.

Popmuziek is geobsedeerd door het eigen erfgoed: pleidooi voor de schok van het nieuwe

. Foto: KIPPA

Van tributebands tot uitgebreide deluxe -heruitgaven: popmuziek lijkt geobsedeerd door het eigen erfgoed. Goed, slecht, onvermijdelijk of alledrie? Een pleidooi voor de schok van het nieuwe.

Bij een select groepje fijnproevende muziekliefhebbers met een lange adem en een goed geheugen ging er een schokje door het lijf. Want ineens stond-ie daar, op Spotify. It’s Like A Daydream, Exploding Again , de enige elpee van de Friese new wave-band The Toylets, uit 1982. Plus alle singlekantjes: het complete verzamelde werk van de band uit Sint-Nicolaasga, die destijds ook landelijk wat potjes wist te breken.

Ein-de-lijk!, zei de liefhebber, die misschien niet wist waar zijn exemplaar van die elpee, die singles en die flexidisc (bij het Leeuwarder kunst/cultblad Het Bestaan ) gebleven waren. De boel bracht het nooit tot een cd-release.

Slinger ‘m aan en je hoort een band die duidelijk onder de indruk was van de Britse band The Cure. Zowel de zang als de gitaarklank van frontman Paul Dokter leken onfatsoenlijk veel op die van Robert Smitt. Maar toch hoor je iets eigens in de muziek, een nerveus funky randje. Dat had nog wat kunnen worden, als Dokter de geschiedenis van zijn band niet danig had gekortwiekt door er in 1983 de stekker uit te trekken.

Een jaar of wat later meldde hij zich weer, met Theo de Jong aan zijn zijde - die maakte precies een half optreden, het allerlaatste, deel uit van The Toylets. Hun debuutalbum Barefoot And Pregnant uit 1990 werd een bescheiden nederpopklassieker, louter goede recensies, hier gebeurde wat jongens. Rimpels misschien in de woeste zee van de popgeschiedenis, maar toch, we kunnen ‘t weer beluisteren.

Deluxe-behandeling

Anders dan die Toylets-plaat verscheen Barefoot And Pregnant wel opnieuw, op cd, in 2013. En die reissue kreeg de deluxe -behandeling, met een extra schijf gevuld met demo’s en dergelijke (die staat niet op Spotify). In datzelfde jaar werd die plaat integraal uitgevoerd op het Leeuwarder festival Welcome To The Village, door een stel Friese en Nederlandse muzikanten. Dokter en De Jong lieten zich er niet zien, zoals er verder ook weinig van hen vernomen is. Aan sommige mensen is hun eigen talent niet besteed.

Niet iedereen kan de confrontatie met het verleden aan, maar in de popmuziek van vandaag de dag is dat juist schering en inslag - terugkijken, op wat inmiddels erfgoed is geworden. Een verdienmodel (al zullen Dokter en De Jong wel niet binnenlopen van de Spotify-draaibeurten) maar ook een onvermijdelijke ontwikkeling in een kunstvorm die onderhand ook al aardig op leeftijd komt.

Dus wordt dat erfgoed gekoesterd en geëxploiteerd. Met uitgebreide heruitgaven ( reissues ), tot en met dikke (en dure) cd-boxen waarvoor de archieven compleet binnenstebuiten worden gekeerd. Met coverbands en tritubebands, die het repertoire van de grote voorbeelden bij voorkeur zo perfect mogelijk naspelen, waarbij creatieve inbreng nadrukkelijk niet de bedoeling is. Er is één Pink Floyd, één Queen, maar overal ter wereld honderden, zo niet duizenden tributebands die dat oeuvre levend houden.

En met bands die het nog maar eens proberen, die vergeten zijn waarom ze ook weer uit elkaar gingen en op reünietournee gaan. Reunited and it pay so good , noemt Simon Reynolds dat (met een knipoog naar hit Reunited van soulduo Peaches & Herb, uit 1978) in zijn boek Retromania , uit 2011.

Dat erfgoed lijkt met de pop op de loop te zijn gegaan, constateert Reynolds in dit even lijvige als leesbare boek. Hij zet het ook allemaal op een rij, van al die meer of minder onzalige reünies tot de bands die zich door dat verleden laten inspireren, van de invloed van digitale media (cd, Spotify) tot de meer bizarre uitlopers van deze ontwikkeling: een re-enactment in 2003 alweer in het Londense kunstcentrum ICA, van een berucht concert van rockgroep The Cramps in 1978 in Napa State Mental Hospital, een Californisch krankzinnigengesticht (beelden van dat oorspronkelijke concert staan op YouTube - een verheffende ervaring).

Afzetten tegen vroeger

Die oriëntatie op het verleden - heel lang paste dat totaal niet bij de popcultuur. Pop was immers iets van nu, van het moment, van een nieuwe tijd, afzetten tegen vroeger, tegen ouders, tegen stoffigheid. Toen de Leeuwarder Courant in 1968 een concert van de ruige Britse band The Pretty Things in Harlingen aankondigde (dat concert liep danig uit de hand, vechtpartijen en alles, dat waren nog eens tijden) gebeurde dat met de woorden ‘bijna een stukje jeugdsentiment’. The Pretty Things waren net vijf jaar bezig, hun beroemdste album S.F. Sorrow , de eerste rockopera ter wereld, moest nog komen.

En begin jaren tachtig, toen ik best onder de indruk was van die Toylets, was 1968 weer heel ver weg. Bands als The Pretty Things zeiden ons niks, bezig als we waren met het betrappen van de tijdgeest. Joy Division, New Order, dat soort bands, die waren daar goed in. Over een paar weken hebben we dus de zoveelste heruitgave van Closer , de prachtige, dan veertig jaar oude tweede elpee van Joy Division - ook al zo’n band waarvan nu wel elke snipper is uitgebracht.

Popmuziek heeft nu een geschiedenis die, afhankelijk van hoe je rekent, een kleine zeventig jaar teruggaat (volgens velen was Rocket 88 uit 1951, van Jackie Brenston maar eigenlijk zat Ike Turner erachter). Nog niks vergeleken met eeuwen klassieke muziek, maar het begint in de buurt te komen. En dus is er ook steeds meer om op terug te kijken.

Wat dat betreft loopt de jazz ook weer een stukje voorop: de eerste jazzplaten kwamen rond 1917 onder de mensen. De boxenmanie in de jazz begon dus ook eerder: in 1978 kwam The Complete Savoy Studio Sessions uit, van altsaxofonist en bebop-pionier Charlie Parker. Vijf elpees, met soms wel acht versies van hetzelfde nummer - snippers van luttele seconden zelfs.

Covers zijn niks nieuws

Covers spelen, dat is op zich niks nieuws. De jazz draaide er lange tijd op. De debuutalbums van Beatles, Rolling Stones, Bob Dylan en Grateful Dead waren grotendeels opgetrokken uit andermans liedjes. Vrijwel elke band in de jaren zestig vulde zijn repertoire bij optredens aan met covers. Revivals van oudere stijlen had je toen ook al: de jaren vijftig waren nog geen tien jaar achter de rug of Sha-Na-Na, net een half jaar bezig, stond al op Woodstock, 1969 - al droop de camp er wel af, kijk wederom op YouTube.

Ah ja, YouTube. En Spotify. In 1969 speelde Sha-Na-Na die oude rock-’n-roll-nummers een welbewust stuk sneller dan de originelen: vervormd door de herinnering en de opwinding die dat teweegbracht. De originelen zelf lagen in die tijd lang niet altijd voor het grijpen. Hoe anders is dat in deze tijd, waarin je vrijwel alles kunt zien en horen op de streamingdiensten en het reissue-virus niet alleen uitgebreide heruitgaven en cd-boxen biedt, maar ook liefdevol en met kennis van zaken samengestelde compilaties van allerlei genres.

Dat maakt het wel een stuk gemakkelijker om je te vergrijpen aan oeuvres uit vroeger tijden. Als passief consument en als actief muzikant, in een meer of minder lucratief cover- of tributeproject. Partituur, tabs (de akkoorden voorgekauwd), vaak zelfs ‘geïsoleerde’ instrumentale partijen: het is maar een paar klikken ver weg.

Symfonie-orkest als coverband

Zo is het wel heel gemakkelijk om dat erfgoed uit het verleden te herscheppen. Net als in de klassieke muziek!, roept u nu, een symfonie-orkest is immers ook niks anders dan een coverband! Klopt, maar in die wereld komt er wel een element van interpretatie om de hoek kijken, terwijl het er in het cover- en tribute-circuit juist om gaat de originelen zo dicht mogelijk te benaderen (‘is het echt of is het Memorex’, zeiden we , toen cassettes nog een ding waren).

Wat ook allemaal zo erg niet is, ieder zijn ding. Waar ik wel bang voor ben is dat die fascinatie voor dat erfgoed de nieuwsgierigheid naar het nieuwe in de weg gaat staan. In de klassieke wereld is precies dat gebeurd: hedendaagse componisten bijten op een houtje, terwijl de grote namen van de ‘canon’ de cd-markt en (straks, als het weer kan) de concertpodia blijven beheersen.

Erg goed oke, prachtig zelfs, maar laten we hopen dat temidden van veertigjarig jubileum-zus en tributeband-zo in pop (en omliggende terreinen) de schok van het nieuwe de drijvende kracht blijft.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct