Golden earring.

Wat Golden Earring wel niet teweeg bracht in Friesland

Golden earring.

Na zestig jaar houdt Golden Earring er noodgedwongen mee op, wegens de ziekte van gitarist George Kooymans. De Haagse band, ooit succesvol tot in Amerika, heeft ook in Friesland zijn sporen nagelaten.

Nog voor het trieste nieuws kwam dat Golden Earring-gitarist George Kooymans niet meer kan spelen omdat hij ALS heeft, was het al een mooi eerbetoon. Het draaiorgel in Leeuwarden dat ineens het beroemde intro van Radar Love speelt – het begin van een op het eerste gehoor bizar klinkende, maar behoorlijk natuurgetrouwe versie van deze Golden Earring-klassieker.

Typisch draaiorgel, typisch Nederlands, deze uitvoering van het beroemdste Golden Earring-nummer aller tijden, de klassieker uit 1973 die deze band ver over de landsgrenzen bracht, zelfs tot in de Verenigde Staten.

Maar Friesland zag de band ook vaak genoeg, bleek uit de stortvloed aan reacties op de oproep in deze krant om herinneringen aan Golden Earring te delen. Ook in de jaren 60 al, toen zanger Barry Hay en drummer Cesar Zuiderwijk nog niet eens in de band zaten en de naam nog Golden Earrings was.

Badpaviljoen

George Kooymans en buurjongen Rinus Gerritsen hadden de band opgericht in het Den Haag van 1961. Ze maakten eerst beatmuziek. Ze neigden al een beetje naar psychedelica en Frans Krassenburg was nog de zanger, toen Anske Smit ze rond 1967 zag in het roemruchte maar niet heel grote Badpaviljoen, op de IJsselmeerdijk even buiten Hindeloopen.

Zij en haar vrienden keken reikhalzend naar het optreden uit. Een kaartje kostte vier toenmalige guldens, best een rib uit het lijf. De vriendenclub maakte eerst een tochtje langs de Hindelooper bloemenvelden en -tuintjes, om, geheel in hippiestijl, enig fleurig groeisel in het ongetwijfeld weelderig lange haar te steken.

De band moet verscheidene malen de boot naar Ameland hebben genomen. Peter Andries Schoute uit Fochteloo ging als puber elk jaar zes weken op vakantie op Boomhiemke, vader was een Amelander. Hij herinnert zich dat hij rond 1966 of 1967 op het jongens-tentenkamp – de boel was destijds nog streng gescheiden volgens geslachtelijke lijnen – met de bandleden rond het kampvuur zat.

loading

Garnalendrogerij

Frans Kappenburg dreef in die tijd het Amelander popcentrum annex discotheek De Kronkel, in een oude garnalendrogerij in de Ballumerbocht, waar zo ongeveer alle toffe Nederlandse bands van die jaren wel speelden. Hij kreeg contact met vroegere zanger Frans Krassenburg, inmiddels opgevolgd door Hay, maar hij regelde nog wel de optredens. Zijn oma woonde in Hollum op het eiland, wat de zaken misschien wat gemakkelijker maakte. Beide partijen werden het eens voor 350 gulden.

Kappenburg meende dat hij de band had gestrikt voor de hele avond, van acht tot twaalf. Maar de mannen, net terug uit de Verenigde Staten (de eerste keer waarschijnlijk), wensten alleen hun ‘Amerikaanse’ set te spelen, van een minuut of vijftig. De rest van de avond zou gevuld worden door een zogenaamd ‘voororkest’, ,,waarvan ik de naam ben vergeten”. Hij vreesde ,,rebellie” bij het publiek, maar niks hoor, ,,geen wanklank. Het optreden was een groot succes, en nog steeds word ik erop aangesproken.”

Libbe Terpstra uit Makkum zag de band het jaar daarop op een ander Waddeneiland: Texel. Hij was al een paar jaar fan toen hij als 17-jarige, met een stel vrienden, per brommer de reis naar Den Burg maakte, waar, in ‘popboerderij’ Sarasani, zijn favoriete band zou optreden.

Er werden beeldopnamen gemaakt, en om een mooi plaatje te creëren kwam er een ‘regenscherm’ aan te pas: een buis met gaatjes erin, waar water doorheen stroomde voor een leuk regeneffect. Feeëriek maar levensgevaarlijk, de bandleden (behalve Zuiderwijk, hoog en droog achter zijn drumstel) werden bijna geëlektrocuteerd. Maar alle partijen overleefden het, en voor Terpstra was dat het begin van een lange verslaving. Hij zag de band op talloze plekken in de provincie, de laatste keer in de Groene Ster bij Leeuwarden in 2017.

Brandend podium

Als rock-’n-roll ook staat voor ‘gevaar’, dan is Golden Earring zeker een rock-’n-roll-band. Men kwam wel eens vaker in linke situaties terecht. Leeuwarder Jan Gaastra , expert in festivalproducties en geluidstechniek, stond beroepshalve op het podium toen de Earring optrad op festival Rider Open Air in het Duitse Scheessel. Er stonden 23 bands op het affiche, maar omdat er echt van alles mis ging traden er maar vijf op: Golden Earring als laatste. Dat liep dus uit op fikse rellen, tot en met een in brand gestoken podium. ,,Cesar Zuiderwijk kon amper zijn drumstel redden.”

Rock-’n-roll, dat is ook seks, niks aan te doen. De aantrekkingskracht van de mannen loog er niet om, zeker niet in hun jonge jaren. Klaasje Jonker uit Leeuwarden was 12 toen ze, in 1968, voor het eerst de band hoorde. Ze was op slag smoorverliefd op die knappe George Kooymans, de mooiste jongen op het singlehoesje. Zo erg zelfs dat ze iets later, op tienertoer, zeven van de acht dagen naar Den Haag trok, naar de straat waar Kooymans had gewoond. Daar stonden steevast meer meisjes. ,,En later maar tegen iedereen vertellen dat ik George echt had gezien. Natuurlijk was dat niet waar.”

Of het ooit wat had kunnen worden tussen George en Klaasje, het valt te betwijfelen. Van Barry Hay weten we het beslist niet zeker, maar George is altijd trouw gebleven aan zijn Melanie, de zus van bassist Rinus Gerritsen (broer Rob is nog steeds manager van de band). Toen het even uit was, toevallig wel in 1968, was Kooymans daar zo ondersteboven van dat hij het nummer Just A Little Bit Of Peace In My Heart schreef, een dikke hit.

Golden Earring besteedde een groot deel van de jaren 70 aan pogingen tot doorbreken in het buitenland en dan vooral de Verenigde Staten, in de slipstream van klassieker Radar Love . Ze kwamen een heel eind en leidden een luxe leventje on the road. ,,Het kon allemaal niet op. Tot we de rekeningen thuis kregen”, herinnerde toetsenman Robert Jan Stips, in die tijd bandlid, zich in deze krant.

Voor Friesland was het maar goed dat die doorbraak er uiteindelijk niet kwam. In plaats van eindeloos door de States toeren, daar kregen ze uiteindelijk flink heimwee van, kwam de band zeer regelmatig naar hier. En wel zo ongeveer overal, en heel vaak. Bij de legendarische reeks concerten in de Leeuwarder Beurs in 1979 waar zo’n 1500 man in het leegstaande rijksmonument gepropt werden, herinnert mede-organisator Peter Bruinsma (namens jongerencentrum Hippo) zich nog. En ettelijke keren in park Heremastate in Joure, het dorpsfeest van Kollumerzwaag.

Dorpsfeest

Dorpsfeesten, ze voelden zich er niet te goed voor en voor een geintje ook niet, trouwens. Begin jaren 90 stond de band op het sportveld van Sint-Annaparochie, weet Jan de Groot . In de kleedkamer (annex kantine) lagen nog de enorme ballen van papier-maché, gebruikt bij het 60-jarig jubileum van de plaatselijke voetbalclub. Volkomen logisch dus dat de muzikanten die ballen over het hoofd trokken, als zodanig opkwamen en het hele eerste nummer uitspeelden.

Menige Fries heeft goede herinneringen aan persoonlijke ontmoetingen met de bandleden. Richard Jansen werd als jong broekie in IJlst door Cesar Zuiderwijk geïnspireerd om te gaan drummen. Als 14-jarige bezocht hij een drum clinic die Zuiderwijk gaf in Drachten, en maakte vol zenuwen een praatje met zijn held. Die nodigde hem prompt uit voor het concert in Leeuwarden, een half jaar later, en schreef zijn naam op een kassabon.

Eenmaal in Leeuwarden aangekomen stond hij niet op de gastenlijst. Gelukkig liep Zuiderwijk net langs de kassa, waar zijn jonge fan die teleurstelling stond te verbijten. En ja hoor, ,,daar kwam diezelfde, nu ietwat verfrommelde kassabon uit zijn broekzak en daarop stond mijn naam.”

Leeuwarder Sytze Boorsma trof ooit Rinus Gerritsen en Robert Jan Stips op een platenbeurs. Hij vroeg hen om het pas aangeschafte album Nevergreens te signeren. Gerritsen weigerde dat, ,,half verontwaardigd. ‘Het is zijn plaat, hoor’. Hij was compleet vergeten dat hij er zelf op meespeelde. Handtekening alsnog gekregen, gelukkig.”

Zuiderwijk en Gerritsen maakten steevast de meeste lol met de fans, weet Klaas Koopmans uit Dronrijp. Hij stond er vaak genoeg met de neus bovenop. ,,Barry wie altiten de macho en George de man op de eftergrûn.” Koopmans was in de jaren 90 vaste fotograaf voor het fanclubblad en heeft, niet alleen om die reden, de band ,,wol mear as 150 kear” gezien. De laatste keer in Ahoy te Rotterdam, ,,net wittende dat dat echt foar it lêst wie. In tige dramatysk einde.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Muziek
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct