Boef en Ali B traden vorig jaar op bij Dutch Valley in Velsen, dinsdag lieten ze hun advocaten het woord doen in Leeuwarden.

Mag de Stichting Music#Metoo rappers Boef en Ali B aan de tand voelen over hun teksten?

Boef en Ali B traden vorig jaar op bij Dutch Valley in Velsen, dinsdag lieten ze hun advocaten het woord doen in Leeuwarden.

Mag de Stichting Music#Metoo rappers Boef en Ali B aan de tand voelen over hun teksten? Het gerechtshof in Leeuwarden boog zich dinsdag over die vraag.

Ali Bouali en zijn vrouw en impresario Breghje Kommers zijn gedagvaard, evenals Safiane Boussaadia, beter bekend als rapper Boef. Ze komen zelf niet opdagen in de Friese hoofdstad. De beroemdheden laten zich deze dinsdag voor het gerechtshof vertegenwoordigen door een bescheiden smaldeel aan advocaten.

Hun inzet? Ze bedanken ervoor om voor een openbaar getuigenverhoor te worden opgeroepen door de Stichting Music#Metoo. Deze stichting, vorig jaar opgericht door Valerie Hammen, heeft zich ten doel gesteld ongewenst gedrag in de muziekindustrie tegen te gaan. Tenminste, dat is de officiële lezing.

'Een hetze tegen een aantal rappers'

De raadsvrouw van Kommers en Ali B, Lorraine Bianchi-Duterloo, sluit niet uit dat het om een ordinaire claimstichting gaat, slechts opgericht om een schadevergoeding te kunnen opstrijken. Ook advocaat Michiel Odink van platenlabel Warner Music twijfelt aan de goede bedoelingen. ,,De oorzaak dat wij hier zitten, is een hetze tegen een aantal rappers’’, zo spreekt hij tot het hof.

In 2016 rapte Ali B in het nummer  Dat is Money : ,,Domme bitches willen ballen in de hoek, want ze vallen voor m’n loot. Maar ik ben op m’n money als een Jew. Dus ik deporteer ze even naar wat ballers uit de hood.’’ En twee jaar later maakte rapper Boef (Safian Boussaadia) op een Snapchatfilmpje drie vrouwen uit voor ‘kechs’, wat straattaal is voor hoeren.

Toen Joods.nl zijn gal spuwde over het lied van Ali B, liet deze weten dat zijn woorden niet antisemitisch bedoeld waren. Ook Boef verontschuldigde zich uitvoerig voor zijn taal, maar Stichting Music#Metoo neemt daar geen genoegen mee. Een verzoek om artiesten van de labels Universal en Top Notch te laten verhoren, werd door de rechtbank van Amsterdam afgedaan als een onrechtmatige poging tot het binnenhengelen van bewijsstukken. 

Toen de stichting vervolgens zijn pijlen richtte op Warner Music en het managementbureau SPEC van Ali B, oordeelde de rechtbank van Lelystad anders. Deze rechters gaven wel toestemming. Volgens de advocaat van Warner ontbreekt echter het juridisch belang en misbruikt de stichting het middel van een openbare hoorzitting om media-aandacht te generen.

Weinig informatie

,,Daar is het getuigenverhoor niet voor bedoeld’’, zo betoogt ook de raadsman van Boef, Tuncay Albayrak. De juristen vragen zich bovendien af wie er nu eigenlijk achter die stichting schuil gaat. Oprichter Hammen heeft nooit zelf het woord gevoerd, dat liet ze over aan juristen. De website van Stichting Music#Metoo toont weinig meer informatie dan de bankrekening waarop sympathisanten hun financiële steun kunnen storten. 

,,Er blijkt nergens wie er achter de stichting zit en welke belangen die behartigt’’, zegt de advocaat van Boef. ,,Er is wel degelijk sprake van een achterban’’, antwoordt advocaat Herman Loonstein van Music#Metoo. ,,Als er geen coronamaatregelen waren geweest, dan was een groot deel daarvan hier op de zitting geweest.’’

Hij bezweert dat het de stichting niet om de rappers in persoon gaat. Die zijn in zijn visie dan ook geen belanghebbenden maar slechts getuigen. Albayrak weerspreekt dat. ,,Het gaat om gedragingen van rappers die aangeduid zouden kunnen worden als onrechtmatige daad.’’ Dat zou hen geld kunnen gaan kosten.

Kernvraag

Loonstein vindt dat managers en platenlabels hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor bepaalde uitlatingen. ,,Als je als rapper de vrijheid hebt om een opmerking te maken over het deporteren van Joden, en die heb je, kan je dan nog aankloppen bij Warner Music? Dat is de kernvraag.’’

Advocate Bianchi-Duterloo merkt op dat Loonstein die vraag ook gewoon aan het platenlabel zelf kan stellen, zonder dat Boef en Ali B daarvoor naar een rechtbank moeten. De twee staan overigens al niet meer onder contract bij Warner Music. Daar komt bij dat het om feiten van jaren terug gaat, concludeert Odink. ,,Ik vraag u om een einde te maken aan deze poppenkast.’’ Het hof doet binnen zes weken uitspraak.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct