Joris Linssen: „Muziek is mijn levensmissie, muziek is de drager van alle emoties.”

Joris Linsen en de magie van het podium

Joris Linssen: „Muziek is mijn levensmissie, muziek is de drager van alle emoties.” FOTO SHODY CAREMAN

Joris Linssen (54) is ‘verslaafd aan de zucht van de zaal’. Meer nog dan aan televisie heeft hij zijn hart verpand aan muziek. Van punk, grunge en Vader Abraham tot aan Mexicaanse mariachi. „De anarchie van punk paste goed bij me.”

E en natuurlijke bevalling zit er niet meer in. Maar toch: Joris Linssen en zijn vrouw Rebecca verwachten gezinsuitbreiding. Binnen een paar maanden kan het zover zijn. Het wachten is nog op de pleegzorginstantie die hen hun nieuwe huisgenoot toewijst. „Gezien onze leeftijd zal het geen baby zijn, eerder een puber. Pubers zijn fantastisch! We kijken er heel erg naar uit.”

Joris Linssen – klein van stuk, karakteristieke kop met grijzende kuif en bakkebaarden, waakzame blik in de grijsblauwe ogen – leunt ontspannen achterover op het grasveldje voor zijn kleine, ietwat krakkemikkige vakantiehuisje op een vakantiepark bij de Maarsseveense Plassen. Op het wiebelige tafeltjes tussen ons in staat een theepot, waaruit hij regelmatig de kopjes bijschenkt.

Het met bomen en struiken omzoomde landje langs het water is een klein paradijs. Ruisende bomen, geluiden van watervogels, rust. „We hebben dit een jaar of acht geleden gekocht. Het is eenvoudig en primitief. Een soort Showroom-huisje, lekker dicht bij huis, we kunnen op de fiets. Ik kom hier graag om te ontspannen in drukke tijden.”

Het huisje is, zeker nu in coronatijd, ook een ontmoetingsplek en toevluchtsoord voor zijn gezin: twee dochters, een pleegzoon en een pleegdochter. En dan nog wat aanhang. „Als we met z’n allen bij elkaar zijn, is dat het mooiste wat er is. Dan ben ik volmaakt gelukkig.” Want Linssen mag dan een bekende tv-presentator en muzikant zijn, hij is bovenal een familyman, die zijn vrouw en kinderen – en wie er verder maar bij wil horen – graag om zich heen heeft.

Lege-nestsyndroom

Dus ach, wat viel er een gat toen enkele jaren geleden ook hun laatste pleegdochter het ouderlijk huis had verlaten. „Rebecca en ik hebben allebei veel last gehad van het lege-nestsyndroom. Als reactie hebben we ons meer dan ooit op ons werk gestort. Maar dat kon de leegte niet wegnemen.”

Met de komst van weer een pleegkind, straks, is de cirkel rond die Linssen en zijn vrouw vijftien jaar geleden in beweging zetten. „We hadden het goed met elkaar. Leuk werk, leuke kinderen, een mooi huis... allemaal fijn. Maar we realiseerden ons: dat geldt niet voor iedereen. Dus besloten we: we nemen een pleegkind in huis. Er kwam een jongen van 17 bij ons wonen met een streng christelijke achtergrond. Zijn aanwezigheid bleek enorm verrijkend, voor ons allemaal. Als je pleegkinderen in huis neemt, krijg je er gewoon kinderen bij van wie je evenveel gaat houden als van je eigen kinderen.”

Vrolijke jeugd

Linsse n groeide zelf op in een warm, liefderijk gezin in de wijk Gestel in Eindhoven. „Mijn ouders, docenten Nederlands, waren een beetje hippieachtig. Ze lieten ons heel vrij, verkeerden in kunstenaarskringen en zaten vaak in het café. Op vrijdagmiddag mochten mijn zus en ik mee. Er waren altijd bijzondere mensen en veel kinderen om mee te spelen. Mijn jeugd was er een van lange avonden aan tafel, mannen met baarden, veel vrijheid, muziek van The Byrds, Bram en Freek, Woodstock. We maakten gezamenlijk uitstapjes, fietstochtjes, naar de kegelbaan. Ik heb een heel vrolijke jeugd gehad.”

Toen hij 12 was, scheidden zijn ouders. Maar dat deden zo’n beetje alle stellen in hun omgeving en dus was het amper een probleem voor Linssen en zijn twee jaar jongere zus. „Mijn ouders bleven goed met elkaar omgaan en woonden bij elkaar in de buurt. Ze kregen later nieuwe partners met kinderen. Met elkaar vormden we één grote, extended family. Heel gezellig allemaal. Dat wilde ik later voor mezelf ook. En voor mij geldt nog steeds: hoe meer mensen, hoe beter.”

Een wijsneus was hij wel. „Ik kon niet tegen onrecht en was al jong politiek en maatschappelijk geëngageerd. Op mijn kamer hingen geen posters van popidolen, maar van politieke partijen, ook van partijen waar ik het niet mee eens was. Ik bezocht uitslagenavonden na gemeenteraadsverkiezingen, wat voor een 14-jarige toch best bijzonder is. Op verjaardagen voerde ik gesprekken met volwassenen over politieke en maatschappelijke onderwerpen. Ik herinner me dat ik, toen we op vakantie waren in Duitsland, een discussie heb gevoerd met een Duitse dominee over politiek. Die man vertelde mijn ouders later hoe verbaasd hij was dat ik de namen van Duitse politici en partijen kende.”

Punker

Op de mede door zijn ouders opgerichte progre ssieve basisschool ontdekte hij ‘de magie van het podium’. „Het was een heel klein schooltje met de bloemenkinderen van alternatieve ouders en net zulke alternatieve leraren. Een van hen, mijnheer Wilgenhof, gaf alleen maar muziek- en toneelles. Elke vrijdag speelden we een voorstelling. Daar ontdekte ik dat ik, als ik een volwassen man speelde, een sigaar kon roken op het podium, voor al die ouders. Ik dacht: wow, dit is te gek!”

Met het schoolkoor zong hij mee op een liedje van George Baker, Woman of mine . Op YouTube circuleert een clipje waarin het kinderkoor met Linssen figureert. „Voor de schoolkrant mocht ik George Baker ook interviewen. Ik was verontwaardigd toen ik ontdekte dat hij helemaal geen George Baker heette, maar Hans Bouwens. Dat was de eerste keer dat ik besefte dat de dingen niet altijd zijn wat ze lijken.”

Teksten, liedjes en gedichten schreef hij al van jongs af aan. Onder meer voor het radioprogramma dat hij maakte op zijn zolderkamer, met een oude bandrecorder. „Dan zong ik mee met een instrumentale plaat met mijn eigen tekst. E10 heette dat programma en het was bestemd voor alle kinderen van 10 jaar in Europa. Tja, voor minder deed ik het niet.”

In zijn pubertijd werd hij punker, aangetrokken door het verzet tegen de machthebbers, het systeem en het onrecht. „De anarchie van de punk paste goed bij me. Maar ik had wel een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Mijn moeder vertelde me ooit dat ze, toen ik 13 was, een briefje van me in de keuken vond. Mam, ik ben de stad in, punken, ik loop geen gevaar.”

Levensles

Op de middelbare school kwam hij in verze t tegen het schoolsysteem. Hij organiseerde een staking, gooide een keer een rookbom. „Het hele systeem was er destijds op gericht kinderen in een mal te duwen. Creativiteit werd niet gewaardeerd. We kregen een keer een opdracht bij Engels: schrijf een poptekst. Leuk! Mijn tekst was een 10 waard, zei de lerares. Maar dat cijfer kreeg ik niet, omdat ze niet geloofde dat ik ’m zelf had geschreven. Wat was ik kwaad!”

Op zijn 17de verjaardag, toen hij niet langer leerplichtig was, verliet hij de middelbare school. „Ik wilde niet langer in dat systeem zitten. En, heel verbazingwekkend, mijn ouders vonden het goed. Ze zeiden: je krijgt een halfjaar de tijd om te kijken wat het oplevert, daarna moet je terug naar school, of een baan zoeken. Ze deden het omdat ze van me hielden en mij toestonden mijn eigen fouten te maken. Zo gaven ze me een mooie levensles.”

Een ruig halfjaar volgde. „Ik maakte punkmuziek, probeerde te schilderen en raakte verzeild in het Eindhovense nachtleven. Het was een fantastische tijd, maar na een tijdje merkte ik hoe opportunistisch en leeg dat uitgaansleven was. Op zeker moment heb ik mijzelf ontketend, door die punkkettingen af te doen. Ik wilde niet langer van buiten tegen de maatschappij schoppen, maar van binnenuit onrecht bestrijden.”

Hij maakte het vwo af op een andere school. „Met tegenzin, het was een rottijd. Maar ik zag het als een soort boetedoening en dacht: dat diploma is mijn ticket to freedom.” Daarna ging hij geschiedenis studeren. In Utrecht. „Al mijn vrienden gingen óf in Nijmegen óf in Amsterdam studeren. In Utrecht, waar ik niemand kende en niemand mij kende, wilde ik een nieuwe start maken. Ik moest wennen aan de mentaliteit. In Eindhoven namen ze de tijd voor je, in Utrecht werd je de winkel uit gekeken. En in het café was het van (met Utrechts accent): ‘Je hart had op je rug motte hanguh, dat de honduh d’r bij kenne.’ Daarmee bedoelden ze dan dat ze je wel mochten.”

Puur

Linssen kwam terecht in de alternatieve muziekscene van de Domstad en zong in bandjes, waaronder de succesvolle grungeband The Vendetta’s. Tot hij voor zijn afstudeerscriptie naar Mexico ging. „Mijn favoriete hang-out daar in Mexico-Stad was de Plaza Garibaldi, een ruig plein waar alle mariachimuzikanten samenkomen. Je kunt ze inhuren voor bruiloften en feesten. Ze hadden van die prachtige pakken aan en speelden waanzinnig mooie melodieën met geweldige teksten. Heel puur, in het Spaans. Toen dacht ik voor het eerst: wat zit ik eigenlijk Engelse grungebands na te doen? Ik moet ook in mijn eigen taal zingen, met dezelfde passie en energie als deze muzikanten.”

Dat leidde bij zijn terugkeer in Nederland tot het afscheid van The Vendetta’s en de oprichting van Ome Cor’s Showorkest, later met organist Wout Beima Ome Cor’s Show Duo. Bedoeld als persiflage, als parodie op dat oubollige wereldje van de Nederlandstalige muziek, maar allengs serieuzer wordend. „We hadden succes en deden grote shows, met alles erop en eraan. Allemaal camp natuurlijk. Maar ik ontdekte dat ik er goed in was en dat die nummers eigenlijk heel goed in elkaar zaten. Op een avond nodigden we Jacques Herb uit, wiens nummer Manuela ik graag mocht parodiëren. Jacques bleek niet alleen een heel aardige man, maar ook een geweldige zanger. Het waren allemáál heel aardige mensen in die wereld. Vader Abraham schreef een liedje voor me. Ik dacht: waarom ben ik die mensen belachelijk aan het maken? Toen heb ik voor mij hart gekozen en besloten: ik zing echt alleen nog in mijn eigen taal.”

Rebecca

Het was rond die tijd dat hij zijn latere echtgenote ontmoette, Rebecca, met wie hij nu dertig ja ar samen is. „Ik vond haar zo leuk dat ik haar aan mijn beste vriend voorstelde. Hoe stom kun je zijn hè? Natuurlijk kregen ze iets. We trokken veel met z’n drieën op en hebben samen een heel leuke tijd gehad.”

Pas later begon hij te beseffen wat hij voor haar voelde. En zij voor hem.

Maar de verkering met zijn beste vriend zat hun ontluikende liefde in de weg. „Het voelde als een onmogelijke liefde. En voor een romantische ziel als ik ben is dat natuurlijk een geweldige inspiratiebron. Ik ontdekte dat de letters van haar naam, met uitzondering van de voorletter, ook muzieknoten waren. Met die noten maakte ik eindeloos liedjes over haar op de Fender Rhodes Piano in mijn studentenkamer.”

Toen de verkering met de vriend uitging, werd zij alsnog de vrouw van zijn leven. „Onze liefde is echt beproefd, want eerst moesten we wachten tot haar verkering uit was en daarna waren we maanden van elkaar gescheiden, omdat we, ieder afzonderlijk, voor onze studies naar Mexico reisden. Maar dít was wat ik wilde: een lange relatie met mijn enige echte liefde. Daar heb ik op gewacht vanaf het moment dat ik als 10-jarig jongetje met mijn moeder Herman van Veen zag in de schouwburg in Eindhoven en hij Als liefde zoveel jaar kan duren zong.”

Rebecca heeft haar eigen leven, haar eigen carrière. Die kenmerkt zich door haar grote hart voor anderen, met name voor mensen die in de hoek zitten waar de klappen vallen. „Ze heeft samen met vrienden Welkom in Utrecht opgericht, een stichting die vluchtelingen met Utrechters in contact brengt.”

Waar Rebecca liever op de achtergrond blijft, is Linssen ‘verslaafd aan de zucht van de zaal’, zoals hij het zelf zegt. „Het voelt fijn als mensen me op straat herkennen omdat ze me op televisie hebben gezien. Ik heb die aandacht en bevestiging nodig. Het is weleens gebeurd dat ik na een optreden met The Vendetta’s in Paradiso nog helemaal opgeladen ergens binnenkwam en dat ik verwachtte dat iedereen me zou herkennen. Toen niemand notie van me nam, was ik teleurgesteld.”

Muziek is blijvend

Linssen s televisiecarrière begon bij Stadsomroep Utrecht. Later verwierf hij landelijke bekendheid met programma’s als Taxi, Joris’ Showroom en Hello Goodbye , dat recent een vervolg heeft gekregen. „Een televisieprogramma maken is prachtig. Ook omdat een cameraploeg op den duur een beetje familie wordt. En ik hou natuurlijk van bijzondere mensen met bijzondere verhalen. Ook dat heb ik van vroeger, want veel vrienden van mijn ouders waren aparte types. Ik herinner me een man met een lange baard die bij ons in de garage sliep. Hij reisde met een huifkar door Europa. Mijn ouders troffen mij aan terwijl ik aan zijn lippen hing. Volgens mijn moeder heeft dat de basis gelegd voor het programma Joris’ Showroom .”

Maar bij de televisie ben je, zegt Linssen, volledig afhankelijk van anderen. „Met één pennenstreek op een Hilversums bureau kan alles voorbij zijn. Werken bij tv is sowieso een cursus omgaan met teleurstellingen, want negen van de tien keer gaan alle mooie plannen die je hebt gemaakt niet door.”

Nee, dan de muziek, die is blijvend. Met de Mexicaans-Nederlandse liedjes die hij met zijn band Caramba speelt, toert hij al twintig jaar door Nederland. De band reisde ook naar Mexico. „Daar waren we een van de acts in een uitverkocht stadion. Speelden we Nederlandstalige Mexicaanse muziek voor 20.000 man. En ze vonden het prachtig! We hebben ook onze versie van het nummer Contigo Aprendi van mijn muzikale held Armando Manzanero gespeeld. Hem hebben we nog opgezocht in zijn studio. Bij ons heet dat nummer Met jou heb ik geleerd , een ode aan Rebecca. Het was ontroerend om te zien hoe vereerd die kleine oude man was dat wij, muzikanten uit het oude Europa, helemaal naar Mexico waren afgereisd om zijn nummer te spelen in die vreemde taal. Dat was een van de mooiste dagen van mijn leven.”

Dus áls hij ooit een keuze moet maken tussen de televisie of de muziek, dan kiest hij zonder twijfel voor de muziek. „Muziek is mijn levensmissie, muziek is de drager van alle emoties. Ik kan ook niet zonder die rush van het podium. De adrenaline die door je lijf giert als je met jouw muziek een zaal in vervoering brengt en dat ook voelt. Als het aan mij ligt, blijf ik tot op hoge leeftijd muziek maken en optreden.”

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct