Er is een groeiende tweedeling tussen starters op de woningmarkt, blijkt uit het nieuwste woningmarktrapport van ING. „Om nu op de woningmarkt actief te worden, heb je een goed salaris of rijke ouders nodig.”

ING presenteert vandaag zijn kwartaalbericht over de woningmarkt. Daaruit blijkt dat starters toenemend in de knel komen.

„Starters doen steeds meer concessies”, zegt Wim Flikweert, manager wonen bij de bank. Uit het onderzoek onder 442 mensen die op zoek zijn naar hun eerste huis blijkt dat één op de drie vorig jaar al wilde toeslaan, maar dat dit niet is gelukt.

Dan maar niet in de stad wonen, zeggen veel starters. Of ze besluiten genoegen te nemen met een kleiner tuintje. Toch zijn juist dat tuintje en de aanwezigheid van een bepaald aantal kamers eisen waar ze het langst aan vasthouden, blijkt uit de nieuwste ING Woonindex. Van de starters wil 46 procent absoluut dat tuintje en 50 procent dat minimum aantal kamers.

Van de starters geeft 26 procent aan dat ze alleen een huis willen kopen, 54 procent wil kopen met zijn of haar partner. Er is ook een groeiende groep, nu 13 procent, die kijkt naar de mogelijkheid om samen met vrienden of collega’s een huis te kopen. Flikweert: „Om alleen een huis te kopen heb je een flink inkomen nodig. Als je geen relatie hebt, kun je het met vrienden doen. In steden als Londen en Parijs is dat al vrij normaal.”

Voor zijn kwartaalbericht ondervroeg ING in totaal 1700 woningbezitters en starters. Daaruit bleek dat het vertrouwen in de woningmarkt het afgelopen kwartaal verder is gestegen. De ING Woonindex, waarmee dat vertrouwen wordt bijgehouden, steeg van 105 naar 109 punten. Het vertrouwen wordt gemeten aan de hand van vragen die elk kwartaal worden gesteld.

Zo blijkt uit het onderzoek in het afgelopen kwartaal dat driekwart van de koopwoningbezitters denkt dat zijn of haar huis makkelijk te verkopen is.

Zowel starters als woningbezitters denken dat de huizenprijzen verder zullen stijgen en dat ook het aantal verkochte woningen zal toenemen. Ook denkt men dat de hypotheekrente nog lager kan.

Het vertrouwen is wel lager onder starters. Ruim 60 procent van de starters maakt zich zorgen of zij een koopwoning wel kunnen betalen. Van de woningbezitters verwacht 50 procent de woning binnen een maand te kunnen verkopen.

Boven de woningmarkt hangt altijd de dreiging dat van overheidswege de maximale hypotheek verder wordt verlaagd. In 2015 mocht je nog maximaal 105 procent van de marktwaarde van het huis lenen, sinds 2018 nog maar 100 procent. Met als gevolg dat je als starter sowieso eigen geld moet meebrengen voor de aankoopkosten en bijvoorbeeld verbouwing.

President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank wil die verhouding liefst naar 90 procent brengen om de Nederlandse hypotheeklast verder te reduceren, hoewel dat tegenwoordig sowieso gebeurt door de verplichte aflossing. „Zo’n verlaging zou het starters nog veel moeilijker maken”, zegt Flikweert.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Woningmarkt
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct