Mister FrieslandCampina Frans Keurentjes neemt woensdag afscheid als voorzitter van de zuivelcoöperatie. ,,Ik ben er trots op wat we als boeren met elkaar hebben gepresteerd, maar het spijt me dat het gemor is gebleven.”

Wat hebben Hylke Speerstra, Darwin en de boeren in de Noordoostpolder met elkaar gemeen? Frans Keurentjes, voorzitter van FrieslandCampina, gebruikt ze alle drie om zijn betoog te onderbouwen hoe hij aankijkt tegen het debat over een beter verdienmodel voor boeren en tuinders. Een actuele discussie. Meerdere organisatie hebben plannen gelanceerd om te bereiken dat er hogere prijzen komen voor melk, vlees en graan zodat boeren en tuinders een hoger inkomen krijgen, ze beter in staat zijn om te investeren in duurzaamheid en het proces van schaalvergroting een halt toegeroepen kan worden. Zo wil Farmers Defence Force dat de supermarkten een deel van de omzet overdragen aan boeren en tuinders en wil LTO ketenafspraken maken met supermarkten.

Canada

Keurentjes (63) gelooft niet zo in de opgelegde oplossingen. ,,Ik kom af en toe wel eens in Canada met zijn marktbescherming en melkquotering. Ook daar kom ik die discussie tegen, ook daar zijn boeren die het niet rond kunnen zetten. Ondanks dat ze er toch een melkprijs hebben waar wij hier van zouden smullen. Dat komt doordat een hoge melkprijs vaak tot hogere kosten elders leidt. Land, arbeid en productiemiddelen worden weer duurder. Zo gaat dat in een vrije markt.”

Volgens Keurentjes is de factor boerenvakmanschap en aanpassingsvermogen veel belangrijker om te komen tot een goed inkomen. ,,Wat is de rode draad in dat fantastisch mooie boek van Hylke Speerstra, het Wrede Paradijs. Inderdaad, dat de ene boer beter in het nieuwe land beter gedijt dan de ander. Maar hoe komt dat? Wel, doordat de ene zich beter wist aan te passen dan de ander. Slimmer was, kansen pakte. Darwin zei het al. Niet de sterkste overleeft, maar de slimste.”

Aanpassingsvermogen

Illustratief vindt hij ook het onderzoek van het toenmalige Landbouw Economisch Instituut (LEI) naar de inkomens van drie boeren met identieke boerderijen (omvang, grondsoort, klimaat) in de Noordoostpolder. ,,De inkomensverschillen waren groot terwijl de omstandigheden hetzelfde waren. Aanpassingsvermogen daar gaat het om.”

Over aanpassingsvermogen gesproken. FrieslandCampina had daar de afgelopen jaren zelf ook moeite mee. Keurentjes erkent dat ruiterlijk. ,,Na een goede reeks van jaren (FrieslandCampina betaalde zijn boeren een beduidend hogere melkprijs dan de concurrentie) is de zelfgenoegzaamheid in de organisatie geslopen. En dat kun je het uittekenen: dan komt de concurrentie dichterbij en word je hier en daar ingehaald. We hebben in het bestuur in 2016 al gezegd: laten we dak repareren nu de zon schijnt. Maar zo’n boodschap dringt amper door. Toen Louis van Gaal met Ajax de wereldbeker won, wilde men ook niet horen dat er verjongd moest worden of dat er nieuwe aankopen nodig waren.”

Hectische jaren

De afgelopen jaren waren ronduit hectisch. Melkveehouders klaagden over de afname van de nabetaling over de melkprijs, een belangrijke indicator voor de prestatie van FrieslandCampina, en over de vele aanpassingen en beperkingen die ze opgelegd kregen zoals de aanpassing van het melkgeldregelement, de gebalanceerde groei en de aanpassing van de ledenfinanciering waar woensdag een besluit over volgt. Vorig jaar kon er zelfs helemaal geen nabetaling uitgekeerd worden. Dat laatste kan FrieslandCampina niet euvel geduid worden, vindt Keurentjes. ,,Werkelijk alles zat immers tegen door corona, de crisis in Hongkong en de malaise in Nigeria.”

De afgelopen jaren is wel de basis gelegd voor herstel, benadrukt Keurentjes. ,,De organisatie is zodanig ingericht dat we beter kunnen inspelen op de wens van klanten. Door de huidige reorganisatie (er verdwijnen tot eind dit jaar circa duizend banen) kunnen we dat bovendien sneller en goedkoper doen. Dat maakt dat ik optimistisch ben over FrieslandCampina. Waar we vooral naar kijken zijn drie zaken: marktaandelen, innovaties en productiekosten. Bij alle drie zie je tak, tak, tak, vele verbeteringen”, zegt Keurentjes terwijl hij met zijn hand een denkbeeldige trap uittekent.

Pijnlijke besluiten

De aanpassingen vergden soms pijnlijke besluiten. Zo is van meerdere directieleden afscheid genomen. Zo ook in 2018 van de inmiddels overleden topman Roelof Joosten. Keurentjes: ,,Als bestuur let je op vier zaken: visie, strategie, organisatie en mensen. Die loop je continue langs. Veranderingen hebben dan soms gevolgen voor mensen. Let wel, het is dus niet een kwestie van goed of fout, maar soms is het beter om een stap opzij te zetten. Als persoon en ondernemer hadden we Joosten juist erg hoog zitten. Hij was oprecht, energiek, een ruwe bolster met een blanke pit. Ik hou daar wel van. Maar in goed overleg besluit je dan: het is beter dat iemand anders het stokje overneemt.”

Die werkwijze heeft er ook toe geleid dat Keurentjes eerder opstapt dan gepland. Zijn termijn liep nog een jaar. ,,Ik ben er trots op dat in mijn ogen essentiële zaken zoals leidend willen zijn met duurzaamheid en maatschappelijke betrokkenheid nu goed geregeld zijn. En ik hoop dat daar woensdag tijdens de ledenraad die nieuwe financieringsregels voor de leden-melkveehouders van FrieslandCampina nog bij komen. Ik ben er trots dat we dat als boeren met elkaar geregeld hebben. Maar ik moet ook constateren, en dat spijt me, dat het gemor deels is gebleven. Anderen zijn beter in staat om dat te herstellen. Je moet dan niet op het pluche willen blijven zitten. Niemand is groter dan FrieslandCampina.”

Plantaardige zuivel

Over duurzaamheid gesproken. Zal zuivel het niet steeds lastiger krijgen in de concurrentieslag met het plantaardige assortiment? Keurentje denkt dat het wel meevalt. ,,Met melk hebben we een ijzersterk verhaal. Een glas koemelk bevat bijna twee keer meer voedingsstoffen dan een glas soja-dranks en vier keer meer dan haver. Als je kijkt naar kokos- en amandelmelk zijn de verschillen nog veel groter. Wat betreft ecologisch voetafdruk doet alleen soja het beter. Dan hebben we nog niets over het kwaliteit van het melkeiwit. Dat is ongeëvenaard, zegt Margrethe Jonkman, onze directeur r&d. En ik geloof haar. Want laten we wel wezen, als een kind opgroeit of na een zware fysieke prestatie, dus als het er echt op aan komt, dan wordt er toch vooral gebruikt gemaakt van dat melkeiwit.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct