Detail uit ‘Gezicht in de Prinsentuin’ van J.C. Greive jr., uit 1883.

De Prinsentuin in Leeuwarden: een park vol muziek

Detail uit ‘Gezicht in de Prinsentuin’ van J.C. Greive jr., uit 1883.

Wat is een wandelpark zonder muziek? In de twee eeuwen dat de Prinsentuin in Leeuwarden bestaat speelden daar brassbands, de Berliner Philharmoniker en natuurlijk Herman Brood. Was het bij de een ademloos stil, bij anderen kwamen klachten.

Toen de Prinsentuin in Leeuwarden ongeveer honderd jaar als park had gediend, dus aan het begin van de vorige eeuw, kwam de 8-jarige Nol Rieske, het zoontje van een rechter, er voor het eerst. Met zijn moeder, voor een concert en een versnapering.

‘Schaduwrijker kan men zich al geen tuin op glooiend verbrede stadswallen voorstellen’, beschreef hij jaren later. Hij herinnert zich ‘grasperken, waar men lopen mocht’, kooien met vogels, andere kinderen om mee te spelen en de centrale vijver. ‘Aan de overkant van die vijver zaten mensen op onafzienbare rijen stoelen, hier en daar met tafeltjes ertussen. Op bijna alle tafeltjes stonden glazen melk’. Kelners liepen er rond en serveersters met witte schorten.

loading

Daar was ook de muziekkoepel, die er nog steeds staat, met de bustes van Beethoven, Mozart en Wilhelmina (prinses toen die koepel in 1881 werd gebouwd, koningin toen Nol Rieske er rondkeek). Een blaasorkest speelde er Stars and stripes forever , de aanstekelijke mars van John Philip Sousa. En Nol ziet voor het eerst Trix, de bleke dochter van de dirigent, en is op slag verliefd.

Bovenstaande komt uit De koperen tuin , de roman van Simon Vestdijk uit 1950, waarvoor hij putte uit zijn jeugd in Leeuwarden. De roman wordt misschien weinig meer gelezen, maar leeft voort in de naam van de uitspanning in het park, er is een televisieserie van gemaakt (met opnamen in een Oostenrijks park, overigens), in 1993 is de roman in zijn geheel in de muziekkoepel voorgelezen door bekende Nederlanders en pianist Christiaan Kuyvenhoven baseerde er een muzikale voorstelling op, die hij in 2016 op een ponton in de parkvijver uitvoerde.

Wandelplaats

Koning Willem I schonk de tuin in 1819 aan de stad Leeuwarden, op voorwaarde dat ‘de gezegde tuin bij voortduring in stand gebouden worden en op den bestaande voet tot wandelplaats voor de ingezetenen bestemd blijve’. Tuinarchitect Lucas Roodbaard nam de tuin onder handen, en maakte er een romantisch geheel van met slingerende paden, doorkijkjes, een grotere vijver met bruggetje.

loading

Het was de bedoeling dat het publiek zich er zou gedragen, maakte de burgemeester in 1822 bekend. Wie van de paden afweek en over grasperken of jonge aanplant zou lopen, wie bloemen plukte of takken afbrak, die werd er uitgezet.

Een kleine tentoonstelling over tweehonderd jaar Prinsentuin in het Historisch Centrum Leeuwarden laat zien hoe de koninklijke wens is uitgekomen. In juli 1830 kwam de koning zelf kijken hoe het geworden was, voor die gelegenheid werd het park feestelijk verlicht en was er een vuurwerk. En nu het Nederlands koningshuis zes generaties verder is, is het nog steeds een geliefde wandelplaats in de stad.

Veel muziek gemaakt

Maar de Prinsentuin is meer dan dat. Het is ook een plaats waar tot in onze tijd veel muziek is gemaakt. Voor de huidige muziekkoepel stond er een andere, ongeveer waar nu het verzetsmonument is, een rond bouwwerk van zuilen met een bolvormig dak naar een ontwerp van Roodbaard. In 1951 is het afgebroken omdat het een bouwval was geworden.

Wekelijks waren er zondagsconcerten, en nu en dan extra grote evenementen met muziek. Zo was er in 1834 een feest voor zo’n zeshonderd leden van de mobiele en dienstdoende schutterij. Dat was een soort openbare ordedienst, ingesteld met een landelijke wet in 1827: voor elke vijftig inwoners van een stad moest één man van tenminste 25 jaar vijf jaar in dienst, en daarna nog vijf jaar op reserve. Maar toen in 1830 België zich begon te roeren, dat zonder inspraak aan het Koninkrijk der Nederlanden was toegevoegd, werden de schutters uit voorzorg gemobiliseerd.

loading

Nu, in 1834, waren ze weer terug en kregen ze een heldenonthaal. In de Prinsentuin stonden borden Leve de Koning, Welkom Dappere Schutters, Ontvang Frieslands Dank , er waren lofredes en elke schutter kreeg een pijp, tabak, een fles wijn, wittebrood en kaas. Duizenden toeschouwers woonden het bij en hoorden de muziek die er voor hen gespeeld werd.

De boomen

Het meest werd er harmoniemuziek gespeeld, zeker op de zondagmiddagconcerten waarvoor je kaartjes moest kopen, dus blazers en slagwerk. Daar was het park geschikt voor. Hoewel: een muziekkenner als Maurice Hageman, die in Leeuwarden concerten organiseerde, een muziekschool had en meewerkte aan de opening van de Harmonie in 1881, had wel wat aanmerkingen. Eerst prijst hij de dirigenten die hun klanken ‘door de boomen van den Prinsentuin doen weergalmen’, maar ‘wanneer ik zeg de boomen dan is dat in letterlijken zin op te vatten, want onpractischer, slechter gelegen kiosk (muziekkoepel, red.) heb ik nimmer gezien’.

‘Toch is de Prinsentuin voor volkstuin uitnemend geschikt, en heeft Nederland weinig zulke gelegenheden aan te wijzen’, aldus Hageman (naar wiens zoon Richard een aquaduct bij Leeuwarden is genoemd). ‘Het terrein veroorlooft een ruim en aangenaam uitzicht, de vijver en de groote kastanjeboomen geven koelte en schaduw, de bloemen en heesters afwisseling en aroma, kortom het is een werkelijk lieve plek en niet het minst aangenaam, wanneer de vogels de eenige instrumentalisten zijn er er geen muziek, gejoel, gerij met kinderwagens enz. is’. Met andere woorden: hoe stiller het er is, hoe beter.

loading

Natuurlijk gingen de concerten door. De Groninger harmonie Bekker, de Guides uit Brussel, het regiment grenadiers en jagers, allemaal speelden ze in de Prinsentuin. Af en toe werden optredens gerecenseerd, waarbij naar voren komt dat het parkpubliek meer opheeft met ‘meer gemakkelijker te begrijpen populaire muziek’ dan met wat toen al ‘klassieke muziek’ werd genoemd. Een tweedeling die altijd is blijven bestaan.

Grote scharen

Een onbekende Leeuwarder beschrijft (in zijn dagboekje, dat bij het HCL ligt): ‘Nog zie ik de controleurs bij den hoofdingang van de tuin voor mij staan. Met strenge gezichten en gewapend met grote scharen om onbarmhartig een hoek van het vierwekelijkse abonnement af te knippen, hetwelk dan fladderde op de grond, waar reeds zovele hoekige papiertjes waren neergevallen’.

‘De tafels onder de luifels werden gewoonlijk bezet door de burgerfamilie’s. Een zeer grote krakeling was dikwijls de tractatie voor kinderen, Zij, wier ouders niet geabonneerd waren, verkregen ‘het kaartje voor den tuin gewoonlijk van Oom of Tante. Op den 18den Juni was er gewoonlijk vuurwerk ter herdenking van den slag bij Waterloo’.

‘Op andere hoogtijdagen was de tuin somtijds geïllumineerd door duizenden vetpotjes, welke waren aangebracht op latten die tegen luifels en bomen waren gespijkerd. Een en ander leverde een fantastisch gezicht op evenals het vuurwerk, dat gewoonlijk ook op den eersten Kermis-Maandag werd gegeven. Eenmaal werden we nagezeten door de kleinste politieman van Leeuwarden, die we gekscherend: ‘Knop van de wandelstok’ noemden. De tuinpolitie met groene randen om de pet boezemde toen meer ontzag in’.

Hoe druk het er was? Als er eens vijfhonderd bezoekers zijn, noemt de Leeuwarder Courant dat ‘weinig talrijk’. Want het kan veel drukker. Als er in 1883 een feest is in het Prinsentuin vanwege de geboorte van prinses Wilhelmina, lopen daar vijfduizend feestvierders rond.

Wangedrag

Die drukte was ook de keerzijde aan de populaire concerten in de Prinsentuin. Niet iedereen zat netjes te luisteren. ‘Het was, alsof tal van kinderen, door geschreeuw, tieren en draven, door het wegkapen van drank enz. als men zich voor eenige oogenblikken van een tafeltje had verwijderd, wilden toonen, dat zij zich aan voorschriften van goede orde niet hadden te storen. Daarbij kwam de ‘concert-promenade’ van zoovele anderen, zodat de muziek door al dat leven meermalen bijna geheel werd verdoofd. Het was wel eene hoogst ondankbare taak, die het orchest (ons stedelijk muziekkorps) had te vervullen’, zo schreef de Leeuwarder Courant .

Het was niet alleen jeugd die het muziekgenot verstoorde. Een ingezondenstukkenschrijver pleitte in 1883 voor meer politietoezicht zodat ‘voortaan niet weder, zooals laatstleden Zondag, door volwassen personen door het uitsteken van een hunner voeten pogingen worden aangewend om evenzeer wandelende volwassen dames te laten struikelen, hetgeen door schrijver dezes bij herhaling werd gezien’. Toen de briefschrijver daar wat van had gezegd kreeg hij een grote mond terug.

In juni 1887 speelde de Berliner Philharmoniker in de muziekkoepel van het park, het gezelschap dat vijf jaar eerder was opgericht en toen al beroemd was. Een zomers rondreizend deel van het orkest speelde vanaf 1885 elk jaar in het Kurhaus in Scheveningen, en deed nu ook Leeuwarden aan. Kaartjes, vooraf gekocht, waren 1 gulden, op de zondag van het concert het dubbele.

Nu was er eens geen rumoer, maar ‘een bijna ademlooze stilte’, terwijl onder leiding van dirigent Franz Mannstädt de Vijfde Symfonie van Beethoven gespeeld werd. De recensent van de Leeuwarder Courant schreef: ‘Eerst nu begrepen wij volkomen, welk kunstgewrocht deze Symphonie is. Niet minder indruk echter maakten de orchest-werken van Wagner, Rubinstein en Liszt. Het eene was al prachtiger dan het andere’.

Wunschkonzert

In de 20ste eeuw gaan de concerten stilaan door, zoals Vestdijk beschrijft. En ook tijdens de bezetting klonk er muziek. Foto’s laten de drukte zien bij een optreden van het muziekkorps van de Duitse Luftwaffe, dat onder leiding van dirigent Schubert een Wunschkonzert speelde, om geld op te halen voor het Duitse Rode Kruis. Wie een muzikaal verzoekje had, kon dat tegen betaling door het orkest laten spelen.

‘Vooral een door Musikmeister Schubert vervaardigde bewerking van het Friesche volkslied oogstte veel succes en bracht niet minder dan duizend gulden op. Nog meer geld was ingezameld voor het Wolga-lied uit de operette der Tsarewitsj van Franz Lehar, waarvoor ruim 1500 gulden was betaald. Niet alleen in Leeuwarden zelf maar ook uit andere plaatsen was geld opgebracht, zooals uit Harlingen, Terschelling en zelfs uit den Haag.’

loading

En toen, jaren na de oorlog, kwam Herman Brood, uitgenodigd door het radioprogramma Vara’s Lijn 3, dat op dinsdag 22 augustus 1978 door Friesland trok. Zijn optreden in de Prinsentuin trok naar schatting zesduizend mensen, duizend meer dan de geboorte van Wilhelmina dus. Een deel van dat publiek staat op de beroemd geworden foto die LC-fotograaf Paul Janssen, ze zaten tot op het dak van de theeschenkerij (die nu De Koperen Tuin heet). Brood zou het later een van zijn beste optredens noemen.

Dat was D. van der Meulen uit Leeuwarden niet met hem eens. Op de maandag na het concert stond zijn boze brief al in de Leeuwarder Courant . ‘Bij Popmuziek schijnt alles te mogen, als men het tenminste muziek wil noemen’, brieste hij. ‘Het was een verademing toen tegen half zeven het gekrijs ophield’.

loading

Dat zulk lawaai werd opgedrongen aan de omwonenden en de patiënten in het Diakonnessenhuis, dat toen nog bestond, dat moest niet mogen. ‘Hier is zeker een taak voor de politie en de overheid, zo die er tenminste nog is’.

Van der Meulen trok aan het kortste eind. Er kwamen een paar reacties op zijn brief, in de trant van ‘eindelijk is er in Leeuwarden eens iets te beleven’ en de concerten bleven in de Prinsentuin, van kleine uitvoeringen van troubadours tot grotere optredens van Skik of Ernst Jansz, nu en dan klinkt er zelfs klassiek of spelen draaimolens door elkaar op een jaarlijkse bijeenkomst.

Er is zelfs herdenkingsconcert geweest ter ere van het legendarische optreden van Brood. Alleen de Berliner Philharmoniker is niet meer geweest, en dat zal ook wel niet meer gebeuren.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct