Judith Oost repeteert op haar cello, met vlakbij zich, in het gras, het witte koffertje en de orgelschoenen van haar overleden vader, organist Gert Oost.

Celliste Judith Oost duikt in het werk van haar overleden vader Gert: 'Lekker keten op het orgel'

Judith Oost repeteert op haar cello, met vlakbij zich, in het gras, het witte koffertje en de orgelschoenen van haar overleden vader, organist Gert Oost. Foto: Neeke Smit

De Terschellinger celliste en theatermaker Judith Oost van Compagnie Barrevoet neemt in Reis met de Caprice een duik in het werk van haar vader, de befaamde organist en musicoloog Gert Oost. Een liefdevolle confrontatie met het onberekenbare monster dat een orgel kan zijn.

Een beetje keten in de muziek – dat heeft Judith Oost van haar vader geleerd. De organist, domineeszoon uit Minnertsga en later internationaal vermaard musicoloog en uitvoerend musicus in Utrecht en omstreken, was niet vies van een geintje. Hij speelde Bach-cantates op het orgel maar ook zinderende tango’s, hij wist er scheepstoeters, gegrom en gekwaak, ijle en dan weer vrolijke werelden uit te toveren. ,,Ik leerde al vroeg dat het orgel een soort supersynthesizer is en dat mijn vader een echte keetjas was’’, glundert de celliste terwijl ze van haar tonic nipt.

Orgel stemmen in de hitte

Het is bloedheet op het terras van restaurant Het Raadhuis op West-Terschelling, maar het was zojuist nóg warmer, boven in de Westerkerk. Daar startte Judith het Bätz-Witte-orgel, gebouwd in 1892, even kort op, om te zien hoe het gestemd was. De aanhoudende hitte zorgt er namelijk voor dat de stemming van het orgel verandert, legt ze uit, terwijl ze met glimmende slapen de trap op sjokt.

,,Ik hoop dat het orgel, net als mijn cello, op 440 Herz is gestemd, maar ik denk het niet… De basisstemming van dit orgel is 435.’’ Dan moet ze haar arme cello weer onder handen nemen – en dat vindt het instrument dat uit 1750 stamt niet leuk. Maar wat moet, dat moet. Alles voor de muziek.

Een veilige plek

Orgels zijn wezens, beesten, onberekenbare monsters met klepperende toetsen, toetsen die blijven hangen (‘hangers’) en stugge pedalen. ,,Organisten zijn behalve musici ook een soort mecaniciens.’’ Boven, op de balustrade aangekomen, ontspant Oost ineens. Ze spreidt haar armen en draait een rondje om haar as. ,,Dit is mijn jeugd. Hier zaten mijn zus en ik met Playmobil op de grond. Dit is de hut waar ik opgroeide. Mijn veilige plek. Thuis.’’

Terwijl de warme wind door het orgel suist, brengt het stemapparaat goed nieuws. 441 Herz. Het instrument is dus weliswaar ontstemd, maar dat is nu gunstig voor de celliste. Die hoeft haar eigen instrument niet te veel bij te stellen. ,,Mijn cello klinkt deze dagen al heel verkouden. Hij is humeurig. Als een knorrig beest.’’

Overleden vader

Even later, op het terras, vertelt Oost over haar vader: ,,Hij was mijn allerbeste vriend.’’ Ze vonden elkaar in fantasiewerelden vol sprookjes en kabouters. Beiden waren ze een beetje stout, én heel erg melancholiek. ,,Mijn vader kende mijn ziel.’’ Later, bedachtzaam, zegt ze: ,,Hij is al-tijd grensoverschrijdend geweest.’’

Ze werkte als theatermaakster met hem samen, voor haar voorstelling ECHO , waarmee ze in 2007 langs 28 historische kerken toerde. Altijd was Gert Oost nabij, er was veel liefde, altijd omringden vader en dochter zich met muziek. Wreed was het lot toen Gert Oost in 2009, hij was nog maar 66, ziek werd. De tumor in zijn hersenen velde hem in twee maanden tijd. Oost had nog zielsgraag Bach-sonates met zijn dochter gespeeld, maar dat lukte niet meer. Een periode van diepe rouw volgde, en nog een, en nog een.

‘Caprice’

Maar nu is er iets veranderd: in 2018, samen met de Harlinger organist Simon Bouma, dook Judith in Caprice , een bijzondere compositie voor orgel en cello, geschreven door haar vader. Het is een woest, wild, technisch extreem uitdagend stuk. Gert Oost schreef Caprice (‘bui’ of ‘gril’) in 1995 voor een concertreeks in de gotische zaal van de Raad van State in Den Haag, waar hij huisorganist was.

Het werd een kwart eeuw niet gespeeld, maar nu laten de Harlinger organist en de dochter van een organist het opnieuw klinken – morgen op Terschelling en de komende maanden op diverse plekken in Friesland die aan Gert Oost verbonden zijn.

Geen ode

Het theatrale concert dat Judith Oost uitdacht, moet niet gezien worden als ‘een ode’ aan ‘de grote Gert Oost’. Nee, huivert ze, juist niet, dát niet! ,,De wereld van ‘de grote Oost’ hoort bij hem, maar niet bij mij. Wij waren Hans en Grietje. Ik ken zijn wereld van binnenuit.’’

Persoonlijke herinneringen, kleine details die haar diep raken – dáár gaat het haar om in Reis met de Caprice . Oost sprak met vrienden en collega’s van haar vader, vertrouwde dierbare herinneringen toe aan het papier, spitte brieven en plakboeken door en zocht muziekstukken die dicht bij haar zelf én bij haar vader liggen, stukken waaruit de veelzijdigheid van het orgel spreekt.

Het proces was een reis op zich; een reis het werk van haar vader in, maar ook een reis weer de wereld in. ,,Dit is geen herdenkingsdienst. Mijn vader inspireert me, maar de Caprice is van de levenden, het gaat over de liefde tussen mensen en hoe muziek ons verbindt.’’ Ze neemt nog een slokje tonic. Zweet parelt over haar voorhoofd en ze kijkt ondeugend over de rand van haar glas. ,,Weet je wat? We gaan lekker keten.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct