Voorzitter VNO-NCW Hans de Boer.

Hans de Boer (1955-2021) had zijn hart zó op de tong dat ministers eraan moesten wennen

Voorzitter VNO-NCW Hans de Boer. FOTO GUUS SCHOONEWILLE

De maandagnacht op 66-jarige leeftijd overleden Hans de Boer uit Witmarsum was jarenlang het gezicht van het Nederlandse bedrijfsleven. De Boer was altijd goed voor stevige uitspraken, wat in politiek Den Haag nogal eens tot gefronste wenkbrauwen leidde. Ondanks zijn felle toon draaide hij voluit mee in de polder en was hij bereid tot het sluiten van compromissen.

„Jongen”, zegt Hans de Boer bijna vaderlijk. Hij leunt iets naar de interviewer toe. „Heb je dat boek gelezen? One Christmas in Washington ?” Korte stilte. „Wat een fantastisch boek was dat.” En vervolgens begint De Boer een lang en enthousiast verhaal over dit geschiedenisboek, waarin wordt beschreven hoe Churchill en Roosevelt het verloop van de Tweede Wereldoorlog bespraken en de afloop ervan planden.

De woordvoerder en de interviewer kijken elkaar aan. Waar gaat dit heen? De setting: het afscheidsinterview bij zijn vertrek als voorzitter van werkgeversclub VNO-NCW. De vraag was: bent u verongelijkt omdat u in uw eigen ogen niet op waarde wordt geschat?

Na een enorme omweg, via twee wereldleiders uit de historie, geeft hij uiteindelijk een antwoord. Wat is hij nou vergeleken bij die twee giganten? „Ik ken echt mijn plekje wel hoor, maak je maar geen zorgen jongen. Natuurlijk ben ik ook een ijdele vent. Maar ik ken mijn plaats: een vliegenpoep op een lampenkap. Hahaha….”

Ruwe bolster

Dit is Hans de Boer. Hij was het allemaal: ijdel, praatgraag, humoristisch, kleurrijk, relativerend, scherp, zijn oneliners paraat. Type ruwe bolster, blanke pit. Hij maakte het cliché meer dan waar: grote mond, maar een heel klein hartje. Zonder schroom vertellend hoe ’mijn Klaske’, de vrouw met wie hij oud wilde worden, had duidelijk gemaakt dat hij af en toe wat gas moet terugnemen. „Mijn Klaske zei: je was te boos”, zei hij aan het begin van een interview over de moeite die Hans de Boer had met het kabinetsoptreden in de stikstofcrisis.

In politiek Den Haag wist men soms niet wat men met hem aanmoest. Hij had zijn hart zó op de tong, zat daar dan echt geen agenda achter? Soms schrokken ministers daar ook van. Dan had de werkgeversvoorman in de media op de trom geslagen en dan sprak die minister hem binnenskamers en kreeg hij exact hetzelfde ronkende verhaal te horen. What you see is what you get. Er waren geen twee Hansen de Boer, eentje voor de bühne en eentje voor het politiek spel. Er was er maar één.

Ras-mkb’er

Econoom De Boer (in 1955 geboren in Witmarsum) boerde goed met de verkoop van het Bureau Economische Argumentatie aan KPMG. Hij was ondernemer en commissaris. Maar bij het grote publiek is hij vooral bekend als ondernemersvoorman. Eerst voor MKB-Nederland vanaf 1997 tot 2003. Daarna had hij tal van bestuursfuncties, waarbij hij in zijn rol als voorzitter van de Taskforce Jeugdwerkloosheid weer in de publiciteit kwam.

Opvallend genoeg werd deze ras-mkb’er uiteindelijk ook de voorman van grote broer VNO-NCW. Die organisatie heeft ook talloze kleinere ondernemingen als lid, maar staat toch vooral bekend als het gezicht van het grootbedrijf. De Boer moest na het vertrek van zijn voorganger Bernard Wientjes, die een echte polderaar was, de club weer smoel geven en misschien wel streetwise maken.

Knetteren

Nou, dat is gelukt. Misschien zelfs iets te goed. De keurige bazen van die grote concerns moesten wel even wennen dat ze nu werden vertegenwoordigd door een straatvechter. Soms knetterde het. Moest een voorzitter van zo’n nette club wel zó vaak in het nieuws komen met controversiële uitspraken? De Boer was geen man van spijt achteraf, maar dat hij bijstandsgerechtigden had uitgemaakt voor ’labbekakken’ vond hij zelf ook heel erg vervelend. „Er mankeert van alles aan me, maar je kan niet zeggen dat ik me niet druk heb gemaakt om sociaal zwakkeren in de samenleving”, zei hij daarop terugblikkend.

Anderzijds bleef hij tot het einde toe staan – als enige nog – achter zijn pleidooi voor de afschaffing van de dividendbelasting. Daarin was hij vasthoudend, opkomend voor het belang van diezelfde grote bedrijven. Uiteindelijk werd dat plan het symbool van de kloof tussen de samenleving en multinationals. Onder zijn leiding is een eerste poging gedaan die kloof te dichten. De Boer wilde soms harder lopen dan zijn achterban. Zo was hij voor een vrouwenquotum en ergerde hij zich aan de steeds maar stijgende salarissen aan de top.

Polder

De Boer ontdekte dat hij meer polderaar was dan hij vooraf had gedacht. En hij gaf dat ruiterlijk toe. De meeste lol had hij tijdens handelsmissies in het buitenland, als hij ’ons bedrijfsleven’ op de kaart mocht zetten. Vanwege de coronacrisis plakte hij nog een paar maanden aan zijn termijn, zodat zijn opvolger Ingrid Thijssen niet volledig in het diepe terecht zou komen. Hij ging afgelopen september met pensioen, om te gaan genieten. Samen met zijn Klaske.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct