Acteur en schrijver Joost Prinsen: ,,Het ijs waarop ik loop, is weer wat dikker aan het worden, zo zou ik het misschien kunnen uitdrukken.’’

Joost Prinsen (78) heeft nog veel te doen

Acteur en schrijver Joost Prinsen: ,,Het ijs waarop ik loop, is weer wat dikker aan het worden, zo zou ik het misschien kunnen uitdrukken.’’ FOTO SHODY CAREMAN

Rouwen is een vorm van zelfmedelijden, ontdekte Joost Prinsen na het overlijden van zijn Emma. Daar moet je dus niet te lang mee blijven zitten, vindt hij. Wat niet betekent dat hij haar niet verschrikkelijk mist. ,,Soms betrap ik mezelf erop dat ik tegen haar sta te schelden, alsof ze er nog gewoon is.’’

,,Kijk’’, zegt hij, als hij de appeltaart op tafel zet, ,,dit was dus nooit gebeurd als Emma er nog was.’’

Joost Prinsen wijst op de taart, er ontbreekt een punt. ,,Die had dit not done gevonden, een aangebroken taart serveren als er gasten zijn. Daar was zij heel streng in. Zij was een zeer goede gastvrouw.’’

Hij zwijgt. Vervolgt berustend: ,,Ik had gisteravond zin in een stukkie, toen heb ik er maar een genomen.’’

Nog voor de eerste vraag is gesteld, klinkt haar naam, Emma, zijn echtgenote die op 14 januari van dit jaar overleed, na een ziekbed van een paar weken. ‘Mijn vrouw beschouwde de dood als een welkome vriend’, schreef hij in een openhartig in memoriam. Ze werd 73 jaar, ze waren 46 jaar samen.

Het gaat nu, tien maanden na haar verscheiden, ‘niet zo slecht’. ,,Ik heb de meeste huilbuien wel achter de rug’’, verzekert de acteur. Peinzend: ,,Het ijs waarop ik loop, is weer wat dikker aan het worden, zo zou ik het misschien kunnen uitdrukken.’’ Met een lachje: ,,Maar als je een beetje aandringt, ben ik zo bereid om weer te gaan huilen, hoor.’’

Hij vult zijn dagen met schrijven, wandelen en de dingen die iedere weduwnaar doet: opruimen, herschikken. Hun appartement wordt na al die jaren van samenzijn beetje bij beetje zíjn appartement. ,,Emma kon nooit wat weggooien’’, zegt Prinsen en gebaart richting zithoek. ,,Onder die kastjes, op die kastjes, onder de divan – álles lag afgeladen.’’ In de kamer staan nog verhuisdozen, want hun vakantiehuis in België is net verkocht; zonder haar hoeft hij er niet meer naartoe. ,,Mijn twee dochters en schoonzoons zijn een heel weekend bezig geweest om alleen al de zitslaapkamer leeg te ruimen. Ik heb onwaarschíjnlijk veel weggegooid.’’

Hij zwijgt even. ,,Ik heb herinneringen genoeg aan haar. Ik bedoel: die zitten niet in honderdduizend rotzooidingen.’’

Soms, zegt hij even later, betrapt hij zichzelf erop dat hij op haar staat te schelden, alsof ze er nog gewoon is. ,,Een half jaar geleden, het was nog rommelig in de keuken, stond ik hier: ‘Godverdomme, ik heb de hond al uitgelaten en de boodschappen gedaan en gekookt en nu moet ik ook nog de keuken opruimen, je denkt toch niet dat ik besodemieterd ben, laat zelf je handen eens wapperen!’ Onze ruzies gingen altijd over dit soort onzin, nooit over echte dingen, daar hadden we nooit ruzie over, alleen over onzin, dat je je jas had laten slingeren...’’

Hij staart in de verte. Dan, vaderlijk: ,,Toe, neem wat van je taart.’’

Bleekjes

Joost Prinsen (78) ontvangt zijn bezoek in Halfweg, een dorp tussen Amsterdam en Haarlem, al sinds jaar en dag zijn woonplaats. Voor de gelegenheid heeft hij een overhemd aangetrokken en een das voorgedaan. ,,Voor het eerst sinds de crematie’’, merkt hij terloops op.

De acteur en presentator ziet bleekjes, een corona-infectie hield hem twee weken in bed, maar de dokter zegt dat hij er weer bovenop is. ,,Mijn huisarts vertelde dat hij 36 mensen met corona in zijn praktijk had, en er lag er maar één in het ziekenhuis. Misschien was het een iets minder erge versie, maar een pretje was het niet. Ik heb twaalf dagen lang tussen de 38 en 39 graden koorts gehad.’’

