Horeca in Leeuwarden is gesloten vanwege de maatregelen tegen het coronavirus.

Komt je bedrijf in financieel zwaar weer door de coronacrisis? Hier heb je recht op

Horeca in Leeuwarden is gesloten vanwege de maatregelen tegen het coronavirus. FOTO ANTON KAPPERS

De coronauitbraak richt flinke financiële schade aan. Bedrijven liggen stil, werknemers worden naar huis gestuurd en zelfstandigen zitten zonder opdrachten. Toch springt de overheid soms bij. Dit zijn de mogelijkheden.

Wat betekent het voor bedrijven?

Al meer dan 20.000 bedrijven hebben bij het ministerie van Sociale Zaken een vergunning aangevraagd om voor in totaal circa 300.000 werknemers werktijdverkorting door te kunnen voeren. De vergunning wordt verstrekt als een bedrijf kan aantonen dat door de uitbraak van het coronavirus er minimaal 20 procent minder werk is dan normaal, gedurende 2 tot maximaal 24 weken. Denk bijvoorbeeld aan restaurants die noodgedwongen moeten sluiten of bedrijven die veel minder productie kunnen draaien doordat aanvoerlijnen opdrogen.

Als de vergunning binnen is, moeten bedrijven zich melden bij het UWV . Hier kan een tijdelijke WW-uitkering voor het personeel worden aangevraagd. Het UWV vergoedt alleen – achteraf – de uren die niet zijn gewerkt én waarvoor het ministerie een vergunning heeft afgegeven. Deze uitkering wordt deeltijd-WW genoemd en wordt maximaal voor zes weken verstrekt. Duurt de periode met minder werk langer, dan moet eerst verlenging van de vergunning worden aangevraagd bij het ministerie. De werktijdverkorting mag maximaal 24 weken duren.

In de praktijk krijgt het personeel doorgaans het volledige loon doorbetaald en ontvangt de werkgever van het UWV een tegemoetkoming in de loonkosten. Werknemers blijven dus volledig in dienst en krijgen geen deeltijdontslag.

Wat betekent het voor werknemers?

Wie een vast of tijdelijk contract heeft, merkt financieel niet of nauwelijks iets van werktijdverkorting. Deze werknemers krijgen hun salaris immers gewoon doorbetaald. Zij hebben – anders dan andere WW’ers – geen sollicitatieplicht . Gaat de onderneming later alsnog failliet of vallen er gedwongen ontslagen, dan gaat de periode waarin deeltijd-WW is verstrekt af van het aantal maanden dat aan ‘gewone’ WW-rechten is opgebouwd.

Voor oproepkrachten met een nulurencontract en uitzendkrachten is het een ander verhaal. Voor deze medewerkers geldt, afhankelijk van de cao, niet altijd een loondoorbetalingsplicht. Zonder loondoorbetaling kan er geen deeltijd-WW worden aangevraagd. Wel kunnen uitzendkrachten voor wie het werk (tijdelijk) stopt en die daardoor geen salaris meer krijgen zelf een WW-uitkering aanvragen.

Wat betekent dit voor zelfstandigen?

Zzp’ers kunnen geen beroep doen op werktijdverkorting, ook niet als zij zelf veel minder uren maken. Een terugval in opdrachten als gevolg van de corona-uitbraak wordt tot het ondernemersrisico gerekend. Of in de woorden van minister Eric Wiebes (EZK) bij WNL op zondag : ,,Dit zijn mensen, die hebben zelf bewust dat risico genomen.”

De VVD-bewindsman ontlokte met zijn uitspraken een golf van verontwaardiging. In al het geweld sneeuwde onder dat zzp’ers wél een beroep op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) kunnen doen. Dit is een vorm van bijzondere bijstand die door gemeenten wordt verstrekt.

Ondersteuning aanvragen op grond van Bbz heeft echter wel de nodige voeten in de aarde. De voorwaarden zijn streng. Zo moeten zzp’ers kunnen aantonen dat hun bedrijf ‘levensvatbaar’ is, ofwel voldoende inkomsten heeft om te kunnen voortbestaan. Daarnaast moet de aanvrager minimaal 1255 uur per jaar werkzaam zijn in het bedrijf, wat neerkomt op gemiddeld 23,5 uur per week. Bovendien moet de zelfstandige aantonen dat er geen bank meer is die nog met een lening wil bijspringen. En als de gemeente al over de brug komt met een uitkering, dan moet die vaak als renteloze lening terugbetaald worden (wat niet geldt voor deeltijd-WW).

Wiebes heeft gezegd dat het kabinet kijkt of de regeling kan worden aangepast en uitgebreid, zodat meer zzp’ers hier gebruik van kunnen maken. In de loop van deze week moet duidelijk worden of de voorwaarden worden versoepeld en of het Rijk zelf geld bijpast om zzp’ers via de nu nog gemeentelijke regelingen te steunen.

home
net-binnen
menu