Oud-Jouster Charles Groenhuijsen: 'Op1 is de eredivisie van de televisie'

Charles Groenhuijsen. FOTO ROY BEUSKER

Ook al is hij 65 jaar, journalistiek zwaargewicht Charles Groenhuijsen kent een opgewekte spanning voor zijn vuurdoop als Op1-presentator. Vanavond trapt hij af, samen met Carrie ten Napel.

,,Er wordt heel erg op ons gelet’’, weet Groenhuijsen. ,,Het feit dat jij me nu belt en alle kranten erover schrijven en er soms pittige opinies verschijnen, maakt het wel opwindend. Ik vind het een prachtige kans om dit voor de publieke omroep te mogen maken.’’

Friese roots

Groenhuijsen is geboren in Joure. Vader werkte bij Douwe Egberts. Het gezin verhuisde toen Charles 17 was, naar Utrecht. Tegenwoordig komt hij nog maar zelden in Friesland. Twee van zijn kinderen wonen in de Verenigde Staten en een ander in Zweden. ,,Ik vlieg wel eens over Friesland’’, grapt Groenhuijsen. ,,Ik ben ook nog wel eens in Terherne op vakantie geweest. Dan gaan we zeilen en in de zon zitten.’’ Zijn Fries is wat roestig, maar het ‘bûter, brea en griene tsiis’ komt er met een indrukwekkende Friese tongval moeiteloos uit. ,,Ik zou het ook wel weer snel oppikken, als ik er weer zou wonen. Ik versta alles en kan het ook wel lezen.’’

De journalist werkte 25 jaar bij de NOS en was er onder andere Amerika-correspondent. De laatste jaren was hij regelmatig te gast bij Pauw en Jinek om over Amerika te praten en deed hij diverse programma’s voor omroep MAX. Het presenteren van een talkshow is nieuw. ,,Het is radicaal anders, met mij en Carrie in een centrale rol. In recensies gaat het erover en dat maakt je extra scherp. Ik heb direct ‘ja’ gezegd, toen Jan Slagter (MAX-baas, red.) mij belde.’’

Groenhuijsen staat bij de NPO met Op1 recht tegenover Eva Jinek op RTL4. Hij heeft haar vroeger nog begeleid als stagiaire. ,,We vinden elkaar nog steeds heel aardig en hebben ook appjes uitgewisseld om elkaar succes te wensen. Het is mooi dat ze het zo goed doet en het is leuk om te concurreren met een ex-stagiaire.’’

Lees ook LC+ | Negen trucs om de talkshowstrijd te winnen

Zijn partner Carrie ten Napel kende hij van tevoren nog niet. Wel had hij haar al eens gezien in het programma Droomhuis Gezocht. Met haar vader, sportcommentator Evert ten Napel, werkte Groenhuijsen jaren samen bij de NOS. ,,Ik vind haar heel talentvol. Ze deed eens al fietsend een presentatie, dat is knap. Ze is heel nuchter en goed geïnformeerd. We trekken nu veel met elkaar op en sturen suggesties op.’’

Het checken van de kijkcijfers is ook hem niet vreemd, zegt Groenhuijsen. Stichting Kijkonderzoek publiceert dagelijks rond half acht in de ochtend de laatste cijfers en daar wordt volgens hem zeker op gelet, ,,Ik zou jokken als ik zou zeggen dat ik dat niet doe. Het is ook een beloning voor het redactieteam dat aan zo’n uitzending werkt. Er gaat een ongelooflijke hoeveelheid werk aan vooraf, voordat jij om half elf kunt kijken.’’

Denemarken

De vijf duo’s die Op1 presenteren, worden ook wel eens het Denemarken van de late night genoemd, zegt Groenhuijsen. Het nationale voetbalteam van de Scandinaviërs was in 1992 niet geplaatst voor het EK, maar omdat Joegoslavië de toegang werd geweerd, mocht Denemarken alsnog meedoen. De Denen waren echter op de camping al vakantie aan het vieren en moesten in allerijl de koffers pakken. Uiteindelijk wonnen ze het toernooi en kregen ze de geuzennaam ‘campingelftal’. ,,Wie weet worden wij het Denemarken van de talkshow.’’

De tien presentatoren van verschillende omroepen zijn bij elkaar geraapt omdat de NPO geen directe opvolgers voor Eva Jinek en Jeroen Pauw kon vinden. ,,We gaan met open vizier vol de strijd aan. Iedereen kan elke dag meepraten over wat wij doen en de keuzes die we maken. Dat is wel opwindend. Dit is de eredivisie van de televisie.’’

Traditie

Nog even terugkomend op die kijkcijfers: de publieke omroep is iedere dag bijzonder goed vertegenwoordigd in de lijst met 25 best bekeken programma’s. Vooral de informatieve programma’s - zoals de journaals, talkshows en EenVandaag - scoren goed. ,,Als mensen informatie willen, grijpen ze toch massaal terug naar de televisie en dan kiezen ze ook nog eens voor de publieke omroep. Dat was in 1983, toen ik bij de televisie begon, al zo en dat is nog steeds het geval. RTL maakt een uitstekend journaal, maar de NPO blijft de absolute kampioen. Wij mogen bij Op1 in die traditie werken en daar mag je trots op zijn. Televisie is echt niet oppervlakkig en voor veel mensen een belangrijke bron van informatie.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Media