Zijn dochter Ireen greep in toen ze merkte dat het echt niet goed met hem ging. Lichte paniek. ,,Ze heeft van alles geregeld, ze zei: je belt me ’s morgens en je belt me ’s avonds, je geeft me je temperatuur door en op haar bevel is er een arts gekomen en is het allemaal een beetje aangepakt.’’

Ziek zijn in je eentje: niet leuk. ,,Het vervelende is dat je voor iedere kop thee of bouillon zelf het bed uit moet. Je kan niet tegen je vrouw zeggen: maak even een geroosterde boterham voor me. Een kop thee. Er mocht ook niemand bij, hè.’’ Zeker, hij heeft zich zorgen gemaakt, een poosje. Hoe lang ging het duren? Zou het wel overgaan? ,,Maar goed, het is achter de rug.’’

Waar gingen we het ook alweer over hebben? O ja, zijn boekje Mijn vrouw pikt zeepjes en andere problemen , de bundeling van de geestige adviezen die wekelijks in het Algemeen Dagblad verschijnen in de rubriek Joost mag ’t weten. ,,Ik moet leuke stukkies van tweehonderd woorden schrijven over de problemen van mensen, wat lastiger is dan je denkt. Als ik de invalshoek heb, ja, dan zijn ze gauw gemaakt. Het zijn vaak zeurkousen die om raad vragen, hè, dat laat ik ze dan ook wel weten.’’ Hij slaat met zijn hand op tafel. ,,Zit niet zo te mekkeren!’’

,,Mijn leukste stukkie’’, vervolgt hij, ,,ging over een vrouw die gevoelens had voor een ander. Wat moest ze nou doen. Toen heb ik een les in vreemdgaan gegeven. Les 1: hou je mond thuis. Niet jij de lusten en hij de lasten. Praat ook niet tegen je vriendinnen, want dan is het toch: ‘Je hebt het niet van mij, maar...’ Vreemdgaan is een eenzame bezigheid. En ongetwijfeld komt het moment dat je gaat liegen. Dat was les 2. ‘Waar was je vanmiddag?’ Niet te specifiek zijn. ‘O, overal en nergens.’ Want als je zegt: ik was daar en daar en je man komt toevallig iemand tegen en die zegt: ‘Ik heb je vrouw al een maand niet gezien’, dan ben je de lul. Vaag blijven. Als dat allemaal te zwaar voor je is, schreef ik, heb ik nog een advies: blijf bij je eigen man!’’ Prinsen gniffelt voldaan. ,,Die vond ik wel geslaagd.’’

Eigen bankrekening

Ach, het moet allemaal een beetje leuk blijven hè, een beetje grappig, Joost Prinsen als Lieve Lita, Amy Groskamp-ten Have. In het echte leven is hij niet zo raadgeverig en ook niet zo van hoe het heurt. ,,Ik heb mijn kinderen slechts twee adviezen meegegeven’’, zegt hij resoluut. ,,Naast dat je altijd je kop moet houden over vreemdgaan, zei ik: ‘Zorg dat je een eigen rekening hebt’. Dat laatste heeft mijn vrouw trouwens letterlijk genomen. En er stond heel wat op.’’ Triomfantelijke blik over zijn halve brilletje.

Wat had zij dan gespaard? Of is dat een indiscrete vraag? ,,Dat mag je best weten. Ze kreeg tien jaar lang AOW, en daarvan stortte ze 300 euro in de huishoudpot. Maar dat vergat ze nog weleens. En nog eens. Ze kreeg 900, dus ze hield 600 over, dan loopt het snel op, dat moet zich hebben opgehoopt. En ze was veel verstandiger met geld dan ik. In die tijd kreeg je nog gewoon rente, weet je wel, 25 jaar lang vastzetten. En zo werd dat ineens 78.000 euro! Acht-en-zeventig! Een godsvermogen. Het werd mij in de schoot geworpen.’’

Ze had hem er niets over verteld, nee. ,,Ik vroeg weleens: hoeveel héb je eigenlijk? Antwoordde ze: gaat je niks aan!’’ Gegnuif. ,,Een paar dagen voor haar dood, zei ze: ‘Ik heb nog twee rekeningnummers en dit is de code, en dan moet je dit en dit telefoonnummer draaien’. Dat deed ik een paar weken later, en boem! Dat was raar, hoor.’’

Ja, die rare, heftige weken voor iemands verscheiden. Hij kreeg voor Joost mag ’t weten eens een vraag van een vrouw die een vriendin had die niet lang meer te leven had. Die vriendin ging van alles regelen, praktische zaken. Kon zij haar schaarse tijd niet beter op een andere manier besteden, luidde de vraag, gesprekken voeren met man en kinderen bijvoorbeeld, qualitytime? ,,Ik heb bij de dood van mijn vrouw en mijn moeder ervaren dat het zo helemaal niet gaat. Ik heb geen hoogstaande gesprekken met mijn vrouw gevoerd. Dat ging van: ‘Die divan, die is echt te vuil, daar moet je straks iets aan doen hoor’. Hoogstaander is het niet geworden. Op een gegeven moment zei ze: ‘Dag lieve Joost’, nou, ik schrok me rot, toen dacht ik: nu is ze wel heel ernstig ziek.’’

Zo’n vrouw die zegt dat het anders moet, zegt hij bozig. ,,Daar moet zij zich niet mee bemoeien! Mensen krijgen een soort beheerste paniek als ze horen dat ze nog maar een maand te leven hebben. Wat ze in die beheerste paniek doen, is aan hen. Nog even naar Parijs, of God weet wat – allemaal onzin. Een van de laatste dingen die Emma zei: die twee planten moet je eens in de drie dagen een beetje water geven, niet te veel.’’

Verkering

Hij leerde haar kennen in 1972 in Amsterdam, hun eerste ontmoeting was na afloop van een voorstelling in Carré. Niet veel later stonden ze op een avond op de Stadhouderskade, op de brug over de Amstel. ,,Ik had toevallig een tientje in mijn hand en ze zei: ‘Gooi dat eens in het water’. Ik deed dat onmiddellijk en toen riep ze: ‘Nu weet ik zeker dat ik verkering met je wil!’ Geweldig vond ik dat. Wát een leuk wijf. Anderen zouden zeggen: ‘Zou je dat wel doen, het is wel 10 gulden!’ Maar zo was zij niet.’’

Ze was regie-assistente en later raadslid voor de PvdA in Halfweg. Hij deed tv en theater, gaf les, zong, boekte successen met De Stratemakeropzeeshow , J.J. de Bom , Het Klokhuis , Met het mes op tafel , met toneelstukken, zij zorgde voor hun twee geadopteerde dochters, Ireen en Fleur. ,,Ze zei altijd: ‘Ik heb ze niet uit een weeshuis gehaald om ze vervolgens naar de crèche te brengen’. Dat vond ik fantastisch.’’

Hij was veel van huis, altijd weer die bus in op weg naar het volgende optreden. Een workaholic? Ja, toch wel. ,,Ik moest de kost verdienen, maar ik had ook nogal de ambitie om me te vertonen. Zo van: mama, kijk, zonder handen, kijk eens, kijk eens, fietsen zonder handen, kijk, kijk naar mij, kijk naar mij. Dat heb ik altijd wel gehad.’’

Piet Bron, een oude acteur, zei ooit: ‘Als je je hele loopbaan twee rollen speelt waarvan vriend en vijand zegt dat het goeie rollen waren, dan kun je terugkijken op een mooie carrière’. ,,Dat leek mij volstrekte onzin’’, zegt Prinsen. ,,Nu weet ik dat het waar is.’’ Zijn rol als Baron de Charlus, een pedofiel met sadistische neigingen in Marcel Prousts À la recherche du temps perdu was er zo een. De titelrol in De Misantroop van Molière een andere. Hoogtepunten, magie op het toneel.

Maar niets overtrof de laatste vijf jaren met zijn Emma. ,,Als men mij dat had gezegd toen ik 60 was, had ik het niet geloofd, maar die waren geweldig’’, mijmert hij. ,,Daarvoor was ze zo ziek; ze lag vier maanden in het ziekenhuis, moest ingrijpende operaties ondergaan, lag op de intensive care, weer geopereerd, verschrikkelijk. Toen knapte ze op en braken haar laatste jaren aan, met onze hond, die ook nog leefde, en de katten, het huis in België. Dat was echt, echt een mooie tijd. Er waren geen geldzorgen meer, mijn ambitie om steeds maar die armzalige carrière te blijven najagen, was wat gezakt. Als ik ergens om kan huilen, zijn het wel die jaren.’’

Twee maanden geleden, begin september, strooide hij haar as uit in het Paterswoldsemeer bij Groningen, haar geboortestreek. Hij had er als een berg tegenop gezien, maar het werd een magisch moment. ,,Ik gooide er twee briefjes van 5 achteraan, dat leek me mooi, als eerbetoon aan dat moment op de brug over de Amstel. Geloof het of niet, het is te lullig voor woorden, maar juist toen ik die as uitstrooide, brak de avondzon even door en zag je die briefjes wegdrijven in een straal licht. Ik ervoer een moment van absoluut geluk, ik was gelukkiger dan ik lange tijd geweest was.’’

loading

Plakjes kaas

Half één, tijd voor lunch. Prinsen schuifelt naar het keukentje, licht gebogen, want helemaal rechtop gaat het niet meer. Hij rommelt wat in de koelkast, in de kastjes. Een houten plankje met ham en worst komt op tafel, een plankje met plakjes kaas. Hollandse garnaaltjes. Stokbrood in een broodmandje, vanochtend alles speciaal gehaald voor zijn bezoek.

Nog een duik in de koelkast. ,,Voilà’’, zegt hij. Een witte wijn, sancerre, condensdruppeltjes op de flessenhals. ,,Het leven is te kort om slechte wijn te drinken, Donkertje. Onthoud dat. Schrijf het boven je artikel.’’

,,Ik heb het plan’’, vervolgt hij, terwijl hij een broodje belegt, ,,om een jaar lang elke dag om elf uur live een gedicht voor te dragen op YouTube. Matthijs van Nieuwkerk vroeg me om tijdens een oud-en-nieuwspecial op tv er alvast een paar te doen.’’

Hij bladert in de poëzie-naslagbijbel van Gerrit Komrij. ,,Wat vind je hiervan? Het is misschien een beetje seksistisch, maar ik vind het een leuke.’’ Met een dictie die decennialange acteerervaring verraadt, declameert hij: ,,Ik heb de wens / Om dat lekkere rooie mens / Op de hoek van de straat / Even onder de warme wollen jas te tasten... Aardig toch? Of misschien deze?’’ Uit zijn hoofd een van zijn favorieten: ,,Hij was een hond / Zijn naam was Knak / Maar in zijn hondenlichaam stak / Een beste ziel / Een verre tak / Een oud verbond / God, zegen Knak.’’

Zijn stem vertraagt bij de laatste zin. ,,Mens en hond, een oud verbond, zo is dat ja, dat heeft Jan Hanlo mooi gezegd.’’

Volgend jaar wil hij beginnen op YouTube, want het leven gaat door hè, er is nog veel te doen, ook voor een man op leeftijd. Hij trekt zichzelf aan de haren uit het moeras. Rouwen, zo kwam hij ergens in de afgelopen maanden tot de conclusie, is eigenlijk ook een vorm van zelfmedelijden. Daar moet je maar niet te lang mee blijven zitten, het heeft ook weinig zin.

Andere dames

Hij is bezig met een boek, Na Emma , dat eind dit jaar af moet zijn, er staan al 30.000 woorden op papier. En er zijn meer dingen die hij heeft opgepakt, tot zijn stomme verbazing. Zijn ogen lichten op. ,,Naar andere dames kijken!’’ Nadenkend: ,,Dat rare gevoel van vrije jongen zijn... ik had nooit verwacht dat ik dat gevoel nog kon hebben. Ik dacht: dat boek is dicht.’’

Wat dat betreft, zegt hij, is corona een slechte tijd om weduwnaar te zijn. Ontmoetingen zijn lastig, niemand komt de deur uit. ,,Ik weet trouwens niet of ik zonder corona wel achter iemand aan zou zijn gegaan, ik ben nooit zo’n geweldige Don Juan geweest. Maar de ruimte dat het kan, geeft een gevoel dat ik een tijdlang niet gekend heb.’’ Hoe voelt dat? Schalks lachje: ,,Niet slecht.’’

De blik naar voren, de toekomst, zo doet hij dat al een leven lang. Hij weet nog hoe hij, toen hij een jaar of 5 was, logeerde bij een lieve tante in een villa. ,,Dan dacht ik ’s avonds in bed: o was het maar alvast ochtend, was het maar ochtend, dan kan ik weer dit doen en dat... Dat heb ik nog steeds, ondanks alles. Ik ben niet doodgegaan aan corona, ik wil volle kracht vooruit. Dat boek, de columns, de gedichten. En waar zijn de dames?!’’

Hij blikt over zijn brilletje naar zijn bezoek. ,,Dat naderende einde moet nog maar even wachten.’’

loading

Titel Mijn vrouw pikt zeepjes en andere problemen

Auteur Joost Prinsen

Uitgever Nijgh & Van Ditmar

Prijs 15 euro

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct