Hoe twee Friezinnen een eigen kledinglijn opstartten terwijl de wereld op zijn gat ligt

Martha Dijkstra (links) en Wendy ten Cate: ,,We doen dit niet alleen om geld te verdienen.’’ FOTO NIELS DE VRIES

Hoe bouw je je eigen merk op, als de rest van de wereld op zijn gat ligt? Martha Dijkstra en Wendy ten Cate reisden naar China en proberen hun nieuwe kledinglijn Thursdays tot bloei te brengen.

Voor het najagen van hun droom stapten Martha Dijkstra uit Grou en Wendy ten Cate uit Sneek vorig jaar eind oktober op het vliegtuig naar Hongkong. Covid-19 was nog een onbekend fenomeen, maar de Chinese miljoenenstad werd maandenlang lamgelegd door soms zeer gewelddadige rellen. ,,Vooral ’s avonds bleven we veel in ons hotel’’, bekent Martha.

Overdag moest er gewerkt worden. De beide twintigers zochten voor hun jonge modemerk Thursdays een fabriek, die moest voldoen aan hun eisen. Wendy en Martha willen namelijk dat hun jurken, T-shirts, colberts en shorts onder menswaardige omstandigheden worden gemaakt. Iedereen kent de verhalen van brandgevaarlijke naaiateliers, hongerlonen en productiemedewerkers die onder hun naaimachine moeten slapen.

Eerlijke duurzame kledingfabriek

Het duo zocht een eerlijke duurzame kledingfabriek. Hoe doe je dat? De zakenpartners kennen elkaar van de TMO Fashion Business School, een particuliere HBO-opleiding onder de rook van Utrecht. De twee liepen stage bij modebedrijven in Amsterdam en Martha werkt tegenwoordig als inkoper bij Tailor & Stitch in Sneek, fabrikant van bedrijfskleding.

Er was dus al wel zoiets als een netwerk. ,,Die wereld is eigenlijk ook best wel klein’’, weet Martha. ,,Je kunt naar Portugal, Turkije, India... wij kozen voor China.’’ Zo dwaalden ze door het hart van de Hongkongse textielindustrie. Toeristen kwamen ze daar nauwelijks tegen, maar de protesten bleken moeilijker te ontlopen. ,,Duizenden mensen op straat, allemaal mondkapjes op. We hebben zelfs nog even vastgezeten in een winkelcentrum.’’

Grof geweld bleef hen gelukkig bespaard. Wendy: ,,Ik heb me nooit onveilig gevoeld.’’ Martha: ,,De mensen op straat vertelden ook allemaal heel open wat er in Hongkong speelde. Dat had ik eigenlijk niet verwacht.’’ Voor het slagen van hun missie moesten de twee uiteindelijk naar Shenzen, met 11,4 miljoen inwoners een van de snelst groeiende steden ter wereld.

,,Daar hebben we verschillende fabrieken bekeken’’, vertelt Wendy. ,,En er was er één waar we allebei een goed gevoel bij hadden.’’ Martha: ,,Het is een kleinschalige fabriek, met drie, vier mensen op kantoor en zo’n vijftien mensen in de productie.’’ Wendy: ,,Het pand ziet er superstrak uit, heel licht.’’ Martha: ,,En ze zitten daar lekker te werken, hun telefoontje naast de naaimachine, muziek op de oortjes. We hebben met iedereen gepraat, alle medewerkers een hand gegeven.’’

De klik was er, dus er konden contracten worden getekend. Eenmaal weer thuis volgden Wendy en Martha nauwgezet het productieproces. ,,We skypten dagelijks’’, vertelt Wendy. ,,Dat is handig, want je kunt goed zien wat ze bedoelen. Hoe wil je dat we die knoop aanbrengen? Dat soort vragen stelden ze dan.’’

Met volle koffers naar Marrakesh

Toen de collectie in Sneek arriveerde, brak de volgende fase aan. In de eerste week van februari reisden de twee met volle koffers naar Marrakesh. Daar schoten ze in nog geen twee dagen zo’n tweeduizend foto’s, poserend in de Marokkaanse decors. ,,We doen alles zelf’’, legt Martha uit. ,,We zijn fotograaf en fotomodel tegelijk.’’ De modereportage van Thursdays verscheen op Facebook, Instagram en in zelfgeschreven en vormgegeven brochures.

,,Dit is wat we willen’’, zegt Martha. ,,Toen we beide nog in Amsterdam woonden, aten we iedere donderdag samen. Dan zaten we te brainstormen over ons eigen label. Daarom heet het ook Thursdays.’’ Wendy: ,,We hebben gewerkt vanuit onze droom. We doen dit niet alleen om geld te verdienen.’’

Dat geld verdienen is nu natuurlijk wel een dingetje geworden. Martha reageert daar vrij luchtig op. ,,We doen dit zonder leningen. We hebben een paar jaar gewerkt en gespaard om onze droom waar te maken. Het moet leuk zijn en leuk blijven.’’ Veel van hun klanten bestellen online. ,,En dat gaat heel goed’’, merkt Wendy. ,,Op ons Instagram-account kunnen we zien welke delen van de collectie goed aanslaan.’’

Op de prijskaartjes kun je precies zien wat de stof heeft gekost, de productie, het transport. De koper mag weten wat de winkelier eraan overhoudt en ook wat Wendy en Martha verdienen. De twee vriendinnen willen hun geluk graag delen. Daarom staan ze van ieder verkocht kledingstuk een euro van hun eigen marge af aan het personeel van de Chinese kledingfabriek. ,,Dat geeft ons een goed gevoel.’’