De verlaten veerbootterminal van Rederij Doeksen in Harlingen.

De plagen van Rederij Doeksen

De verlaten veerbootterminal van Rederij Doeksen in Harlingen. FOTO LC

Hoeveel pech kan Rederij Doeksen verdragen? Eerst zorgde een failliete werf voor een enorme domper, daarna twee ongelukkige incidenten op zee en nu dreigt zelfs het zomerseizoen grotendeels in te storten.

Een vrolijke voorjaarszon verwarmt het asfalt van de Harlinger Waddenpromenade. In de haven schijnt een verdwaalde dolfijn rond te zwemmen, maar het arme dier trekt nauwelijks publiek. Ook de veerbootterminal van Rederij Doeksen oogt uitgestorven. Geen auto’s, bussen of fietsers, slechts een enkele sterveling waagt zich op straat. Normaliter zou het zonnige weer de kassa’s van Rederij Doeksen moeten laten rinkelen.

Het toerismeseizoen op Vlieland en Terschelling kent immers nauwelijks nog een winterstop: de badgasten zijn bijna het hele jaar niet van de eilanden af te slaan. Na 21 maart is alles echter anders geworden. De kassadames van Doeksen zitten thuis. Tenminste, voor het grootste deel van de dag. Vanwege de coronacrisis heeft Doeksen het aantal afvaarten stevig teruggebracht. Vanaf vorige week zaterdag pendelt er nog maar twee keer per dag een boot tussen de eilanden en de vaste wal.

,,Het hele spel is van tafel geschoven’’, concludeert directeur Paul Melles van Rederij Doeksen. ,,En we zitten allemaal in hetzelfde schuitje.’’ Ook de collega’s van TESO (Texel) en Wagenborg (Ameland en Schiermonnikoog) hebben het mes in hun dienstregeling moeten zetten. Melles vraagt zich vertwijfeld af hoe lang het effect van het verwoestende griepvirus zal na-ijlen.

Bootkaartjes

De bootkaartjes vormen de belangrijkste inkomstenbron, maar die worden bijna niet meer verkocht. ,,In de afgelopen weken is 95 procent van onze omzet weggevallen’’, legt Melles uit. In normale jaren, vertelt hij, begint de zomer bij Doeksen al op 1 april. Dan gaat het grote verdienen voor de rederij beginnen. Neem Fjoertoer Terschelling. Dit op 4 april geplande wandelevenement genereert alleen al duizenden bootkaartjes. Daarmee zou Doeksen in slechts een weekend ruwweg 140.000 euro verdienen. Alleen daarmee is de jaarlijkse huursom voor de bedrijfspanden op Terschelling en in Harlingen al voor 80 procent gedekt.

Fjoertoer gaat dus niet door en hetzelfde geldt voor het Vlielander popfestival Here Comes The Summer. Zelfs voorbij de kritische pandemiegrens van 1 juni oogt de toekomst mager. Publiekstrekker Oerol, toch goed voor zo’n 50.000 bezoekers per jaar, heeft al aangekondigd met een uitgeklede editie te moeten komen.

Ruggengraat

Zonder corona is Doeksen een florerend bedrijf. Moedermaatschappij Koninklijke Doeksen (213 werknemers) boekte in 2018 een winst van 6,1 miljoen euro, op een omzet van 35,7 miljoen euro. Het in 1908 opgerichte familiebedrijf bezit aandelen in superjachtbouwer Royal Huisman en exploiteert samen met Arriva veerdiensten op de Maas en de Merwede. Het toerisme op de Wadden vormt echter nog altijd de ruggengraat van Doeksen.

Daarin schuilt ook de grootste zwakte. De risicoparagraaf in het jaarverslag noemt ,,externe gebeurtenissen’’ een serieuze bedreiging voor Doeksen. Een onvoorziene ramp zou het vervoer naar de eilanden kunnen verlammen, waarmee ook de belangrijkste geldgenerator stilvalt. Daarover stelt de concerntop (Jan Willem Doeksen en Johan Tuk) in zijn jaarverslag: ,,Dit risico wordt adequaat gemonitord, maar de organisatie heeft geen tot weinig invloed op dit risico.’’

Vooralsnog kan de rederij gewoon aan zijn financiële verplichtingen voldoen, zegt directeur Paul Melles. ,,En dat zullen we doen tot het moment dat het niet meer kan’’, zo benadrukt hij. ,,We zijn druk bezig de problemen gedekt te krijgen. In principe hebben de overheid en de banken hun steun toegezegd, maar hoe dat er precies uit gaat zien, is nog altijd onduidelijk.’’

Niet alleen de pandemie

Nou is het niet alleen de pandemie die Doeksen plaagt. Vlak voordat de corona-ellende hier in alle hevigheid losbarstte, klapte de veerboot ms Vlieland met zeventig mensen aan boord op de kade in Harlingen. Het zeewater stroomde die twaalfde maart de machinekamer binnen en de beide dieselmotoren gaven de geest. Het is een ramp van te overziene proporties. De rederij is tegen zulke ongelukken verzekerd en de veerdienst op Vlieland is door de ms Midsland overgenomen.

Dit schip, gebouwd in 1989, had eigenlijk in het najaar van 2018 al uit de vaart moeten zijn genomen. Vanaf dat moment zouden twee nieuwe schepen gefaseerd in dienst komen. Hier openbaart zich de echte domper, want achttien maanden na de planningsdatum wordt er nog steeds hard gewerkt aan de Willem Barentsz en de Willem de Vlamingh. De beide catamarans varen op het duurzame, vloeibare aardgas lng.

Vanwege die duurzaamheid draagt het Waddenfonds 1,2 miljoen euro bij aan dit project, dat begroot is op een totaal van 48 miljoen euro. Het zou een drama worden. In het voorjaar van 2018 bezweek de Vietnamese werf Strategic Marine onder de malaise van de dalende olieprijzen. Gelukkig wist Doeksen de Willem Barentsz en de Willem de Vlamingh onder redelijk gunstige condities uit de failliete boedel los te weken.

Catastrofe

De twee nieuwe aanwinsten werden op het achterdek van het zwareladingschip Sun Rise vanuit Vietnam naar Nederland overgebracht. Op zee voltrok zich andermaal een catastrofe. De catamarans stonden achterstevoren op het transportschip. Onderweg moet het flink hebben gehoosd, want het overvloedige regenwater wist over de deurdrempels van de niet helemaal horizontaal staande passagiersschepen te gutsen. Bij aankomst bleken de kunststofvloeren van de nagelnieuwe salonruimtes volledig te zijn verruïneerd. Het water was bovendien de liftschachten ingelopen, waardoor daar ook van alles was aangetast.

ING, BNG Bank en Rabobank hadden op 31 december 2018 voor 48.2 miljoen euro aan krediet uitstaan bij Koninklijke Doeksen. Nu de afbouw van de Willem Barentsz en de Willem de Vlamingh onder eigen regie gebeurt, is daarvoor nog zo’n 6 miljoen euro nodig. Op 19 maart 2019 verstrekte Koninklijke Doeksen een bankgarantie van 10 miljoen euro aan ING Bank, ING Groenbank en de Bank Nederlandse Gemeenten. Die garantie loopt af zodra de nieuwe schepen daadwerkelijk in de dienstregeling zijn opgenomen.

Dat moment is door de coronauitbraak uitgesteld. Over de werkzaamheden aan de veerboten zegt Melles: ,,We gaan er mee door in afgeslankte vorm. Ook daar geldt, overal waar we op kunnen bezuinigen, doen we. Misschien worden we gedwongen de werkzaamheden helemaal stil te laten leggen. Wat moet je, als 95 procent van je omzet wegvalt?’’

Tegelijk stelt de directeur de eilandbewoners gerust. Hun verbinding met de wal loopt geen gevaar. ,,Met het betrokken ministerie hebben we intensief overleg over noodzakelijke steun, zodat de continuïteit van de veerdienst kan worden gewaarborgd’’, zo laat Melles weten.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct