'Kwestie met woekerrente kan banken veel geld kosten'

'Kwestie met woekerrente kan banken veel geld kosten' ANP

ABN AMRO, Santander, Vesting Finance en Crédit Agricole kunnen samen zomaar 500 miljoen tot een miljard euro kwijt zijn om klanten die te veel rente hebben betaald over hun doorlopende krediet te compenseren. Die inschatting maakt voorzitter Rob Goedhart van de stichting Geldbelangen. Hij komt zaterdag ook in televisieprogramma Kassa om de kwestie toe te lichten.

De zaak over de hoge rente die banken soms hanteren bij doorlopende kredieten, speelt al langer. Eerder dit jaar was er een doorbraak, toen de Commissie van Beroep van het financiële klachteninstituut Kifid met een eindoordeel kwam voor een klant van Crédit Agricole-dochter Interbank.

Wie een doorlopend krediet afsluit mocht volgens het vonnis verwachten dat de rente op die lening in de pas blijft met de marktrente. Dat was bij Interbank evenwel niet het geval geweest. Volgens Kifid moest de bank daarom de verschuldigde rente opnieuw berekenen en te veel betaalde rente terugbetalen.

Crédit Agricole heeft na de verloren zaak een compensatieregeling opgezet waarvan tienduizenden klanten gebruik kunnen maken. Per persoon kan het gaan om vele duizenden euro's schade. De bank heeft voor de regeling naar verluidt meer dan 120 miljoen euro opzij gezet, maar Goedhart weet nog niet of dit genoeg zal zijn. Er waren volgens hem erg veel klanten met zo'n doorlopend krediet met een variabele rente. Als die allemaal hun geld terugvragen, zou het bedrag flink op kunnen lopen.

Kifid heeft voor klanten van de andere banken ook al uitspraken gedaan, maar die banken gingen volgens Goedhart recent in beroep. De belangenbehartiger denkt evenwel dat deze banken er ook niet aan ontkomen om met vergoedingen over de brug te komen. "ABN AMRO, Santander en Vesting Finance hebben precies dezelfde producten in de markt gezet. Het zou dus raar zijn als Kifid daar tot een andere conclusie komt."

Dat laatste ziet ABN AMRO anders, laat een woordvoerder van de bank in een reactie weten. Maar de zegsman kan in afwachting van de beroepszaak in december niet inhoudelijk op de kwestie in gaan.