Titia Huisman, directeur van de Koornbeurs in Franeker.

400 zitplaatsen, 70 bruikbaar: dit is het coronaprobleem van de kleine theaters

Titia Huisman, directeur van de Koornbeurs in Franeker. FOTO CATRINUS VAN DER VEEN

Kleine en middelgrote theaters in Friesland wankelen. Ze kunnen al maanden nauwelijks bezoekers ontvangen en als dit nog lang zo blijft, storten ze in. Overal in de provincie worden noodkreten geslaakt, maar het blijft oorverdovend stil.

In Theater Sneek kan directeur-bestuurder Wiebren Buma dit seizoen met ‘slechts’ een tekort van 100.000 euro afsluiten. Maar wanneer de deuren van zijn theater, dat vorig jaar nog zo goed draaide, door corona gesloten moeten blijven, of wanneer de anderhalvemeter-maatregelen van kracht blijven waardoor maar 20 procent van de stoelen kan worden bezet, stevent hij voor 2021 af op een tekort van 750.000. Dan valt het doek en is het over en uit met het theaterleven in Sneek.

Buma voelt zich niet gehoord door bestuurders: een brandbrief van de noordelijke theaterdirecteuren aan de drie noordelijke cultuurgedeputeerden vond nauwelijks weerklank, en de belangstelling bij raadsleden voor de penibele positie waarin zijn theater verkeert, is gering. Zo vergaat het Titia Huisman die sinds februari theater De Koornbeurs in Franeker bestiert ook. Het is stil in het kleine theater. En het is gek genoeg ook oorverdovend stil vanuit het provinciaal bestuur, zegt zij. Ze snijdt en bezuinigt intussen waar ze kan, maar het is vechten tegen de bierkaai. Twaalf tijdelijke contracten werden niet verlengd, de negen flexkrachten zitten thuis. Het is niet zeker dat ontslagen bij de ploeg van zes vaste werknemers zijn te voorkomen.

De Koornbeurs staat er financieel gezien erg slecht voor, zo slecht, dat Huisman niet al te ver vooruit durft te kijken. De tekorten zijn groot. Elke week is er een. ,,Ik ga liever strijdend en makend ten onder dan dat ik de kop laat hangen.’’ Alle ogen zijn nu op de provincie gericht. Die moet in gesprek gaan met de theaters, die moet perspectief bieden, met een plan komen, vinden de directeuren. Maar het moet wel snel – de tijd dringt, ook voor poppodia als Iduna in Drachten en het Bolwerk in Sneek.

,,We zitten nog steeds in zwaar weer en de redding is nog niet in zicht.’’

Volgens Wiebren Buma, die donderdag in Sneek de noodklok luidde, moet de provincie haar verantwoordelijkheid nemen: Friesland verdient een goede spreiding van cultuur en moet de instellingen financieel te hulp schieten. Gemeenten zouden de noodlijdende kleinere theaters huur moeten kwijtschelden, of die in ieder geval moeten opschorten. ,,Anders hou je in deze provincie straks alleen De Harmonie in Leeuwarden en De Lawei in Drachten over.’’ Die twee theaters zijn groot en profiteren van landelijke subsidies. ,,Wij, de kleinere theaters, worden gewoon vergeten.’’ En dat is ook artistiek gezien ongelofelijk zonde: jong talent start op kleine podia, niet op de grote. ,,Wij maken onderdeel uit van een keten. Erken dat.’’

Raad en daad van de provincie

Cultuurgedeputeerde Sietske Poepjes zegt desgevraagd dat ze de noodlijdende theaters te hulp wil schieten – niet direct met ‘een provinciale cheque’, maar wel met raad en daad. ,,Ik kan geen toezeggingen doen, maar ik wil wel de regie nemen. Ik ga op heel korte termijn om tafel met gemeenten en theaterdirecteuren om te zien waar de schoen wringt.’’

Deze week werd duidelijk dat er nog eens 8 miljoen euro aan rijkssteun voor cultuur wordt vrijgemaakt. Friesland krijgt daar 1,4 miljoen euro van. Dat bedrag wordt in de septembercirculaire uitgekeerd en is bedoeld voor noodlijdende provinciale cultuurinstellingen die op omvallen staan. De kleine en middelgrote theaters zullen er niet direct van profiteren, zegt Poepjes. ,,Al kijk ik er met een mild oog naar.’’ De theaters zijn op de eerste plaats een gemeentelijke verantwoordelijkheid. ,,We zitten allemaal in deze wonderlijke, bizarre situatie. Als het systeem wringt en het gemeentelijk geld komt niet op de juiste plek, dan moet daar wat aan gebeuren. Die handschoen pak ik op, daar ben ik bestuurder voor.’’

‘Situatie is nijpend’

Bij de VSCD, de Nederlandse vereniging voor schouwburgdirecteuren en concertdirecties, maakt men zich grote zorgen. De situatie is nijpend, zegt woordvoerder Esther den Breejen. ,,Zeker omdat er door de richtlijnen van het RIVM vier van de vijf stoelen leeg blijven in onze zalen.’’ Een ander probleem is dat het publiek angstig is en aarzelt om überhaupt naar het theater te komen. ,,Bezoekers zijn afwachtend.’’

Begin volgende maand maakt de VSCD nieuwe cijfers bekend over de oplopende tekorten in de sector. De belangenvereniging zet in om landelijke steunmaatregelen, ook na 1 oktober, wanneer het tweede steunpakket afloopt. Daarnaast praten ze met gemeenten om huisvestingskosten in mindering te brengen of uit te stellen. ,,Dat scheelt voor veel van onze podia ook al een enorme kostenpost.’’

De Koornbeurs in Franeker: 425 zitplaatsen, 86 bruikbaar

loading

Titia Huisman had een andere start van haar loopbaan in Franeker verwacht. Theaterdirecteur, een droom die uitkwam. Het was begin februari toen ze aantrad, half maart moesten de deuren van De Koornbeurs dicht. Eerst was er verlamming, toen onrust, berusting en nu, een opgewekt soort gelatenheid. Je zou kunnen zeggen dat Huisman met de moed der wanhoop voortgaat. Mooie dingen maken, dat is wat ze doet, wat ze wil, wat ze kan, waar het haar allemaal om gaat. En dat er geen rode cent mee wordt verdiend, nou ja, dat moet dan maar.

Deze zomer, toen de theaters in een stille zomerstand verkeerden maar Covid-19 alweer oplaaide in de wereld, liet Huisman berekenen wat het zou kosten om De Koornbeurs voorlopig maar helemaal te sluiten. In Berlijn, waar kleine theaters vaak werken met eigen huisgezelschappen, is dat gebeurd: de instellingen gaan tijdelijk op sluimerstand – in winterslaap. ,,We hebben het overwogen, echt waar, maar als dan blijkt dat je de enige bent, nou ja, dan doe je het toch maar niet.’’

Het probleem met De Koornbeurs is dat het theater, met een regiofunctie voor gemeente De Waadhoeke, geen enkel vet op de botten heeft. Dat wist Huisman al toen ze aantrad, maar al snel bleek dat er ook tekorten waren. Geen reserves, weinig te besteden, maar wel met een belangrijke taak: cultuur brengen in Franeker en omgeving. Dat ging in een gewone tijd al bijna niet, laat staan nu, in coronatijd. De anderhalvemetervoorschriften zorgen ervoor dat er maar 86 mensen het theater binnen mogen, in plaats van 425. ,,Welke gezelschappen willen voor zo’n kleine groep spelen?’’

De negen flexkrachten waren als eerste de dupe – die kwamen thuis te zitten. Daarna volgenden de twaalf tijdelijke contractanten. Hun arbeidsverband werd niet verlengd. Wat rest zijn zes werknemers die in vaste dienst zijn. ,,Ik sluit niet uit dat we ook daar zullen moeten gaan snijden’’, zegt Huisman bedroefd. Toch waakt ze ervoor om geen ‘klaagverhaal op te hangen’. ,,Je wilt dingen doen. Daarvoor ben ik ondernemer in de creatieve sector geworden!’’ Vandaar: een filmprogramma, een vrolijke publieksactie met tweedehands stoelen, een plan om de foyer als vintage café in te richten, om jonge makers speelgelegenheid te bieden. Ze heeft van alles geprobeerd om programmering binnen te slepen. Makers kunnen in De Koornbeurs twee keer spelen, ze mogen er try-outs houden, ze boekt kleine voorstellingen. ,,Groot en duur is niet haalbaar. We moeten onze klassieke opdracht loslaten en kijken naar: wat kunnen we wel. Het oude verdienmodel is er niet meer.’’

Hoe lang ze het nog volhoudt? Huisman lacht. ,,Ik ga liever strijdend en makend ten onder dan dat ik de kop laat hangen.’’ Elke week is er een. Wat ze mist is een plan, vanuit de provincie, de gemeente, de nationale overheid en van de noordelijke en Friese theaters onderling. Wat zou ze graag de koppen bij elkaar steken, een visie voor de komende twee jaar ontwikkelen, meer samenwerken. ,,Er moet wel weer een punt komen dat we weer vertrouwen kunnen krijgen.’’ En wat als dat moment er niet komt? Dan houdt Friesland op den duur twee theaters over, voorspelt Huisman. De Lawei en De Harmonie.

Het Posthuis in Heerenveen: 400 zitplaatsen, 70 bruikbaar

loading

Het Posthuistheater in Heerenveen is een van de elf afdelingen van de gemeente. En precies die constructie zorgt ervoor dat er geen paniek is uitgebroken bij directeur Geert Dijkstra en zijn team. Want het theater is (nog) veilig ingebed in de gemeentelijke begroting voor volgend jaar. ,,Voor volgend jaar staan mijn budgetten gewoon vast’’, zegt de directeur. ,,Ik heb niet direct de zorg dat wij gaan omvallen.’’

Desalniettemin blijft het een zorgelijke tijd. Personeel dat op een tijdelijk contract in het Posthuis aan het werk was – technici en horecapersoneel – kan hij geen werk bieden. ,,Ik heb de raad geschreven dat we tot aan de zomer 300.000 aan omzetverlies hebben opgelopen door het annuleren van alle voorstellingen. Ik houd er rekening mee dat het verlies op kan lopen tot 450.000.’’ Veel hangt af van de belangstelling voor de bescheiden programmering die het Posthuis volgende maand presenteert. Vanaf 1 oktober is er op kleine schaal weer wat te beleven, al kunnen er door de anderhalvemeter-maatregel maar een fractie van het publiek terecht: van de 400 zitplaatsen mogen er maar 70 bezet worden, dat is 18 procent van de capaciteit dus. ,,Als de tweede golf meevalt, als er niet meer besmettingen bij komen, als er een vaccin komt, is er voor ons weer perspectief.’’

Voor noodlijdende instellingen als die in Sneek en vooral in Franeker lijkt de ‘Heerenveense theaterconstructie’ ideaal. Dijkstra knikt voorzichtig. ,,Zelfstandigheid is niet zaligmakend. En als er tekorten optreden, klopt men uiteindelijk toch vaak weer bij de gemeente aan.’’

Veel van trouwe Posthuis-bezoekers hebben hun tickets omgeruild voor vouchers. Dat betekent dat de bezoekersaantallen goed zullen zijn zodra het theater weer open mag. Maar geld brengen ze niet meer op – er is immers al betaald. ,,Dat gaan we merken, dat gaan we zien.’’ Eigenlijk rekent Dijkstra op steun vanuit de provincie. ,,Die zou regionale theaters in hun inkomensverlies moeten compenseren.’’ Maar ook Dijkstra vindt het akelig stil. Hij denkt na over het plaatsen van kuchschermen, puzzelt met looproutes en ziet er tegenop dat hij theatergangers direct na de voorstelling zal moeten manen zich naar buiten te geven. Een drankje in de foyer, dat is er nog even niet bij. ,,Maar ik heb goede hoop dat mensen ons weer weten te vinden.’’

Het doemscenario dat corona zich voorlopig niet laat beteugelen, kan ertoe leiden dat alleen De Lawei en De Harmonie overeind blijven, gesteund door landelijke en dus ook provinciale geldstromen. Dijkstra schudt even geschrokken het hoofd. Zo ver mag het niet komen. Maar de gedachte is er soms wel. Hij begint te rekenen: het Posthuis trekt jaarlijks 25.000 bezoekers, De Koornbeurs ook, Sneek het dubbele. ,,Die aantallen kunnen de theaters in Drachten en Leeuwarden er helemaal niet bij hebben.’’

Theater Sneek in Sneek: 611 zitplaatsen, 128 bruikbaar

Tegen zijn medewerkers heeft Wiebren Buma, directeur-bestuurder van Cultuur Kwartier Sneek en bestuurslid van de VSCD, zich de laatste maanden wel eens laten ontvallen ,,dat het lijkt alsof we met zijn allen in een pot snot zijn gevallen en niet weten waar we nu naartoe zwemmen’’. Want zo voelt het om een theater te leiden ten tijde van een pandemie. Je doet je best en behoudt de hoop, smeedt voorzichtige plannen, maar je hebt geen flauw idee of het kan, mag, haalbaar is. Perspectief ontbreekt en daar schreeuwen Buma en zijn medewerkers om. ,,We vragen aandacht voor de regio. Artiesten beginnen niet in Carré en ook niet in De Harmonie of in De Lawei. Artiesten beginnen in kleine en middelgrote zalen, zoals bij ons, in Sneek. Die logische keten heb je gewoon nodig.’’

En niemand lijkt oog te hebben voor die keten, preciezer gezegd: voor de middelgrote theaters in de regio, theaters waar jong talent en jonge makers staan geprogrammeerd maar ook grotere namen uit de gevestigde orde. Theater Sneek heeft het verschrikkelijk zwaar: van de 611 zitplaatsen mogen er maar 128 worden bezet. Ondanks de overheidssteun is het tekort dit jaar opgelopen tot 100.000 euro. Dat is precies de reserve waar het theater over beschikt. Buma heeft zitten rekenen: als de theaters volgend jaar niet open mogen en de overheid schiet niet te hulp, dan loopt het tekort in 2021 op tot 750.000. ,,Dan is het einde oefening.’’

Dat is zuur, want het liep eind 2019 net zo lekker. Een stijgende lijn in de bezoekersaantallen, een gewaardeerde speelplek voor gezelschappen. En toen, op 12 maart, ging de stekker eruit. Niet alleen in het theater, maar ook in poppodium het Bolwerk. Inmiddels worden er weer kleine concerten gepland en de kunsteducatie loopt weer als een trein, maar het is nog te stil. Grote zorgen maakt Buma zich over het legertje zzp-ers – licht- en geluidstechnici, vormgevers, decorbouwers – waar Theater Sneek op dreef. Zijn die er na deze crisis nog wel, of zijn ze dan inmiddels omgeschoold? ,,Ik ben echt heel bang dat er uiteindelijk een schreeuwend tekort aan theatertechnici ontstaat.’’

Van de kant van de provincie blijft het oorverdovend stil, vindt Buma. Samen met de noordelijke schouwburgdirecties (NSD) stuurde hij een brandbrief naar de cultuurgedeputeerden van Groningen, Drenthe en Friesland. ,,We kregen een tam antwoord, dus schreven we weer.’’ Tot op heden volgde er geen nader antwoord. Vooral in Friesland is er nauwelijks beweging. Cultuurwethouders en raadsleden tonen weinig belangstelling. ,,Kamerleden hebben me verteld dat de lobby vanuit Friesland echt beroerd is.’’ Vandaar de actie met Brok, gisteren in Sneek, waarbij Buma de noodklok luidde. De boodschap; als dit zo doorgaat, blijven De Lawei en De Harmonie over en raakt de regio iedere theatervoorziening kwijt.

Het grote probleem: de 300 miljoen euro die cultuurminister Ingrid van Engelshoven beschikbaar stelde, kwam terecht bij instellingen uit de Basis Infrastructuur (BIS) en daaraan gelieerde gezelschappen en theaters. ,,De Lawei en De Harmonie staan op dat lijstje ‘BIS-gelieerde theaters’, waarom weten ze zelf ook niet. Maar een ding is zeker: Sneek staat er niet op.’’ Hieruit volgt een ander probleem: de provincie ‘matcht’ subsidie aan dat overheidsgeld. Opnieuw grijpt Sneek dus mis. ,,En Poepjes heeft het dan wel over een ‘tweede tranche’, maar daar horen we verder niets over.’’

Ellende dus, maar Buma en zijn team zitten niet bij de pakken neer, kijken toch naar wat wel kan. ,,We kijken naar meer variatie in het aanbod, andere aanvangstijden, korte, bondige en misschien wel goedkopere programma’s.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct