Melkveehouders en akkerbouwers werken volop samen, maar natuurinclusief is dat vaak niet. Kan het ook anders?

Als melkveehouders en akkerbouwers een samenwerking aangaan is dat lucratief. De constructie is vaak zo dat een akkerbouwer grasland van een melkveehouder omploegt voor de teelt van hoogrenderende gewassen zoals aardappelen. Op zijn beurt benut de melkveehouder het land van de akkerbouwer als grasland. Veelal is dit areaal ook groter doordat aardappelland lucratiever is dan grasland. Beide partijen blij. De akkerbouwer kan meer aardappelen telen en de melkveehouder beschikt over meer gras voor zijn koeien.

Intensief landbouwgebruik

Maar duurzaam is dit intensieve landbouwgebruik niet, betoogt Theun Vellinga, wetenschapper bij Wageningen University en programmaleider van Living Lab Natuurinclusieve Landbouw Fryslân. Volgens hem kleven er twee nadelen aan. ,,Bij de uitruil is vaak oud grasland betrokken, omdat de melkveehouder eigenlijk toch al wil overgaan tot graslandvernieuwing. Die oude weilanden zijn echter geliefd bij weidevogels en rijk aan bodemleven en organische stof. Die rijkdom krijgt een flinke knauw als het wordt omgeploegd en er aardappelen en bollen op geteeld worden. Weliswaar neemt de organische stof bij de nieuwe graslanden van de akkerbouwer toe, maar per saldo is sprake van een verlies.”

Plus op inkomen

Dat is op termijn niet meer houdbaar, stelt Vellinga. Living Lab Natuurinclusieve landbouw Fryslân is in het leven geroepen om constructies te bedenken die de bedrijfsvoering duurzamer maken, zonder dat dit ten koste gaat van het inkomen of juist zorgt voor een plus op het inkomen. Is dat ook mogelijk bij de samenwerking tussen akkerbouwer en melkveehouder? Living Lab hield samen met SPNA Agroresearch in Munnekezijl vijf bijeenkomsten over dit vraagstuk. Deze werden bijgewoond door het maximale aantal van 35 boeren uit Friesland en Groningen. De slotbijeenkomst was vrij toegankelijk en trok zeventig belangstellenden. ,,Dat geeft aan dat men wel open staat voor een andere invulling van de samenwerking”, verklaren Gerrie Visser en Carla Boonstra, eveneens van Living Lab.

Strokenteelt

Die andere aanpak kent meerdere opties, verklaart Vellinga. ,,Het is al winst zijn als een melkveehouder de meest weidevogel vriendelijke percelen buiten de samenwerking houdt met de akkerbouwer. Daarnaast zou een akkerbouwer het ruilland van de melkveehouder kunnen benutten voor strokenteelt, oftewel meerdere gewassen telen op een perceel. Dat is positief voor de insectenpopulatie en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen valt lager uit.”

Tijdens de cursusavond klonk verder de optie om de samenwerking te verbreden naar meerdere boeren of zelfs naar een gebied. Op deze manier zijn nog betere afspraken te maken over weidevogels, het ruilen van gronden en de teelt van veevoergewassen. Wellicht ligt daar een nieuwe taak voor de Agrarische Collectieven, zo werd gesteld.

Mooi bouwwerk

Het winnende natuurinclusieve samenwerkingsmodel is er echter nog niet. ,,Dat is de volgende stap”, verklaart Vellinga. ,,Er zijn volop bouwstenen aangedragen. Nu is zaak om te kijken met welke stenen je een mooi bouwwerk kunt creëren.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct