Rechtbank ziet geen bewijs voor miljoenenclaim om kalvermesterij bij Ureterp

De rechtbank in Leeuwarden. FOTO LC MARIJE GEERTSMA

De rechtbank in Leeuwarden heeft vastgesteld dat Akkelien Aukema voor haar kalvermesterij in Ureterp geen 2,3 miljoen euro is verschuldigd aan Jan Douwe de Vries.

De bejaarde zakenman uit Beetsterzwaag spande in 2019 een kort geding aan tegen Aukema. Hij had deze boerenweduwe uit Hidaard twee jaar eerder geholpen met het opzetten van een opfokbedrijf aan de Lipomwijk in Ureterp en nu weigerde ze te betalen. De Vries, een voormalig makelaar, liet beslag leggen op haar bezittingen.

Op de zitting voerde Aukema’s toenmalige advocaat Koos Veldman aan dat er een ,,volstrekte afhankelijkheidsrelatie’’ was ontstaan tussen zijn cliënt en De Vries. Ze kenden elkaar uit Aukema’s massagepraktijk. De vastgoedman uit Beetsterzwaag zou misbruik hebben gemaakt van haar vertrouwen en haar ongezien contracten hebben laten ondertekenen.

Er moest een bodemprocedure aan te pas komen, om uit te zoeken hoe de eigendomsverhoudingen rondom de kalvermesterij precies liggen. De rechtbank oordeelt dat de betalingen die De Vries heeft gedaan voor de exploitatie van de kalvermesterij niet ,,hun grondslag kunnen vinden in de leenovereenkomst zoals vastgelegd in de notariële akte’’.

Kredietfaciliteit

Rechter Merel Joha heeft namelijk op basis van die akte vastgesteld dat beide partijen een kredietfaciliteit tot maximaal 1 miljoen euro hebben afgesloten. De Vries’ raadsman Niclas Koelemaij voerde nog aan dat er ook een mondelinge overeenkomst was. Omdat Aukema dit ontkent, acht de rechter dit onbewezen.

Dat de zakenman misbruik zou hebben gemaakt van Aukema’s afhankelijkheid, haar geestestoestand en onervarenheid, wijst de rechtbank eveneens af. Ook hiervoor ontbreekt het bewijs.

Rechter Joha concludeert dat Aukema niet de geëiste 2,3 miljoen aan haar geldschieter moet betalen, maar een aanzienlijk lager bedrag. Namelijk ruim 107.900 euro. Daar komt nog wel de bijbehorende rente van minimaal 3 procent bovenop, gerekend van 6 juli 2019. Aukema’s proceskosten van dik 9500 euro zijn dan weer voor rekening van De Vries.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Rechtbank