Friese economie krimpt met 8 tot 10 procent in tweede kwartaal

. ANP

De Friese economie is flink getroffen door de pandemie, maar lijkt minder hard te zijn gekrompen dan die van de Randstad, Brabant en Limburg, zo blijkt uit de eerste cijfers van het CBS.

Op basis van de eerste, voorzichtige berekeningen komt het Centraal Bureau voor de Statistiek in het tweede kwartaal uit op een krimp van tussen de 8 en 10 procent in Friesland. De onderzoekers vergelijken daarvoor het Friese bruto binnenlands product met dat van het tweede kwartaal van vorig jaar.

De provincie telt relatief veel bouwondernemingen, kleine maakbedrijven en boerenbedrijven. Soms zijn kleine verschillen het noorden, het zuidwesten en zuidoosten van Friesland zichtbaar, maar in april, mei en juni 2020 vertoonden de provinciedelen dezelfde neergaande ontwikkeling. Dat geldt ook voor grote delen van Drenthe en Groningen.

Gunstige uitzondering is Delfzijl, dat evenals Almere de kleinste krimp (min 6 procent) van heel Nederland laat zien. De Haarlemmermeer is het hardst getroffen. Met Schiphol als hart van de bedrijvigheid zorgden de luchtvaartbedrijven en aanhangende dienstverleners er voor een neergang van naar schatting 27 tot 29 procent.

Ook Haarlem en Amsterdam, met veel cultuur en reisbedrijven, hebben het zwaar. In Limburg en IJmond zorgt de industrie voor een dip. In Rijmond groeide de economie eerder nog, nu is er een krimp van zeker 6 procent. In Brabant verdiende de zorg minder, vanwege uitgestelde afspraken en operaties.