FOTO PIXABAY

'Coachingsprogramma BeStart mag bekender'

FOTO PIXABAY

Coachingsprogramma BeStart hielp de afgelopen vier jaar 36 start-ups in de duurzame technologie op weg. Nu komt er ook een speciaal coachingsprogramma voor bestaande mkb’ers. Daar blijven innovaties vaak nog op de plank liggen.

Na de zomer wil BeStart, dat jonge, innovatieve bedrijven via coachingprogramma’s begeleidt, een speciaal programma opzetten voor mkb-bedrijven. ,,Deze ondernemers hebben al een succesvolle onderneming, maar hun ideeën blijven vaak op de plank liggen, omdat innovaties niet altijd de hoogste prioriteit hebben”, licht Ronald Wielinga (40) van BeStart toe.

Zij kunnen baat hebben bij een ander soort coachingsprogramma dan startende ondernemers. ,,Denk aan elkaar helpen met intervisie. Net als met de start-ups, willen we ons netwerk aanboren om ze te helpen bij de financiering van innovaties.” Ook worden ze geholpen bij het schrijven van een businessplan voor een nieuw product.

BeStart is het enige programma in Nederland dat startende ondernemers ondersteunt die zich richten op duurzame technologie (cleantech). Meestal gaat het om start-ups die een technologie hebben ontwikkeld die bijdraagt aan milieu, hergebruik van stoffen, beschikbaarheid van water of energiebesparing. Het coachingsprogramma van BeStart begon in 2016 en was een initiatief van Omrin, Paques, Watercampus en Ecomunitypark. Het programma wordt gefinancierd door het Innovatiepact Fryslân ( IPF, waar de provincie en gemeenten in participeren), FB Oranjewoud en het Europese fonds RIF Biobased. De begroting is 4 ton.

‘We kunnen zeker wel wat bekender worden’

Inmiddels heeft BeStart 36 bedrijven op weg geholpen bij de lancering van een product. Van die 36 zijn er nu nog 30 actief; 6 zijn gestopt. Een score van 83 procent, waar Wielinga heel tevreden mee is, zegt hij. In totaal is er in de start-ups 15 miljoen euro geïnvesteerd. Er werken in totaal 138 mensen bij de 30 bedrijven. Wielinga zou willen dat BeStart bekender werd, zodat er meer inschrijvingen komen. ,,Veel mensen weten nog niet dat we er zijn en wat we doen. We scouten wel en zijn altijd op zoek naar initiatieven. Maar we kunnen zeker wel wat bekender worden.” Startende ondernemers krijgen een-op-een-coaching en een groot netwerk. Wielinga: ,,Ons programma gaat in de kern ook over persoonlijke ontwikkeling. Mensen ontdekken wat hun drijfveer is en waar ze energie van krijgen.”

Van de 36 deelnemers kwamen er 32 uit Noord-Nederland. Het bedrijf Greencovery uit Wageningen overweegt te verhuizen naar Friesland. Deze onderneming helpt grote bedrijven, voornamelijk voedselproducenten, bij het terugwinnen van producten uit hun afvalstromen. Het bedrijf SusPhos, dat hoogwaardige fosfaten uit afvalwater haalt, verruilde Amsterdam in 2019 voor Balk, waar het onderdak vond bij Paques. Het bedrijf Water Night verliet Utrecht in 2017 en vestigde zich in Leeuwarden, omdat hier de Watercampus is gevestigd.

Bedrijven die zich inschrijven voor het programma en nog niet in Noord-Nederland gevestigd zijn, wordt gevraagd of ze bereid zijn de stap naar het Noorden te zetten. Verplicht worden ze hiertoe echter niet. ,,Dat kan ik niet”, meent Wielinga. ,,Uiteindelijk gaat het om de plek waar een onderneming het beste gedijt. En als die op een andere plek dan Friesland beter en sneller kan uitgroeien naar bijvoorbeeld 200 werknemers, zou het raar zijn het bedrijf op voorhand al te verplichten hierheen te komen.” Anderzijds is het wel de vraag die expliciet wordt gesteld, want het geld voor het coachingstraject wordt verstrekt door Friese overheden.

De meeste start-ups die BeStart hielp, groeiden in werknemers. De oudste deelnemers zijn de bedrijven met de meeste medewerkers. Bij toelating tot het programma moeten de deelnemers een pitch – korte bedrijfspresentatie – houden om zichzelf te verkopen. Een jury beoordeelt of het idee en het product kansrijk zijn en of de ondernemer passie heeft, zich flexibel toont en in staat is om te netwerken. Wielinga: ,,Iemand moet vol voor zijn idee willen gaan en ook risico durven nemen. Als je iemand hebt die een dag in de week aan zijn onderneming wil besteden, weet je dat die niet geschikt is.” Niet alleen recentelijk afgestudeerde jonge mensen nemen deel aan BeStart, ook werknemers die jaren in loondienst hadden gewerkt, maar een eigen bedrijf wilden beginnen, melden zich aan.

Verdere criteria waarnaar wordt gekeken is of een product schaalbaar is, dat wil zeggen of een idee of product kan leiden tot werkgelegenheid. Maar of een bedrijf, dat al jaren vier werknemers heeft en niet uitbreidt, minder succesvol is, wil Wielinga niet beweren. ,,Integendeel. Als je je eigen boterham ermee kunt verdienen, vind ik dat je bedrijf succes heeft. Toch zijn we wel op zoek naar bedrijven die willen doorgroeien en hiermee de werkgelegenheid in het Noorden kunnen vergroten.”

Fryslân Fungies: Oesterzwammen op koffiedik

loading

Michiel de Groot (27) en Wander Oele (30) bedachten drie jaar geleden het concept om oesterzwammen op koffiedik te kweken. Aanvankelijk haalden ze dit koffiedik op, maar vorig jaar brachten ze de Fungi Farm op de markt: een compacte minikwekerij waarmee de paddenstoelen worden gekweekt met koffiedik dat op locatie vrijkomt. Voor dit nieuwe product namen ze deel aan het BeStartprogramma. De coaching van Bestart vond De Groot ,,intensief”. ,,We werden gedwongen naar ons eigen product te kijken”, blikt hij terug op het programma, in de bescheiden werkplaats op industrieterrein De Zwette in Leeuwarden. ,,We wilden onderzoeken of er markt voor was. Dankzij de coaching konden we de minikwekerij nog eens goed doorlichten.”’ Er werden dit jaar vier oesterzwamkasten verkocht. Minder dan gehoopt., maar corona sloeg ook hier toe. ,,Maar we zitten nu weer in een flow en verwachten dat de verkoop aantrekt”, aldus De Groot. Fryslân Fungies richt zich op de horeca, bedrijven en instellingen, maar er is ook een growkit voor particulieren. De ,,oesterzwamkast’’ springt in het oog en spreekt mensen aan, weet hij.

Het verhaal van het koffiedik, afval dat als voeding dient voor de oesterzwam, willen ze nu ook in educatieve programma’s op scholen introduceren. ,,Paddenstoelen zijn een mooi, tastbaar product en oesterzwammen zijn een goede vleesvervanger. Koffiedik wordt normaalgesproken verbrand met het restafval. Nu krijgt het een nieuwe duurzame functie. Een schoolvoorbeeld van circulaire economie.”

Recell: cellulose als grondstof

loading

Het fietspad van wc-papier bij Jelsum werd in 2016 wereldnieuws. KNN Cellulose (zes werknemers) bedacht met partners het procedee waarmee uit rioolwater de grondstof cellulose werd ,,gezeefd’’. Deze grondstof, Recell geheten, kan worden hergebruikt, bijvoorbeeld voor de versteviging van asfalt. Maar ook in de bouw en de chemische industrie worden deze cellulosevezels toegepast. Het wordt bijvoorbeeld ook gemengd met beton, dat helpt scheurvorming te voorkomen. Ook wordt het gemixt met bioplastics. ,,Daardoor neemt de CO2-impact af’, licht directeur- eigenaar Erik Pijlman (40) toe. Drie jaar geleden volgde hij het coachingsprogramma van BeStart. ,,Een product vermarkten en vercommercialiseren is een vak apart. Daar heb je netwerken voor nodig. Al begonnen we niet op nul, want we hadden al een aantal financiers.” Bij BeStart leerde hij vooral om kritisch naar zijn vinding te kijken. ,,Waar zit de waarde? Waar zitten je klanten? Wie zit er op je product te wachten? Daar werd erg op gehamerd. En omdat je met gelijkgestemden zat, leerde je ook weer van elkaar.’

Deelname aan Bestart leverde Recel niet direct nieuwe afzetmarkten op, maar wel nieuwe waardevolle zakelijke contacten, vertelt Pijlman. Inmiddels wordt er samengewerkt met waterschappen, aannemers, diverse kennisinstellingen waaronder de Rijksuniversiteit Groningen, Van Hall Larenstein en de Hanzehogeschool, waterschappen, aannemers en chemiebedrijf Nouryon. De volgende stap is om cellulose ook te onttrekken aan huishoudelijk afval. ,,Hiervoor werken we nu aan een groot ontwikkelprogramma met de RUG.”

Celine-technologie voor glastuinbouw

loading

,,Het irrigatiewater voor de glastuinbouw maak ik op de juiste smaak”, vertelt Wilco Dijkstra (32) van CE-Line uit Heerenveen. Hij ontwikkelde een meettechnologie en koppelde die aan een doseersysteem waarmee de exacte hoeveelheid voedingsstoffen automatisch aan het irrigatiewater worden toegevoegd. Omdat de plant altijd de afgepaste nutriënten krijgt levert dit een kwalitatief beter product op en meer opbrengst. Ook wordt bespaard op water, nutriënten en bestrijdingsmiddelen. ,,Deze meettechnologie was er nog niet. Tuinders schakelen tot nog toe hiervoor eens in de twee weken een laboratorium in. Dat is vrij omslachtig. Met onze techniek hebben ze continue data beschikbaar, waardoor ze gericht kunnen sturen op nutriënten.” CE-Line richt zich op vruchtgroenten, zoals tomaten, paprika’s, komkommers en aubergines. Bij glastuinders is veel interesse in zijn technologie, zegt hij. ,,Ze kunnen niet wachten.” In april werd een prototype opgesteld in Bleiswijk. Dijkstra is nu bezig de financiering rond te krijgen voor de productie. De systemen verwacht hij binnen anderhalf jaar op de markt te brengen. Vorig jaar nam hij deel aan BeStart. ,,Ik had het idee al, het prototype was in aanbouw, maar ik ben chemicus. Techniek is leuk, maar hoe zet ik een bedrijf op? Daarvoor kreeg ik handvatten tijdens het programma. BeStart heeft de juiste contacten en een groot netwerk. Mijn businessplan kon ik dankzij BeStart verder finetunen. Het begin was intensief met een bootcamp van twee dagen. Daarna hadden we een dag in de maand een sessie. Je wordt uitgedaagd al is de ene startup soms verder dan de ander.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Economie
Startups
Startups
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct