De afdeling Financial Shared Service Center van FrieslandCampina met 151 medewerkers in Wolvega.

De financiële administratie van FrieslandCampina gaat naar Boedapest, dus verliezen in Wolvega mensen hun baan: 'Dit voelt als het verlies van een dierbare'

De afdeling Financial Shared Service Center van FrieslandCampina met 151 medewerkers in Wolvega. FOTO RENS HOOYENGA

FrieslandCampina gaat dit en volgend jaar duizend banen schrappen. De eerste ingrepen treffen Friesland hard. Zo maakte het zuivelconcern op 10 november de opheffing bekend van de financiële afdeling in Wolvega. Een werknemer doet zijn verhaal. Deze week volgde het nieuws dat begin 2022 het doek valt voor de uit 1892 daterende zuivelfabriek in Dronryp. Of kan het ‘wonder’ van 2010 zich herhalen?

Hij zal die maandagochtend 10 november niet snel vergeten. Bovenin de mailbox van Mick Jansen (een fictieve naam om wille van de privacy, naam is bekend bij de redactie) verscheen een bericht. De directie zou om half tien met een videoboodschap komen. Exact op dat tijdstip verschenen topman Hein Schumacher en financieel directeur Jaska de Bakker in beeld. Hun boodschap: dit en volgend jaar zullen circa 1000 van de bijna 11.000 werknemers van FrieslandCampina in Nederland, Duitsland en België hun baan verliezen.

Kort daarna volgde een tweede oproep. Om 12.30 uur is er een extra videoboodschap speciaal voor de werknemers van het Financial Shared Service Center in Wolvega. Jansen: ,,Dan slaat de schrik je om het hart. Het zal toch niet waar zijn? Maar het bleek dus wel waar te zijn! Onze hele afdeling met 151 medewerkers wordt opgeheven en daarnaast verliezen nog eens 16 collega’s op het hoofdkantoor in Amersfoort hun baan. Daar zit je dan, eenzaam op je corona-werkkamertje. Ik was lamgeslagen. Het is een bizarre ervaring. ‘s Ochtends begin je goedgemutst aan een nieuwe werkdag, amper 5 uur later stort je wereld in. Het klinkt gek, maar dit voelt als het verlies van een dierbare.”

‘Wolvega’ ondergebracht in Boedapest

De vestiging Wolvega staat vooral bekend om de kaasverwerking. Van diverse fabrieken worden er jaarlijks miljoenen kilo’s kaas gesneden in plakken, brokjes en stukken en verpakt. Sinds 2013 is Wolvega ook het financieel-administratieve centrum voor de vestigingen van FrieslandCampina in Nederland, Duitsland en België. Besloten werd destijds om de financieel-administratieve afdelingen van vestigingen op te heffen en te concentreren.

Volgend jaar vindt de volgende opschaling plaats. ‘Wolvega’ wordt ondergebracht bij Boedapest, waar al het financiële servicecentrum zetelt voor de rest van Europa, Afrika en het Midden-Oosten. Dat gebeurt in twee fases: wave 1 en wave2. Wave 1 met de ene helft van het personeel wordt afgebouwd van januari tot 15 september waarna wave 2 met de andere helft van het personeel volgt van april tot en met december. De kostenbesparing is nodig omdat de resultaten van FrieslandCampina flink onder druk staan, vanwege corona en de onlusten tussen China en Hongkong, en daardoor ook de inkomens van de leden-melkveehouders. ,,Ik begrijp het punt van de boeren goed, maar voor ons is het best heel zuur. ”

Gewerkt werd er die dag niet meer. Gebeld met collega’s des te meer. ,,Iedereen wist wel dat ‘Boedapest’ dreigde, maar dat het zo snel zou gaan. Dat kwam als een volslagen verrassing. De rest van de week hebben ik en meerdere collega’s vrij genomen. Daar was alle begrip voor. Het advies was ook: neem de tijd om dit te verwerken.”

Gaat het niet te snel?

Maar kan een Hongaar dit financieel-administratieve werk van Wolvega wel overnemen? ,,Dat kan”, erkent Jansen. ,,De meeste facturen zijn in het Engels. Wat wij ons in Wolvega wel afvragen is of het niet te snel gaat. Ze moeten al die mensen werven en inwerken. En wat we ons ook afvragen: gaat FrieslandCampina met deze sanering de oorlog winnen? De loonkosten liggen in Hongarije weliswaar de helft lager, maar is vooral de interne bureaucratie niet een veel groter probleem? Ik ben afkomstig van Friesland Foods. Daar waren de lijnen veel korter, had je meer verantwoordelijkheid. Nu moet iedere wijziging eerst via Amersfoort (hoofdkantoor, redactie) waar manager Jan, Piet en Klaas er nog hun zegje over moeten doen.’’

Jansen maakt zich zorgen over zijn toekomst. FrieslandCampina kent een goed sociaal plan met een ervaren mobiliteitscentrum dat werknemers begeleidt naar een nieuwe baan. ,,Maar de grote vraag is natuurlijk of er wel werk is. De markt voor financieel-administratieve medewerkers is slecht en door de corona zijn veel bedrijven voorzichtiger geworden. Ik hoop dan ook van harte dat ik aanmerking kom voor een interne herplaatsing. FrieslandCampina is hoe dan ook een fijn bedrijf en de zuivel-cao is prima.”

Het doek lijkt nu echt te vallen voor ‘Dronryp’

loading

Dronryp en zuivel zijn al bijna 130 jaar met elkaar verbonden. In 1891 werd De Coöperatieve Stoom-Zuivelfabriek ‘De Volharding’ opgericht. Een jaar later werd de fabriek in gebruik genomen. In dat eerste jaar voerden 54 leden-melkveehouders 2,5 miljoen kilo melk aan van 754 koeien. Er werd boter, karnemelk en Leidse, Goudse en Edammerkaas van gemaakt. In 2009, het laatste volledige jaar met kaasproductie, bedroeg de melkaanvoer 162 miljoen kilo koemelk en 38 miljoen kilo geitenmelk. Kaasfabrieken met dergelijke hoeveelheden komen amper meer voor. Ter illustratie: de kaasfabriek van FrieslandCampina in Workum verwerkt jaarlijks al 1 miljard kilo melk.

Dronryp wist in het verleden vele fusiegolven te overleven. In de jaren zestig en zeventig sloten fabrieken in omliggende dorpen als Sexbierum, Marssum, Marrum en Weidum hun productie en werd de melk overgeheveld naar Dronryp. Doordat ook de boeren hun melkproductie opvoerden, moest de kaasfabriek regelmatig uitgebreid worden. Grote uitbreidingen en nieuwbouw vonden plaats in 1967 en 1979. In het laatste jaar verrichtte koningin Juliana de opening en kreeg de vorstin te horen dat Dronryp beschikte over ,,één van de grootste, modernste en meest geautomatiseerde kaasfabrieken in West-Europa.”

Dronryp was toen overigens al geen zelfstandige fabriek meer. In 1972 was ze opgegaan in De Takomst met Wolvega als hoofdzetel. De werknemers stonden te boek als betrokken, maar ook activistisch. Dronryp was een stevig vakbondsbolwerk en liep voorop bij de zuivelstakingen in 1986 en 1992. Locatie-directeur Sietze Folkerts ervoer dit juist als positief, zei hij bij zijn afscheid in 1993. ,,Met kritische mensen bereik je het meest, want zij denken mee!”.

In 1999 leek een schone toekomst weggelegd voor Dronryp. Het toenmalige Friesland Coberco Dairy Foods stopte met de productie van bulkkazen en richtte de fabriek in voor de productie van specialiteitenkazen. ,,Hiermee ontstond een uniek bedrijf met een zeer breed productenpakket en erg veel technologische mogelijkheden”, schrijft toenmalig locatiemanager Hette Bouma in 2011 in het voorwoord van een vervolg op het jubileumboek uit 1992. ,,In 10 jaar tijd zijn ruim 100 verschillende recepturen geproduceerd. Soms bleef het beperkt tot proefproducties. Andere recepturen groeiden uit tot ‘blijvers’. De wekelijkse variatie in het productenpakket maakte dat geen enkele werkdag hetzelfde was. Niet in de voorfabriek, niet in de kaasmakerij, niet in het pakhuis.

Friesland Foods slaagde er echter niet in om de capaciteit van Dronryp vol te krijgen met de productie van kazen met een hoge toegevoegde waarde. Circa 40 procent werd niet benut en moest opgevuld worden met Goudse rechthoek foliekazen. Eind 2009, een jaar na de fusie tot FrieslandCampina, besloot de directie om niet verder te groeien in de ‘nichemarkt’ van de specialiteitenkazen. Dat besluit luidde het einde in van de Dronryper kaasfabriek met zijn 87 vaste medewerkers en 20 uitzendkrachten, te meer omdat er ook grote vervangingsinvesteringen gedaan moesten worden. De sluiting zou in het tweede kwartaal van 2011 een feit zijn.

In de zomer van 2010 volgde echter de heuglijke mededeling dat FrieslandCampina Dronryp toch in bedrijf wilde houden. Niet als kaasbedrijf, maar als producent van deelontzout weipoeder. Daardoor bleef er werk voor ruim vijftig mensen. Wei is een zeer hoogwaardig restproduct van de kaasproductie. Weipoeders vinden gretig aftrek in medische, kinder- en sportvoeding.

Dronryp wist haar bestaan er twaalf jaar mee te verlengen. Deze week volgde echter het bericht dat het doek voor de fabriek en haar 51 werknemers toch echt valt in het tweede kwartaal van 2022.

Of kan het ‘wonder’ van 2010 zich weer herhalen? ,,Nou ik denk het niet”, verklaart woordvoerder Jan Willem ter Avest. ,,De productie van Dronryp past prima in een verdere optimalisatie van ons fabriekennetwerk. We kunnen het onder meer onderbrengen bij de vestigingen in Borculo en Veghel. Er is weinig wat er op duidt dat er alsnog een nieuwe activiteit opgestart wordt.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct