitten te wachten. Dat door zijn hoofd schiet: ‘Wat?! Zijn ze allemaal voor míj gekomen?’ Ja dus, ze zijn allemaal voor hem gekomen, voor Özcan Akyol, de schrijver, de columnist, de man van de televisie. „Ik kan nog steeds niet bevatten wat me overkomt. Dat is geen valse bescheidenheid. Ik begrijp oprecht niet dat zo veel mensen de moeite nemen om naar me te kijken of te luisteren.”

Hij zegt het met een schuchter lachje, een gezichtsuitdrukking waar je Akyol niet vaak op zult betrappen. „Het is alsof ik in een fantasiewereld ben terechtgekomen. Ik kan ook slecht omgaan met complimenten. Soms stappen mensen na een lezing op me af met een map met al mijn columns, keurig uit de krant geknipt. Om te signeren. Ik weet me daar bijna geen raad mee.”

Jongen uit een achterstandswijk

Want hij komt van ver. Özcan, Eus, de jongen uit de achterstandswijk in Deventer, de zoon van analfabete ouders uit Turkije, de jongen die door zijn vader werd geslagen en gekleineerd, de leerling die geen steek uitvoerde op de mavo en een paar weken in de cel belandde nadat hij als chauffeur deel uitmaakte van een dievenbende. De gast die ‘zoop en bedroog en erop los naaide’, zoals opgetekend in zijn semiautobiografische debuutroman Eus .

Diezelfde jongen knipt nu op televisie het haar van BN’ers, zit als welbespraakte opiniemaker bij De Wereld Draait Door , scoort hoge kijkcijfers met Sterren op het doek en schrijft een populaire column voor het Algemeen Dagblad . „Als ik zie welke deuren er zijn opengegaan”, peinst hij. „Ik kan er soms niet bij. Het is zo niet-ik. Ik ben niet sociaal, eerder mensenschuw, en nu doe ik dit. Alsof ik in een vreemde droom leef.”

Onlangs las hij zijn in 2012 verschenen debuutroman Eus voor het eerst terug. Rauw en genadeloos schrijft hij daarin over zijn erbarmelijke afkomst. „Die Eus is een heel andere jongen dan ik nu ben. Ik moest lachen om bepaalde passages, maar wel met een zeker ongemak. Ik herken zijn woede over die liefdeloze opvoeding, maar hij heeft nog niet geleerd hoe hij zijn woede moet kanaliseren en sublimeren. Ik ben nog steeds een boze jongen, alleen doe ik dat nu met meer prudentie, ik gebruik nettere woorden. Ik heb er wel bewondering voor dat hij alles zo ongepolijst durft te zeggen.”

Aversie tegen de grachtengordel

Nu ligt er opnieuw een boos boekje – al zou hij het zelf liever polemisch willen noemen – maar dit keer met een heel ander onderwerp. Vanuit Overijssel beschiet Akyol in Generaal zonder leger de literaire ‘kliek’ in de Amsterdamse grachtengordel die elkaar prijzen toeschuift, vernieuwing in het boekenvak tegenhoudt en vooral zichzelf heel interessant vindt. Want o wat haat hij ze, de boekverkopertjes en de pedante critici die neerkijken op mensen die Hendrik Groen, Kluun, Esther Verhoef of Lucinda Riley lezen, die van De zeven zussen . „Mijn grootste bezwaar is dat een grote groep lezers categorisch wordt afgewezen, gekleineerd, beschimpt. Omdat die boeken geen literatuur zouden zijn. Er zijn miljoenen exemplaren van De zeven zussen verkocht, maar de kopers worden door mensen in het boekenvak denigrerend ‘niet-lezers’ genoemd. Daarmee zeg je: jullie zijn idioten dat jullie dat lezen. Wij weten wat echt goede boeken zijn. Zo plaats je jezelf boven die andere mensen en dat is gewoon een vorm van fascisme.”

Paspoort

Naam Özcan Akyol
Geboren 7 april 1984 in Deventer
Opleiding Academie voor Journalistiek; Nederlands, Vrije Universiteit (niet afgemaakt).
Loopbaan debuteerde als schrijver in 2010 met een kort verhaal in Frontaal Naakt. In 2012 debuutroman Eus, gevolgd door het kinderboek Wij vieren geen feest (2014) en Turis (2016), over zijn vader. Verzorgde een bloemlezing met gedichten van Lévi Weemoedt (2019).
TV-werk: maakte in 2017 de documentairereeks De neven van Eus. Deed daarna Eus in Medialand. In 2019 presenteerde hij Sterren op het doek. Interviewt en knipt het haar van BN’ers in De Geknipte Gast, presenteert op Radio 1 het het interviewprogramma Onze man in Deventer.
Privé woont samen met Anna van den Breemer. Ze hebben twee kinderen, Mia (3) en Baran (2).

Waarom wind je je hier zo over op?

„Ik kan er niet tegen dat mensen tegen anderen zeggen dat ze dom zijn, dat ze een onderontwikkelde smaak hebben. Ik kan niet hebben dat mensen worden buitengesloten. Ik heb zelf veel te lang ervaren hoe dat is.”

Je hebt niet alleen een pesthekel aan arrogante boekverkopers, maar ook aan de nieuwe lichting ‘schrijvertjes’. Haat je ze zo omdat ze bevoorrecht zijn?

Nee, ik vind ze vooral hysterisch en pretentieus. Ik vind het zonde van hun talent dat ze niks fatsoenlijks maken. Ik zeg niet dat ze slecht schrijven, maar dat ze slechte boeken schrijven, ze zijn volstrekt inwisselbaar. Zo’n Daan Heerma van Voss.”

Omdat deze schrijvers, anders dan jij, niets hebben meegemaakt.

Tuurlijk. Dat is het hele eieren vreten.”

Ben je altijd zo streng voor mensen?

La chje: „Ja, heel streng. Heel streng voor mezelf, maar ook voor anderen. Ik heb ook geregeld ruzie en ik hou er niet van als mensen de kantjes ervan aflopen. Ik weet precies wat ik van mensen verwacht en als ze leveren dan ben ik de vrolijkste. Als iemand ondermaats werk levert, ben ik gewoon echt een pain in the ass . Ik ben redelijk zwart-wit. En ik kan niet tegen nep. Ik kan niet tegen niet-authentieke mensen.”

Van Eus zijn 55.000 exemplaren verkocht, op tv trek je een miljoen kijkers. Waar haal je meer voldoening uit?

De boeken. Absoluut. Het klinkt misschien gewichtig, maar schrijven is echt mijn raison d’être . Ik sta elke dag om half 5 op om te kunnen schrijven. Het enige wat ik leuk vind aan tv, is dat ik mensen ontmoet met wie ik oprechte gesprekken kan voeren. En de lieve reacties van de mensen op straat. Voor de rest vind ik álles aan tv vreselijk: het perscircus, de kijkcijfermaffia. Maandenlang heb je serieus aan iets gewerkt en dan ben je afhankelijk van zoiets doms. Als de cijfers tegenvallen, hoor je niks. Vorige week stond hier de hele woonkamer vol met bloemen omdat De geknipte gast goed scoorde. Dat opportunisme. Ik zit thuis met buikpijn te wachten op die cijfers. Het is verlammend.”

Hij mag dan de naam hebben een scherpschutter te zijn, sinds kort probeert Akyol constructief te zijn. „Ik heb geleerd, en dat is iets van het afgelopen halfjaar, dat positiviteit meer oplevert dan negativiteit. Als ik tijdens een draaidag mensen om me heen heb die het leuk hebben en mij aardig vinden, dan doen zij beter hun best.”

Je bestudeert vrij klinisch hoe je een goeie sfeer tot stand kunt brengen.

„Ja, klopt. Als je in een nieuwe omgeving binnenkomt, moet je daar gevoel voor krijgen. Wie zijn je lezers, je kijkers? Dat is ook noodzakelijk. Ik kwam als columnist bij de krant en de eerste maand kwamen er brieven binnen met: kan die moslim niet weg? Zo gaat het heel vaak. Overal moet ik opnieuw het vertrouwen winnen. Het begint altijd met een soort achterdocht.”

Je columns, boeken, tv-programma’s: ze zijn allemaal succesvol. Is het niet gewoon kinnesinne?

M et een lachje: „Dat is iets wat ik nooit openlijk zal zeggen, maar dat is het bij uitstek. Ik krijg het verwijt dat ik die dingen alleen mag doen vanwege mijn afkomst. Ook dat zit me dwars. Ik ben hier geboren en getogen. Als je zegt: knuffelprovinciaal of knuffeldeventenaar vind ik het prima. Ik doe op alle fronten mee, heb met mijn Nederlandse vriendin kinderen gemaakt. Ik betaal belasting, maar ik ben altijd weer die Turk. Ik moet altijd weer oprotten naar mijn eigen land als mijn mening iemand niet aanstaat. Dan ben ik toch weer de ander, een voorwaardelijk mensch, B-garnituur. Heel frustrerend.”

Zit je toch weer te mopperen. Met dit soort aantijgingen is het moeilijk positief te blijve n.

Ja, echt. Je moet je inprenten bepaalde stukken niet meer te lezen, al dat tuig op social media. Mijn belangrijkste les is geweest: negativiteit is geen brandstof waarop je kunt lopen. Ik heb vaak aangifte moeten doen van bedreigingen van mensen die mij dood wensen. Die mijn kinderen iets willen aandoen. Ik kan daar heel lang in blijven hangen. Maar je kunt ook zeggen: het is een fact of life . En er zijn wél duizenden mensen die me leuk vinden, die de moeite nemen een boek te kopen of mijn programma’s te bekijken. Uiteindelijk brengt dat me verder.” Zijn dochtertje Mia is klaar met haar middagslaapje en komt de woonkamer binnen. Akyols ogen beginnen te stralen. Dit is niet de balsturige, nukkige Eus, dit is papa Eus. Thuis is hij zo gelukkig dat hij er weleens bang van wordt, zegt hij, met zijn gezin, met zijn vriendin Anna, journalist en schrijver. Vriendinnen gaven haar het advies haar tas te verstoppen als ze gingen daten, want hij was bad news . Hij bewonderde haar stoïcijnsheid, haar controle. Haar uitstraling.

Hij denkt vaker na over zijn eigen jeugd nu hij zelf kinderen heeft. „God, hoe konden twee ouders hun kinderen zo liefdeloos opvoeden. Wij waren vroeger niks, we deden nergens aan mee, mijn vader was een nihilist, mijn moeder was cultuurarm en taalarm. We waren geen lid van een omroep of politieke partij. Ik heb die enorme achterstand ingehaald dankzij tv-kijken, en veel boeken lezen. Op die manier heb ik mijn eigen morele kompas gecreëerd. Ik denk dat ik daardoor misschien ongrijpbaar ben voor sommige mensen.”

Het besef dringt ook door dat opgroeien in een achterstandswijk niet alleen maar ballast is. „Ik ben de puurheid van de straat meer gaan waarderen. What you see is what you get , dat waren wij. De mensen zijn er misschien niet helemaal sociaal aangepast en ze gedragen zich misschien niet helemaal zoals het moet, maar ze zijn wel eerlijk. Anders dan die lui uit de boeken- en televisiewereld.”

Minder achterbaks.

„Dat is het helemaal. Minder achterbaks en min der opportunistisch. Nu moet ik steeds laveren en opletten, wie is hier degene die ergens een slaatje uit probeert te slaan? Zulke dingen hebben me cynisch gemaakt over de mediawereld en veel positiever over de wereld die beschreven staat in Eus .”

J ouw hart ligt bij de underdog. Begrijp je waarom sommige mensen op het slechte pad raken?

„Ik denk wel dat ik meer in touch ben met de echte wereld dan veel andere mensen die ook een mening formuleren. Met jongens en meisjes die, weet ik veel, zwarte piet verdedigen of PVV stemmen. Met boeren die van de ene op de andere dag te horen krijgen dat hun veestapel gehalveerd moet worden. Als je losgezongen bent van deze mensen, dan is het makkelijk om te roepen dat boeren moeten inpakken en dan krijg je applaus van je soortgenoten in de millenniumbubbel. Maar als je werkelijk kijkt naar een situatie, moet je realistisch zijn. Hoe krijg je iedereen mee. Dat is ook de reden om niet uit Deventer weg te gaan, ik wil niet worden verpest door een schijnwerkelijkheid. In millennial-media-kringen wordt een beeld gecultiveerd dat totaal niet strookt met het land buiten de Randstad. En veel lezers herkennen mijn beeld van de werkelijkheid.”

Hoe is het met de mensen in je boek afgelopen, je vrienden van vroeger?

Lacht. „Ik voetbal met een aantal van hen. Ze d oen nog hetzelfde als vroeger, dingen die niet helemaal maatschappelijk geaccepteerd zijn, om het zo te zeggen. Soms denk ik: jongens, het is beter voor mij dat ik er niet bij ben als jullie bepaalde dingen bespreken. Criminele zaken, ja. Dan loop ik even de kleedkamer uit.”

Zeg je daar dan wat van?

Nee! Dat zou hypocriet zijn, want ik weet waar zij vandaan komen en hoe zij gevormd zijn. Zij hadden diezelfde zwakkere positie. De helft van mijn team stemt PVV. Moet ik daar ook over oordelen? Hier begon dit gesprek over: als ik aan één ding een hekel heb, dan is het conformisme. Ben ik beter geworden dan zij? Moet ik me moreel superieur voelen? Als ik dat zou doen, zou ik precies zo zijn geworden als de mensen die ik verafschuw.”

Het Boekenweekessay Generaal zonder leger van Özcan Akyol is tijdens de Boekenweek (7 t/m 15 maart, thema: Rebellen & Dwarsliggers) voor 3,75 euro verkrijgbaar in de boekwinkel.

loading  

home
net-binnen
menu