Wat begon als een sympathiek voetbalproject in de sloppenwijken in Rio de Janeiro is uitgegroeid tot een wetenschappelijk onderbouwd internationaal ontwikkelingsprogramma. „Mijn missie is een inclusieve wereld waar niemand uitgesloten wordt.” Roxanne Hehakaija (36), beter bekend als Rocky, is de motor achter Favela Street, waarmee ze wereldwijd voornamelijk meisjes helpt een beter bestaan op te bouwen door middel van voetbal.

Met de Street-Legends (onder anderen. Edgar Davids) toerde Rocky Hehakaija de wereld over als straatvoetbalster.

Ze schreef voetbalgeschiedenis toen er van haar als enige vrouw een personage werd gemaakt voor het straatvoetbalmodus FIFA20. „Heel goed voor meiden om te zien dat een vrouw ertoe doet, en voor jongens om te zien dat het ook kan.”

Ze scout voor Nike en is ambassadeur voor Coca-Cola. Rocky maakt podcasts en TED Talks, en is als inspirator een veelgevraagd spreker voor bedrijven. Als één van de laatste deelnemers is zij te zien in het tv-programma ’Wie is de Mol?’.

We gaan haar niet vragen of ze de Mol is. Ze grijnst. „Ik kan er inmiddels wel mee omgaan”, zegt ze stellig. „Practice what you preach, dacht ik toen ik werd uitgenodigd, en besloot elke uitdaging vol aan te gaan. Ik heb een Pippi Langkousinstelling: ’ik heb het nog nooit gedaan, dus denk dat ik het wel kan’. Zo ben ik van een gebouw abgeseild, écht eng.”

Ze houdt tijdens de opnames een boekje bij met aantekeningen van alles wat haar opvalt. De psychologische uitdagingen van ’Wie is de Mol?’ vergen lef.

„Onderling bondjes sluiten. Kun je op je instinct vertrouwen als er een envelop onder de deur geschoven wordt? Zijn anderen te vertrouwen? Hoe ga je ermee om als iemand je naait in het programma? Blijf je in je emotie hangen of kun je de knop omzetten en denken: ’het gaat niet om mij, het is een spelletje’ en vervolgens doorpakken? Dit soort dingen heb ik wel toegepast en uitgeprobeerd. Het programma is één grote mindfuck. Zaterdag 6 maart is de finale. We zijn er allemaal bij.”

Doorgaan, dankbaar zijn, geloven in kansen en haar eigen kracht is een rode draad in haar leven. De jongens met wie zij als kind op een pleintje in de buurt voetbalde noemden haar Rocky, naar de films met Sylvester Stallone in de hoofdrol, een vechter. Haar bijnaam bleef. Ze heeft tot haar twaalfde gehandbald. „Hoewel ik lang ben, (1.91m, red.) schopte ik de bal meer dan ik hem gooide.”

Toen ze tijdens een schoolvoetbaltoernooi de bal vanuit elke hoek het doel inschoot is het spreekwoordelijke balletje gaan rollen. Ze startte met voetballen in een jongensteam en werd al snel gescout.

„Als je goed wilt leren voetballen diende je in die tijd echt met jongens te voetballen, ook al was ik het enige meisje. Ik kleedde me vaak om in de ruimte van de scheidsrechter. Elke wedstrijd werden er opmerkingen gemaakt. ’Kijk, een meisje in dat team’ of ’ís ze eigenlijk wel een meisje?’. Soms ging het écht ver. Zo vroeg een vader van de tegenpartij of ik mijn broek naar beneden wilde trekken omdat hij niet geloofde dat ik een meisje was. Ik voetbalde te goed.”

Knieblessure

In die tijd ontwikkelde ze veerkracht. „Ik wilde zo graag profvoetballer worden, dat ik alle reacties voor lief nam. Toch had ik graag gewild dat een trainer had gezegd: we staan achter je. Dit had zeker geholpen deze tijd makkelijker door te komen.”

Jong Oranje was het eindstadium wat praktiserend voetbal betreft. Een knieblessure verhinderde een verdere voetbalcarrière. „Mijn wereld stortte toen écht in. Voetbal was álles voor mij. Ik sliep zelfs met een bal in bed.” Ze herpakt zich en creëert kansen voor zichzelf.

Favela Street is een nieuwe manier van ontwikkelingssamenwerking. De projecten, onder meer in Haïti, Lesbos en Curaçao, vinden hun oorsprong in de sloppenwijken in Rio de Janeiro. „Ik trap een balletje met de jongens en meiden, en probeer op deze manier contact te leggen.”

Rocky zet ook tweejarige projecten op in haar woonplaats Amsterdam en binnenkort Soedan. Haar opdrachtgevers zijn onder meer Nike en het ministerie van Buitenlandse Zaken. „Er wakkert een positief vuurtje in mij, anders kun je dit werk niet doen. In Soedan zijn vrouwen dertig jaar lang extreem onderdrukt. Ik hoop dat ik mijn netwerk kan inzetten om deze vrouwen een platform te kunnen bieden. We vechten voor een inclusieve wereld, en ons wapen is de bal.”

Wat is haar drijfveer? „Het heeft te maken met dat ik me vroeger ook uitgesloten voelde, en dat is uitsluiting op microniveau. Maar denk ook aan een vluchteling uit Syrië, of een zwart meisje uit Curaçao dat uit een bepaalde wijk komt. I shoot for the stars. Ik denk dat dit begint bij het individu, want elke druppel op de gloeiende plaat heeft nut. Uit deze druppel ontstaat een olievlek, omdat het zich verspreidt onder de community van de jongere.”

Ze noemt zichzelf sociaal ondernemer. In een TED Talk spreekt ze als voorbeeld over een meisje waar veel mensen met een grote boog omheen lopen. Ze zegt: ’Wat gebeurt er als we met een andere verwachting naar haar kijken? Durft de mens achter de andere mens te kijken?’

„Ja, klopt, Stephanie. Zij is hier een mooi voorbeeld van. Ze is een jonge vrouw uit Curaçao. Zwart, lesbisch en best moeilijk in de communicatie. Ze heeft zo’n uitstraling waarvan anderen denken: ik ga liever met een boog om haar heen. Nu ik langer met haar werk, en ze haar eigen kleine succeservaringen ervaart, komt bij haar het besef dat ze wél iets kan. Haar muur brokkelt af. Ik liet haar lesgeven aan kleine kinderen. ’Ze luisteren gewoon naar me’, zei ze. Vaak hebben jongeren veel meegemaakt en een muur opgebouwd. Als je als kind vaak genoeg te horen krijgt dat je niets kunt, ga je dit geloven. Je mag er niet zijn, en zo ga je je gedragen. Die cirkel wil ik onder meer met Favela Street doorbreken.”

Hoe heeft zij zelf het ’anders zijn’ ervaren? „Dat ik anders ben, omdat ik wilde voetballen en lesbisch ben is mij wel altijd heel duidelijk gemaakt door mijn omgeving. Ik ben wel heel gelukkig geweest in mijn jeugd. Mijn thuisbasis was goed. Dat geluk hebben veel jongeren niet. Every child needs a champion in their life. Elke jongere heeft iemand nodig die in hem of haar gelooft. Dan zal een jongere altijd een stap verder kunnen zetten.”

Zelfvertrouwen

„Laura Jonker heeft voor ons een wetenschappelijk meetinstrument ontwikkeld om te meten wat de impact is van ons programma. Zij is gespecialiseerd in zelfregulatie en sportpsychologie. Met dit instrument, een app, krijgen jongeren zelf inzicht in hun groeiproces. We meten zes keer door het hele traject van twee jaar. De jongere ziet zijn vorderingen in de app en zijn zelfvertrouwen groeit.”

„Uiteindelijk gaat het erom dat de jongeren waarmee ik twee jaar lang in een traject zit, verschil kunnen maken binnen hun eigen community. Je kunt ze in twee weken leren hoe ze sportactiviteiten organiseren, maar anders leren denken heeft tijd nodig. We nemen de ouders van die jongeren ook mee in dit proces en gaan bij hen thuis op bezoek. In Soedan drinken we bijvoorbeeld veel thee met deze mensen.” Lachend: „In Curaçao haal en breng ik de jongeren zelfs. Vaak is er geen auto beschikbaar vanuit het gezin, en anders bereik ik de jongeren niet. Het gaat ver, ik weet het, maar het werkt.”

„Het openbaar vervoer is daar niet te doen. Ik heb ook Papiaments geleerd. Als je kijkt naar de geschiedenis van het eiland, dan wordt de Nederlander soms nog gezien als kolonist. Degene die naar het eiland is gekomen om het over te nemen. Je kunt er iets van vinden of dit goed is geweest of niet, maar wat het in ieder geval teweegbrengt is dat veel mensen de Nederlandse taal soms liever niet willen spreken. Ze spreken nog liever Engels omdat er een bepaald gevoel aanhangt. Nu ik ook Papiaments spreek leg ik beter contact met de jongeren en hun ouders. Dit zijn extra stappen die ik zet naast het ontwikkelen van de methodiek en een meetinstrument.”

ALS

„Het is een ijzersterk programma, los van dat ik er zoveel passie en liefde in stop. Ik zie mijn werk als doing good. Maar er moet ook geld verdiend worden. Nu we het programma ook kunnen meten, willen we het omzetten in producten die we ook verkopen aan bijvoorbeeld de Johan Cruyff Foundation en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Als er een pleintje van Johan Cruijff wordt gerealiseerd, kan dit binnen de kortste keren kapot zijn. In die zin is het hardware. Je hebt ook software nodig om het eigenaarschap in de wijk te creëren.”

Rocky heeft een witte Nederlandse moeder, Truus. Haar vader Johan is van Molukse komaf. In 2018 overleed hij binnen negen maanden aan de spierziekte ALS. Rocky heeft sinds drie jaar een relatie met Bettina Perremuto, eveneens haar manager, en woont samen in Amsterdam.

Toen zij elkaar in Paradiso leerden kennen was Rocky’s vader net ziek. Op het moment dat het er echt toe deed bewoog zij Rocky bepaalde beslissingen te nemen.

„We waren voor Favela Street in Curaçao toen de situatie met mijn vader verslechterde. ALS had zijn ademhalingsspier al aangetast, hier kwam een longontsteking eroverheen. Bettina adviseerde mij direct naar het ziekenhuis te bellen, om te zorgen dat ik hem te spreken kreeg en om door te geven dat we eraan kwamen, maar ook om telefonisch afscheid te nemen. We wisten niet of we er op tijd zouden zijn. Ik durfde niet en weigerde in eerste instantie. Bellen bleek niet mogelijk. Bettina bleef op mij inpraten: ’Dan spreek je een bericht in op de voicemail van je broer. Laat het hem afspelen bij zijn oor’. Bettina legt uit: „Ik heb zelf nooit afscheid van mijn eigen vader kunnen nemen, dus wilde voorkomen dat Rocky dit ook zou meemaken. Ik sprak mijn vader in de ochtend nog, en zou hem nog gewoon zien in de middag, maar dit heeft hij niet meer gehaald.” Rocky kijkt meelevend en vervolgt:, We waren nét op tijd in het ziekenhuis. Mijn vader is een half uur daarna overleden.”

Positieve mindset

Voor aanvang van het interview was Rocky voor Favela Street in Amsterdam-West voor haar project Connect op het Mundus College. „Dit is een programma dat we voor het vijfde jaar draaien. Een schooljaar lang begeleiden we een klas met statushouders. Dit zijn kinderen uit Syrië, Ghana, Eritrea, Brazilië en Chili. Wij hebben in samenwerking met het Nike Community Impact Fund een programma opgezet waarbij we jongeren koppelen aan medewerkers van Nike wat betreft storytelling. Denk aan wat wil je worden, en hoe kan Nike daar eventueel bij helpen qua netwerk? De nadruk ligt op: ik ben iemand en ik kan iets, terwijl ze toch snel de stempel ’gelukszoeker’ op zich gedrukt krijgen.”

„We richten ons op een positieve mindset, het vergroten van zelfvertrouwen, en leren de kinderen hoe ze hun netwerk kunnen opbouwen. „John, bijvoorbeeld, is zeventien jaar en komt uit Ghana. Hij is gek op sneakers. Hij heeft gereageerd op mijn Instagrampost die ik maakte met Coca-Cola waarbij ik een goed voornemen mag vervullen. Hij heeft de campagne gewonnen. Coca-Cola koopt sneakermaterialen voor hem, helpt met zijn website en design zodat hij zijn eigen sneaker costumize business kan opzetten.”

Rocky werkt ook samen met Houda Loukili, voormalig Nederlands kampioen kickboksen.

„Ik leid Houda op tot hoofdtrainster in Nederland. Binnenkort starten we een nieuw project in Amsterdam-West met kwetsbare meiden van 13 tot 17 jaar. We hebben een specifieke focus op meiden. Op Curaçao werk ik standaard tegelijk met jongens en meiden. Zo zien jongens ook dat meiden kunnen voetballen en leiding kunnen geven. In bepaalde culturen doen we dit juist niet. Het gaat uiteindelijk om wat de jongere wil bereiken. Er zijn ook jongeren op Curaçao die een administratieve opleiding volgen en bij een accountant willen werken. Ik ken bijvoorbeeld een werknemer bij Ernst en Young. Een rondleiding over hoe dingen werken is dan snel geregeld. Ik verbind en maak gebruik van mijn grote netwerk om jongeren te stimuleren in hun eigen kracht te staan. Elke druppel op de gloeiende plaat maakt verschil.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Media
Televisie
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct