Staatsbosbeheer had niet verwacht dat er zoveel dioxine zou zitten in de grazers van het Lauwersmeer. Waar komt dat gif vandaan? Een directe bron laat zich niet gemakkelijk aanwijzen.

Een formaliteit, dachten ze bij Staatsbosbeheer. Omdat natuurgrazers in andere natuurgebieden een te hoog dioxinegehalte hebben, liet de natuurbeheerder ook onderzoeken hoe zijn circa 500 Schotse hooglanders en 200 konikpaarden in het Lauwersmeergebied er voor staan. Zo kwam het vlees van 25 dieren uit het Nationaal Park onder de loep. ,,Uit een soort van volledigheid’’, legt boswachter Jaap Kloosterhuis uit. ,,Maar we hadden nooit verwacht dat dit eruit zou komen.’’

Niet alleen in de Oostvaardersplassen en langs de uiterwaarden van de Waal en de Rijn krijgen kuddes half wilde grazers te veel dioxine binnen, ook rondom het Lauwersmeer duikt de stof in ongezonde hoeveelheden op. Alleen de merries zitten onder de norm, de onderzochte hengsten en de runderen pieken er bovenuit, de hooglanders zelfs wel een kwart. ,,Op het welzijn van de dieren zelf lijkt het niet echt effect te hebben’’, zegt Kloosterhuis. ,,We hebben er in ieder geval nooit wat van gemerkt.’’

De eerste hooglanders en paarden kwamen eind jaren tachtig naar het natuurgebied op de grens van Friesland en Groningen. Om de kudde beheersbaar te houden, laat Staatsbosbeheer ieder voorjaar zo’n 120 hooglanders en 60 paarden slachten. Het natuurvlees dat slager Kroon in Groningen op de markt brengt, vindt normaal gretig aftrek. Dit jaar heeft de natuurbeheerder de hele slacht afgeblazen. Dioxine is namelijk niet ongevaarlijk.

Giflozingen

Met het eten van vis, vlees, eieren en zuivel krijgt de Nederlander gemiddeld ongeveer 0,6 picogram (1 picogram is 0,000000000001 gram) dioxinen per dag binnen. Dat is onder de Europese volksgezondheidsnorm. Wie te veel dioxine binnenkrijgt, loopt een verhoogde kans op leveraandoeningen, kanker en chlooracne. Dat laatste is een huidaandoening – ex-president Viktor Joesjtsjenko van Oekraïne dankt zijn pokdalige gezicht aan een dioxinevergiftiging.

Doorgaans komt het goedje vrij bij verbranding van materialen die chloor en chloriden bevatten. In het rivierengebied linkten specialisten de dioxinevervuiling aan de smerige geschiedenis van structurele giflozingen uit met name de jaren zestig en zeventig. Waarom er dan nog steeds slachtvee op die vervuilde uiterwaarden graast?

,,Omdat wij in Nederland de dieren liever buiten zien staan, dan in stallen’’, antwoordde veterinair toxicoloog Guillaume Counotte eerder aan dagblad De Gelderlander. ,,Maar het blijft in bepaalde gebieden een risico als je dieren buiten laat grazen.” Hij pleit voor het bemonsteren van het gras.

Slachtperiode

Het Nationaal Park Lauwersmeer kent niet zo’n giftige historie als de Rijn. Hoe de dioxine er in zulke hoge concentraties in het vee terecht is gekomen, blijft voorlopig gissen. ,,Het zou kunnen liggen aan de periode waarin Staatsbosbeheer zijn vee laat slachten’’, oppert Andries Kingma, veehandelaar te Aduard en voorzitter van de Leeuwarder veemarkt.

,,Die dioxine hoopt zich op in het vetweefsel’’, verduidelijkt Kingma. ,,Na zo’n winter zijn de dieren heel mager, dan krijg je juist op de plek waar nog vet zit een hogere concentratie van dit soort stoffen.’’ Volgens hem zouden de paarden en hooglanders veel beter na het zomerseizoen geslacht kunnen worden. Dan zitten ze beter in het vet waardoor je ook minder ophoping van allerlei stoffen krijgt.

,,Nu lopen die hooglanders ’s winters in dat hoge gras, waarop allerlei stoffen uit de lucht kunnen neerdalen. Bij de normale vleesproducenten speelt dit helemaal niet, omdat daar een heel ander voedingsproces aan ten grondslag ligt.’’ Voor het Lauwersmeer laat een directe dioxinebron zich moeilijk aanwijzen.

Moeilijk afbreekbaar

In theorie zou de vervuiling er jaren geleden al kunnen zijn neergedaald. Het spul breekt namelijk heel moeilijk af in de natuur. Dioxine lost bijvoorbeeld nagenoeg niet op in water. Als het eenmaal in de bodem terecht is gekomen, spoelt het moeilijk weg en kan het daar tientallen jaren blijven liggen. Zelfs in de eieren van roofvogels in het poolgebied is dioxine teruggevonden.

Sommige vingers wijzen richting de vuilverbrandingsoven van Omrin in Harlingen, of naar de door branden geplaagde afvalverwerker Attero in Wijster. Die verbanden zijn allerminst aangetoond. ,,Je hoort allerlei gissingen, maar daar kom je niet echt veel verder mee’’, reageert Kloosterhuis. ,,Ik heb geen flauw idee.’’ Staatsbosbeheer heeft de universiteit van Wageningen ingeschakeld voor extra onderzoek.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct