Juist in deze tijd schreeuwt de mensheid om contact. Wat zegt muziek daarover? Kerstliedjes niet meegerekend. Dan liever dansen, als het weer kan. Een rondgang, van Joy Division naar lovers rock .

Beluister via deze link de genoemde nummers in dit artikel op Spotify.

De soundtrack voor deze tijd, voor het coronatijdperk, werd geleverd door een band die veertig jaar geleden abrupt ophield met bestaan. Een week of wat na de zelfmoord van zanger Ian Curtis, en dat was op 18 mei 1980, verscheen Closer , de tweede elpee van de Britse groep Joy Division. Met daarop Isolation - een relatief luchtig synthesizergestuurd nummer, afgezet tegen de rest van hun oeuvre, maar in ieder geval qua titel beslist passend bij nu: isolatie, afstand houden.

Dat geldt voor meer nummers, blijkt als we het oeuvre van deze band weer eens draaien. ‘ Please keep your distance / The trail leads to here , zingt Ian Curtis in Candidate : een profetie over de anderhalvemetersamenleving. Incubation heet een instrumentaal nummer, oorspronkelijk verschenen op een flexidisc.

Transmission dan, een single - gaat dat over besmetting? Besmette types eindigen voorlopig in een Colony , ook van Closer (en met vermoedelijke dank aan het verhaal In der Strafkolonie van Franz Kafka). Met de regels: ‘ A cry for help, a hint of anesthesia / The sound from broken homes / We used to always meet here .

Het leidt allemaal tot Disorder , het openingsnummer van debuutalbum Unknown Pleasures , en tot een Atrocity Exhibition , het gruwelkabinet vol krassende gitaren en roffelende drums waarmee Closer van start gaat. ‘ For entertainment they watch this body twist ’, zingt Ian Curtis in dit nummer, waarvan hij de titel leende van de nogal on-utopische auteur J.G. Ballard.

Het klinkt allemaal wel erg profetisch. Maar natuurlijk zong Ian Curtis niet over corona. Hij had het over de neurosen en de struikelblokken van zijn tijd (en over zijn persoonlijke demonen, die hem dreven tot zelfmoord op zijn 23ste). Maar dat de metaforen die hij gebruikte zo goed bij de knelpunten van vandaag passen, biedt toch ook wel weer een soort gedeelde ervaring, over de decennia heen. Een vorm van troost.

Het is weer een ander soort verbinding dan kerstliedjes ons bieden, hoe immergroen (als een denneboom ) die ook zijn. Al is het misschien ook weer niet voor niets dat New Order, de band die de overlevende leden van Joy Division vrijwel onmidddelijk na die tragische zelfmoord optuigden, de wereld verblijdde met twee kerstnummers op flexidisc - nogal krakkemikkige bewerkingen van Ode To Joy en Christmas Carol . Desondanks doet dat plaatje tegenwoordig zo rond de 70 euro.

Die flexidisc werd destijds gratis toegestuurd aan leden van The Haçienda, de hippe nachtclub die overeind gehouden werd met geld van New Order. Een paar jaar later was diezelfde Haçienda het Britse brandpunt van de houserevolutie: verbinding zoeken op de dansvloer, een gemeenschap die deint op 120 beats per minute . Eigenlijk gaan kerstliedjes ook over verbinding en gemeenschap, maar dan in foute truien en met kerstversiering. Zo gezocht is die gedachtensprong niet.

New Order sloeg een muzikale richting in die leidde tot veel drukte op dansvloeren wereldwijd. Anno 2020 is Bernard Sumner, die in New Order de rol van frontman erfde van Ian Curtis, herstellende van corona. Fans maken zich bezorgd over zijn stem, voor corona ook al fragiel en niet heel toonvast.

Contact. In zekere zin gaan alle liedjes, gaat alle muziek daarover. Ook als ze niet Kontakt heten, zoals het liedje met die titel van Frank Boeijen (‘Ik wil contact’, juist). Van Touch Me van The Doors tot Cheek To Cheek , gezongen door onder anderen Frank Sinatra en Rod Stewart (het werd geschreven door Irving Berlin, voor de musical Top Hat ). Allemaal vormen van contact die nu even wat minder voor de hand liggen. Explicietere liedjes over explicietere vormen van contact laat ik hier maar even achterwege.

Maar woorden zijn maar woorden, ook al zijn ze vaak onlosmakelijk met muziek verbonden. Maar bij muziek zit de essentie ergens anders, ook als het gaat om contact, om gemeenschappelijkheid. Joy Division ontroert nog altijd door de stem van Ian Curtis, door de innovatieve muziek: soundscapes, een geluidsdecor bij innerlijke gemoedstoestanden.

Aan de meer hedonistische kant van het spectrum is dansen echt een ding. Dansen is een uiterst fysieke manier om muziek te ervaren. Daarbij gaat het vooral om de gemeenschappeiijke beleving: met zijn tweeën, zoals bij de klassieke wals of foxtrot, of als collectief, zoals op de hedendaagse dansvloeren en, trouwens, vanouds in vele niet-westerse samenlevingen.

Ik kijk naar Small Axe , de serie van vijf films die Steve McQueen (de zwarte Britse filmmaker van onder andere Twelve Years A Slave , niet de overleden Amerikaanse acteur) maakte voor de BBC. DIe reeks gaat over het reilen en zeilen van de zwarte gemeenschap in Groot-Brittannië. Racisme, onderhuids of expliciet, is aan de orde van de dag in deze films, die zich grotendeels afspelen in de jaren zeventig en tachtig. Altijd actueel.

Sommige gaan over politieke processen en andere acties. Maar de aflevering Lovers Rock wijkt af van dat stramien. Die speelt zich af op een feest, ergens eind jaren zeventig zo te zien - de tijd dat in Manchester, een paar honderd mijl noordelijker, Joy Division zich ging roeren.

Plaats van handeling: een Londense huiskamer, maar met entree en een portier aan de deur. Het is een dance , een dansfeest, en wel vooral gewijd aan de muziek uit de titel: lovers rock, de zwoele, op liefde en lichamelijk genot gebouwde variant van de Jamaicaanse reggae, vooral geliefd bij vrouwen.

Er zijn wat verwikkelingen: de gebruikelijke, over strubbelingen tussen mannetjes en vrouwtjes, over macho’s met grote mondjes en losse handjes. En, inderdaad, politie die eens komt kijken wat dat moet, zo’n huis vol zwarten, en een paar bleekgezichten in de verte die zich racistisch opstellen. Maar dat is niet de essentie van deze film. Ook al zei McQueen: ,, Lovers Rock gaat over een veilige plek in een vijandige wereld.”

Het zit hem in de uitgebreide dansscènes. Daarin is McQueen vrij extreem (maar zo kennen we hem ook): het grootste deel van de film gaat er mee heen. Eerst de opbouw en het testen van het sound system : één draaitafel maar wel knoeperts van boxen voor de juiste versterking van vooral de bassen. En een MC ( master of ceremonies) die de boel aan elkaar praat en ook rustig over de plaatjes heen kletst in sappig Jamaicaans patois : zo deden ze dat daar in de jaren zestig al en dat is een van de bloedlijnen van de hiphop.

McQueen filmt de gang van zaken in rustig tempo, met die lome en toch opzwepende reggaegrooves als motor. Omdat het gaat om lovers rock, zijn de paartjes al snel gevormd. De camera zit ze dicht op de huid, als handen zich nestelen op heupen, op billen. Benen bewegen zich sierlijk op die ritmes, de rest van het lichaam volgt. De dansers zijn gericht op die ritmes, en op elkaar. Contact. Je gaat er vanzelf naar smachten, om dit rare tijdsgewricht en om die uitnodigende muziek.

Lovers rock, het genre, is eigenlijk vrij emancipatoir omdat het vrouwen zo aanspreekt en omdat er ook veel vrouwelijke stemmen te horen zijn, meer dan elders in de Jamaicaanse muziek. Maar in de climax van deze film gaat het anders. In die climax zet de selector keer op keer hetzelfde nummer op: een heftig instrumentaal nummer dat Kunta Kinde Dub heet, van The Revolutionairies: drijvend op echo’s, donderdrums en als contrast een ijle melodica.

De massa, en nu vooral de mannen, gaat te keer als een malle. Het is, ook daarom, een bezwerende en verslavende scène. Dansen, schreeuwen, over de grond rollen als door geesten bezeten. En dan nog eens: de rewind . Een uitbarsting van puur mannelijke, extatische, haast agressieve energie. (Wat deden de vrouwen? Een scène eerder zien we twee vrouwen lief zoenen, boven in een slaapkamer.)

Waar ook weer een subtekst in zit, een venijnige onderlaag. Kunta Kinte Dub is vernoemd naar Kunta Kinte, de held uit het boek (en vervolgens de televisieserie) van Alex Haley. Kunta Kinte, de trotse zwarte man die uit Ghana werd ontvoerd om in Amerika als slaaf te zwoegen - een lot dat hij deelt met de voorouders van de aanwezigen. Hij weigerde te luisteren naar de naam die zijn ‘eigenaar’ voor hem had bedacht, de ‘slavennaam’ Toby. Liever bleef hij Kunta Kinte en liet hij zijn voet afhakken.

De, of een, mogelijke, moraal: dat krijg je ervan, van te veel mannelijke energie. Laat liever de vrouwen dansen met de mannen, op verleidelijke ritmes. Met liefde als motor. Dan krijg je contact. En dat komt heus wel weer.

Ian Curtis hield erg van reggae.

Beluister via deze link de genoemde nummers in dit artikel op Spotify.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Muziek
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct