Muziekblad Oor bestaat vijftig jaar. Dat viert de jubilaris met een 3,5 kilo wegende stoeptegel van een boek: Want more? Het beste van 50 jaar Oor . Een bundeling van de beste verhalen en iconische foto’s die niet alleen de tijdgeest maar ook de popcultuur van de afgelopen halve eeuw weerspiegelt.

Oor is een instituut. En zolang ik leef haast een vanzelfsprekendheid. Net als voor Bart Chabot die in het voorwoord zijn vroegste herinnering deelt. Hij weet het nog, hij zat op de middelbare school. ‘Hield je de nieuwe Oor in handen, dan stond je min of meer rechtstreeks in contact met de wondere wereld van de rock-’n-roll.’

Zelf koop ik als nieuwsgierig 16-jarig jochie mijn eerste exemplaar van het muziekblad. Het is juni 1984. Op de cover een door Anton Corbijn geschoten foto van Echo and The Bunnymen met een prikkelende uitspraak van zanger Ian McCulloch: ‘Wij zijn Shakespeare, de Simple Minds zijn shit.’ Alfred Bos zal er een zware kluif aan hebben gehad de zelfingenomen Engelsman te interviewen. ‘Ik ben er nog nooit uitgeluld in een interview omdat ik altijd intelligenter ben dan de interviewer.’ Toch weet Bos acht pagina’s vol te schrijven. ‘Jezus is er al een tijdje niet meer en ik zou best ’ns de volgende kunnen zijn. Snap je, zou kunnen.’ Aan zelfoverschatting geen gebrek.

De new wave waarmee ik opgroei, raakt halverwege de jaren 80 over het hoogtepunt heen. En de gretigheid waarmee ik tweewekelijks Oor verslind, neemt in de jaren 90 geleidelijk af. Waarom dat zo loopt, weet ik niet eens precies. Misschien wordt Oor te mainstream in mijn beleving. Aanvankelijk laat ik me opvoeden en kijk ik op tegen de in mijn ogen gezaghebbende connaisseurs die een wereld voor me openen. Maar na de jaren der verwondering neem ik minder aan van de recensenten met zendingsdrang of een te dominante zweem van betweterigheid. Zo gaat dat als je ouder wordt en de magie enigszins verdampt. Maar zeker in de tijd voor internet blijft de tweejaarlijks uitgegeven popencyclopedie van Oor een welkom naslagwerk.

loading

loading  

De impact van een recensie

Mijn eigen ambities in de popjournalistiek leef ik ondertussen uit in een van de voorlopers van het Dagblad van het Noorden : de Drentse Courant . Het is de krant die in het hoofdstuk over Cuby & The Blizzards wordt genoemd, omdat Eelco Gelling en Harry Muskee er respectievelijk als leerling-fotograaf en corrector kortstondig voor werken. Eind 2002 dank ik Oor op mijn blote knieën als René Megens de debuut-cd Strange van mijn band Whipster de hemel in prijst en uitroept tot ‘Nederpopplaat van het jaar’. Het zal mede aan deze recensie te danken zijn dat we vervolgens op Noorderslag mogen spelen. De impact van een goede recensie in Oor zal tegenwoordig minder zijn, maar wij hadden ons momentje mooi te pakken.

Hoe de wereld is veranderd, is prachtig terug te zien in het imposante boek dat er nu ligt. Het is meer dan een bundeling van beste verhalen (45) van mannen als Bert van de Kamp, Peter van Bruggen, Herman van der Horst en Erik van den Berg. Verhalen over Lou Reed, Urban Dance Squad, Amy Winehouse, Nirvana en Blondie, ze staan nog fier overeind.

Opvallend, Fela Kuti is in 1981 de eerste Afrikaanse muzikant die door Oor wordt geïnterviewd. ‘Het was een regelrechte cultuurshock.’ En dan de soms iconische foto’s van onder meer Anton Corbijn, Gijsbert Hanekroot en Rudy Leukfeldt, vierduizend zijn het er. Van Bob Marley, David Bowie, Kate Bush, Björk, U2 en Townes Van Zandt. De foto die Kees Tabak schiet van Prince die de hals van zijn gitaar likt tijdens zijn Nederlandse podiumdebuut gaat de hele wereld over. ‘Qua gender gap heeft Oor nog wel 50 jaar te gaan’, staat er met gevoel voor zelfkennis bij enkele door Hester Doove gemaakte foto’s. Inderdaad, net als schrijven over popmuziek is het fotografisch vastleggen nog altijd een door witte mannen gedomineerd wereldje.

Frank Zappa gaf zijn nummer

Wat het meest opvalt, is hoe benaderbaar sterren ooit waren voor popjournalisten. Barend Toet gaat in 1971 doodleuk op tournee met The Band. ‘Ze hebben me geen strobreed in de weg gelegd … Ik kon gewoon mijn gang gaan. Zo ging dat in die tijd. Ik stapte gewoon op Frank Zappa af, die gaf gewoon zijn nummer en dan mocht ik bij hem thuis langskomen.’ Constant Meijers is in 1973 de eerste Nederlandse journalist die Roxy Music interviewt. Als even later Brian Eno uit de groep wordt gezet, meldt hij zijn reactie in Oor . ‘Enkele weken later komt Eno om zijn zinnen te verzetten een paar dagen bij me logeren in de Bijlmermeer.’

Peter van Bruggen zegt nooit onder de indruk te zijn geweest van het grillige gedrag van sommige popartiesten. ‘Wilde Debbie Harry onder de dekens blijven, prima. Wilde Van Morrison ruzie maken, dan maakten we ruzie. En wilde Patti Smith fluisteren, dan fluisterde ik mee.’

De nu wereldberoemde fotograaf Anton Corbijn maakt in 1972, als 17-jarige, zijn eerste foto’s op de Groningse Grote Markt. Van Solution. Een jaar daarna legt hij de eveneens lokale helden The Rocking Tigers vast. ‘De eerste band ooit die me betaalde. Daarna heb ik nooit meer wat van ze gehoord.’ Corbijn groeit uit tot hoffotograaf van Oor nadat hij in de provincie Groningen Herman Brood ontmoet. ‘Herman was mijn eerste, en wellicht beste, onderwerp waar ik ‘huisfotograaf’ van werd.’ Veelzeggend is Corbijns verklaring voor zijn vertrek naar Engeland na het verschijnen van Unknown Pleasures van Joy Division. ‘Muziek was daar een onderdeel van het leven, het betekende erg veel – erop of eronder – terwijl het hier toch meer als een hobby aanvoelde, iets dat je erbij deed. Dat sprak me aan, die mentaliteit.’

loading

loading  

Liefde en tijd

Het zijn de diepgravende reportages, waarvoor soms verre reizen naar bijvoorbeeld Jamaica worden ondernomen, die de meeste indruk maken. Die paginavullende verhalen nemen je als lezer mee op avontuur. Daar kunnen de resultaten van interviews die artiesten aan de lopende band afwerken in hotelkamers niet aan tippen. Die hotelsessies met loerende pr-adviseurs erbij zijn van alle tijden, maar het lijkt alsof er – vermoedelijk onder invloed van het mechanisme tijd is geld – geleidelijk aan niets anders meer mogelijk is.

De liefde en tijd die in vooral die oudere verhalen is gestoken, zonder de recentere hoogtepunten tekort te willen doen, is bewonderenswaardig. De betrokkenheid druipt ervan af. Misschien is dat de reden voor de nadruk die in het boek wordt gelegd op artikelen uit de eerste kwart eeuw. Voor het romantiseren van vervlogen tijden moet je uitkijken, maar je ontkomt bij het doorbladeren niet aan de indruk dat vroeger inderdaad veel beter was. Minder beperkende regels en een minder door commercie gedreven muziekindustrie.

Peter Pontiac

Dit boek is een ode aan de lang niet altijd even serieus genomen popjournalistiek, de popcultuur en iedereen die heeft meegewerkt aan het blad. Van grondleggers als Barend Toet, die een breed opgezet, keihard en swingend muziekblad voor ogen had met aandacht voor pop, blues, jazz en moderne klassieke muziek. Tot illustratoren als Peter Pontiac wiens nalatenschap volgens het boek in een prestigieus museum moet komen te hangen. Iets voor het Groninger Museum?

Deze jubileumuitgave, onder redactie van huidig hoofdredacteur Koen Poolman, is een document dat de tijdgeest weerspiegelt. En terwijl tal van muziekbladen in binnen- en buitenland sneuvelden, doorstaat Oor alle stormen. Columnist Hooijer haalt achterin, op pagina 535, de afscheidswoorden uit 1989 aan van hoofdredacteur Jan-Maarten de Winter: ‘Dit blad gaat ons allemaal overleven.’

De muzieklijst van Oor op Spotify:

Je kunt deze onderwerpen volgen
Muziek
muziek
Cultuur
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct