Schade door ganzenvraat stijgt na jaren van daling

FOTO ANP

De schade aan grasland in Friesland door ganzen is de afgelopen winter met 10 procent gestegen tot 10 miljoen euro.

Het is voor het eerst sinds de invoering van de nieuwe ganzenaanpak in 2017 dat sprake is van een toename. In voorgaande jaren wisten boeren wel te voldoen aan de provinciale doelstelling om het schadebedrag met jaarlijks minimaal 5 procent te verminderen.

Onderdeel van het beleid is om bij het niet halen van die vermindering, het eigen risico van boeren het jaar daarop te verhogen van 20 procent naar 50 procent. Landbouwgedeputeerde Klaas Fokkinga (FNP) ziet daar echter van af. Volgens hem treft de boeren geen blaam. Vanwege het droge voorjaar was sprake van overmacht. Bovendien hebben ze iets meer verjaagacties gedaan dan in de winter van 2018/19 om de ganzen te verdrijven naar de foerageergebieden.

Door de droogte kwam de grasgroei aan het einde van de winter en in het vroege voorjaar traag op gang. Het gras bleef kort waardoor de ganzen de grasgroei konden bijbenen. Daarnaast is door de droogte het vermogen van het gras om de schade weer in te halen veel minder.

De schadevergoeding geldt voor boeren buiten de zogenaamde foerageergebieden. Ze krijgen deze vergoeding als ze kunnen aantonen dat ze schade aan het grasland zoveel mogelijk hebben proberen te voorkomen. Als de grasschade daalt met minimaal 5 procent, krijgen boeren 80 procent van de schade vergoed. Boeren in de foerageergebieden krijgen een vaste vergoeding.