Boeren van FrieslandCampina krijgen een groter deel van de winst van het zuivelconcern, maar moeten ook certificaten kopen als ze melk willen leveren.

Deze twee aanpassingen zijn onderdeel van het plan voor een nieuwe ledenfinanciering die bestuur en directie van FrieslandCampina volgend jaar willen invoeren.

Volgens het coöperatieve zuivelconcern, de grootste van Europa met bijna 17.000 leden-melkveehouders en een melkplas van 10 miljard kilo melk, zijn aanpassingen nodig. Vasthouden aan de huidige ledenfinanciering plaatst FrieslandCampina voor steeds grotere financiële problemen.

Meest problematisch: ledenobligaties

Het meest problematische financieringsinstrument vormen de ledenobligaties. FrieslandCampina keert jaarlijks 10 procent van de winst uit in de vorm van obligaties voor de leden-melkveehouders. Deze obligaties zijn deels verhandelbaar, maar vormen een steeds knellender probleem doordat het aanbod groter is dan de vraag. Stoppende en vertrekkende melkveehouders bieden hun obligaties te koop aan terwijl de animo onder de ‘blijvers’ om ze te kopen gering is. Dat komt doordat melkveehouders krap bij kas zitten of het geld liever investeren in hun eigen bedrijf. Regelmatig moet de Rabobank ledenobligaties opkopen en ook FrieslandCampina moest daar een keer toe overgaan.

Eigen vermogen onder druk

Die ongelijke verdeling van obligaties zorgt daarnaast voor een scheefgroei: de ene boer heeft meer kapitaal in FrieslandCampina geïnvesteerd dan de ander. Een ander probleem is dat financiële instellingen moeite hebben met ledenobligaties. Ze willen het niet meer volledig toerekenen aan het eigen vermogen. Niet ingrijpen zou op termijn de positie van FrieslandCampina op de financiële markten kunnen bemoeilijken.

FrieslandCampina wil deze (dreigende) problemen oplossen door geen ledenobligaties meer uit te keren. Het bedrag dat daarmee gemoeid is, 10 procent van de winst, wordt gelijkelijk verdeeld onder de melkveehouders (hogere nabetaling) en het zuivelconcern (versterking eigen vermogen).

Introductie leveringscertificaten

De ledenobligaties maken plaats voor leveringscertificaten. FrieslandCampina geeft deze uit voor 8 euro uit per 100 kilo melk. Boeren moeten derhalve investeren in deze certificaten om te kunnen leveren. Ze kunnen dat doen door de ledenobligaties om te zetten in certificaten. Als dat niet toereikend is, moeten ze certificaten kopen via eigen geld of via een lening bij FrieslandCampina. Volgens voorzitter Frans Keurentjes geldt dit laatste voor circa 30 procent van de leden. Zij zullen dus extra moeten investeren om dezelfde hoeveelheid melk te kunnen leveren. Het nieuwe beleid betekent ook dat melkveehouders die door een overname of uitbreiding meer melk gaan leveren ook moeten kijken of ze extra leveringscertificaten moeten kopen.

Afgewogen voorstel

Coöperatievoorzitter Frans Keurentjes spreek van een afgewogen voorstel. ,,Iedere melkveehouder investeert straks op gelijke wijze in de onderneming en de leveringscertificaten zorgen wel voor een versterking van ons eigen vermogen in tegenstelling tot de ledenobligaties.”

Gebalanceerde groei

Door de leveringscertificaten is de regeling gebalanceerde groei niet meer nodig, stelt FrieslandCampina. Die regeling houdt in dat als de totale melkplas met meer dan 2 procent toeneemt, de veroorzakers een boete krijgen van 10 cent voor iedere teveel geleverde kilo melk. ,,Dat is niet meer nodig omdat leden die meer melk leveren via de leveringscertificaten ook meer bijdragen aan de financiering.”

Het zuivelconcern bespreekt het plan dit voorjaar met de melkveehouders. Hun hoogste orgaan, de ledenraad, neemt op 16 juni een besluit.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Agrarisch / Landbouw
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct