Pluimveehouder Thoe Bos in Barneveld moet zijn kippen voorlopig binnenhouden.

Hoe de ophokplicht routine werd

Pluimveehouder Thoe Bos in Barneveld moet zijn kippen voorlopig binnenhouden. FOTO ANP

Zeventien jaar geleden was de ophokplicht voor pluimvee voorpaginanieuws. Tegenwoordig drukken berichten over corona de vogelgriep in de marge, terwijl er onmiskenbaar parallellen zijn.

De vondst van zes dode knobbelzwanen nabij Utrecht heeft ertoe geleid dat alle Nederlandse pluimveehouders sinds vrijdag hun dieren verplicht moeten binnenhouden. Dat nieuws doet nauwelijks stof opdwarrelen. We lijken gewend te zijn aan deze bijna jaarlijks terugkerende maatregel tegen het verspreiden van de vogelgriep.

Al in de jaren twintig werd onze pluimveesector geplaagd door uit het buitenland overgewaaide ziekten. Ook toen stonden ,,grote economische belangen’’ op het spel, zo waarschuwde CHU-Kamerlid Jan Weitkamp destijds in NRC . Toch bleven vergaande landelijke maatregelen uit. Toen in 1950 de pseudo-vogelpest uitbrak, werden her en der enkele duizenden kippen geruimd.

In dat jaar weerklonk ook een oproep tot een landelijke ophokplicht, maar dat betrof uitsluitend duivenhouders. Vooral in de omgeving van Amsterdam klaagden akkerbouwers over de vraatzucht van hun postduiven, die de jonge aanplant van erwten, tarwe en gerst bedreigden. Ondertussen kon de pseudo-vogelpest verder ongestoord blijven rondwaren.

Dat werd niet door iedereen als zeer ernstig ervaren. ,,Het schijnt veelvuldig voor te komen dat handelaren zieke kippen opkopen en hiermee het land intrekken om ze al ventende te verkopen’’, zo berichtte de Leeuwarder Courant . Zo kreeg kippenboer Zwerver in Tijnje de vervelende dierziekte in 1951 voor de kiezen, evenals diens collega Hogeling uit Oldeholtpade.

Voor de consument dreigde er geen gevaar, suste het ANP op gezag van de veeartsenijkundige dienst: hoogstens was er kans op een lichte oogontsteking of een lichte longaandoening. Toen in Barneveld 15.000 haantjes dood moesten, was dat ook niet direct een financiële ramp: ,,Zij werden met toestemming van de overheid snel afgemaakt, ingevroren en later ingeblikt.’’

In 1971 werden in Ooststellingwerf 43.000 vleeskuikens voortijdig over de kling gejaagd en zes jaar later moesten de 70.000 leghennen van Paulus de Haan in het buurtschap Zandbulten eraan geloven. Ook in de jaren tachtig en negentig speelden hoenderziekten op, maar nooit werd er nadrukkelijk een verband gelegd met de volksgezondheid. In 1997 ontdekten wetenschappers voor het eerst dat het vogelgriepvirus H5N1 in Hongkong was overgesprongen op een mens.

Algehele ophokplicht voor heel Nederland

Nederland bleef zich aanvankelijk veilig wanen voor die verontrustende ontwikkeling, ook na de kleine vijftig sterfgevallen die volgden. Dat was immers in het Verre Oosten. Pas in 2003 sloeg de paniek ook in ons land toe, nadat op verschillende bedrijven de kippen bij bosjes waren gesneuveld. Volgens viroloog Ab Osterhaus vormde het virus geen gevaar voor de mens en toch durfden de kippenboeren in Barneveld nauwelijks hun stallen te betreden.

Ook de deskundigen waren niet zonder angst. ,,De stal met zieke en dode kippen ben ik nog niet in geweest’’, bekende een veearts van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees begin maart op een besmet bedrijf aan de Barneveldsestraat. ,,Maar ik zal er nu toch aan moeten geloven. Ik moet bloedmonsters nemen.’’ Niet veel later bezweek een dierenarts in het Jeroen Bosch Ziekenhuis van ’s-Hertogenbosch aan longontsteking.

Het 57-jarige slachtoffer bleek voor de Gezondheidsdienst voor Dieren te hebben gewerkt op besmette of verdachte pluimveebedrijven in de Gelderse Vallei en in Noord-Brabant. Twee dagen later werd hij ziek. De man overleed op 17 april. Inmiddels was voor het eerst in de geschiedenis een algehele ophokplicht voor heel Nederland uitgeroepen.

Dat gebeurde op nadrukkelijk aandringen van de pluimveesector. ,,Het heeft louter symboolwaarde’’, zo liet een anonieme ambtenaar op het ministerie zich ontvallen. Toch zou het verplicht ophokken niet meer van de politieke agenda verdwijnen. In 2004 was het raak, 2005, 2006, 2007... Inspecteurs van de AID speurden zelfs het platteland af, op zoek naar hobbykippenhouders die de regels aan hun laars lapten. Overtreders kregen 100 euro boete.

Trekvogels

Dit jaar zat het pluimvee al 78 dagen verplicht binnen, nadat de vogelgriep op een Duits kalkoenenbedrijf nabij de Nederlandse grens had toegeslagen. Vrijdag stelde minister Carola Schouten de maatregel opnieuw in, nadat in twee kadavers van zwanen in het Utrechtse Kockengen het virus H5N8 was aangetroffen. Specialisten houden het erop dat dit hoogpathogene vogelgriepvirus met trekvogels vanuit Rusland naar Nederland is gekomen.

De sector zet zich maar weer eens schrap. Volgens de recentste CBS-cijfers gaat het om 875 vleeskuikenbedrijven, 916 boerderijen met leghennen, 52 eendenhouderijen en 30 kalkoenboeren. Die voorzien 10.000 mensen van een inkomen, indirect gaat het om 22.000 banen.

Vooral ecologische boeren met vrije uitloop kunnen de vogelgriep in hun beurs voelen. In 2017 spanden 48 van zulke kippenhouders een kort geding tegen de staat aan. Duurt de ophokplicht langer dan zestien weken, dan mogen ze de legsels namelijk alleen nog als scharreleieren verkopen. Dat scheelt hen zomaar tussen de 1200 en 1500 euro op een dag, zodat de schade in de tonnen kan lopen.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct