Opname uit The towering inferno.

Waarom houden slechteriken van lage, platte designhuizen? Wetmatigheden van architectuur in film

Opname uit The towering inferno.

Waarom houden slechteriken van lage, platte designhuizen? Waarom wonen arme sloebers in de stad van de toekomst altijd onderin, op straat of nog lager? Een paar wetmatigheden van architectuur in film.

Je hebt gewone architecten en de bovenmenselijke kunstenaars en visionairs, die starchitect genoemd worden. Frank Lloyd Wright, Frank Gehry, Rem Koolhaas, er zijn veel voorbeelden: hun wil is wet, wie met hen in zee gaat kan de borst nat maken. Als alles goed gaat, is het resultaat er ook naar. Dan haal je alle bladen met je nieuwe gebouw.

loading

De grootste van alle starchitecten is Howard Roark. Kenners vinden zijn werk geniaal, maar de massa begrijpt hem niet, en populisten willen hem kapotmaken. Hij sluit geen enkel compromis.

Een mindere architect, die de hulp van Roark inroept bij een project voor mensen die in armoe leven, merkt dat ook. Roark duldt geen inmenging, de mensen moeten niet zeuren want ze hebben er geen kijk op. ,,Maar’’, zegt de andere architect. ,,Het is een menselijk project. Denk eens aan de mensen in de achterstandswijken. Als je die een fatsoenlijk dak boven het hoofd kunt geven is dat een nobele daad. Zou je het niet doen voor hun?’’

,,Nee!’’, briest Roark. ,,Een man die voor anderen werkt zonder betaald te worden is een slaaf! Ik geloof er niet in dat slavernij nobel is! In geen enkele vorm en voor geen enkel doel!’’

loading

Zo iemand dus. Roark bestaat niet echt, hij is bedacht door Ayn Rand voor haar roman The fountainhead (in het Nederlands vertaald als De eeuwige bron ). Haar inspiratie was de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright met zijn brede, lage en open huizen.

Het boek is een taaie lofzang op de rechten van het individu in een maatschappij waar de middelmaat heerst. Aan de ene kant heb je het genie, aan de andere kant heb je de kuddedieren, die gestuurd worden door cynische populisten en socialisten, zo is de wereld.

The fountainhead werd in 1949 verfilmd, met Gary Cooper als Roark. Aan het eind van het verhaal is het ontwerp voor de nieuwe woningen voor de armen zo anders geworden door ingrepen van ambtenaren, commissies en de publieke opinie, dat hij het gebouw opblaast. Voor de rechter houdt hij een vurig en nogal prekerig pleidooi, waarna hij wordt vrijgesproken.

Ayn Rand, die het script zelf schreef, noteerde daarin dat de gebouwen van Wright als voorbeeld moesten dienen voor de gebouwen in de film. ,,Dit is uiterst belangrijk, want het publiek moet de ontwerpen bewonderen’’, schreef ze. Daarom ging iemand van studio Warner Bros bij de beroemde architect langs. Wright had er geen zin in en vroeg een astronomisch bedrag (400.000 dollar, zou hij zelf zeggen). Bovendien wilde hij zeggenschap over hoe het in de film gebruikt zou worden. Regisseur King Vidor koos voor een art director die al bij Warner werkte.

Howard Roark was het voorbeeld voor andere filmstarchitecten. Stourley Cracklite in The belly of an architect (1987) van Peter Greenaway, Anthony Royal in High-rise (2015) van Ben Wheatley, die in het penthouse woont van zijn flat, met een tuin zo groot dat er een paard in loopt. Ook behoorlijk onbescheiden, en echt bestaand, was Albert Speer, de architect die voor Hitler een heel nieuw Berlijn ontwierp. Al speelt Rutger Hauer hem in de tv-serie Inside the Third Reich (zijn Amerikaanse tv-debuut in 1982, Renée Soutendijk was Eva Braun) juist als een soort goede nazi.

Plat en breed: Vandammhuizen

We noemden de platte open huizen al die Frank Lloyd Wright ontwierp. Het beroemdste is Fallingwater, uit 1939, een gebouw van langwerpige blokken dat over een waterval in Pennsylvania gebouwd is.

loading

Dankzij Alfred Hitchcock sloop dat gebouw de film binnen. Of gebouwen die erop lijken. In North by northwest (1959) wordt een onschuldige man opgejaagd tot er uiteindelijk een afrekening is in de villa van de slechterik, Vandamm. Dat huis lijkt, net als dat van Wright, aan een berg te hangen. Zij het, dat het Vandammhuis op schuine steunpalen leunt, terwijl de dozen van Wright gewichtloos in de lucht zweven. Die steunbalken zijn handig, zo kan de held ongezien dichtbij komen.

Daarmee was het hek van de dam. North by northwest was een voorloper van de latere James Bond-films en in veel daarvan komen soortgelijke huizen voor gebaseerd op die van Wright, of zijn leerling John Lautner.

loading

Meestal woont er een slechterik. Ernst Blofeld in Diamonds are forever zit in een (bestaand) huis van Lautner. Andere Lautnerhuizen komen langs in Body double , Lethal weapon 2 en The big Lebowski . Vooral de Chemosphere, het huis uit Body double (1984) ziet er zo wonderlijk uit, dat mensen die Los Angeles niet kennen meenden dat het een filmset was.

Beroemd werd ook de villa uit Zabriskie point (1970), de hippiefilm van de Italiaan Michelangelo Antonioni. Aan het eind van de film explodeert het minutenlang, op muziek van Pink Floyd. En het mooiste Vandammhuis is de eilandwoning in The ghost writer (2010) van Roman Polanski, een indrukwekkende bunker van beton en veel glas waar een sterk op Tony Blair lijkende persoon woont.

Het zijn niet allemaal bad guys die in zulke huizen wonen. Tony Stark, ook bekend als Iron Man, woont in iets dat rechtstreeks is afgeleid van de Razor Residence in Californië. En Bruce Wayne, ook bekend als Batman, wijkt in Batman vs Superman uit naar een glazen woning die van Mies van der Rohe is afgekeken, met bijbehorend meubilair. En of het rijke gezin in de verrassende doorkijkvilla in Parasite (2019) van Bong Joon Ho goed of slecht is, is niet duidelijk. ,,Ze zijn rijk, maar best aardig’’, zegt iemand in de film – vrij vertaald. ,,Ze zijn aardig omdat ze rijk zijn’’, is het antwoord.

Hoog en laag: Metropolissen

Toen regisseur Fritz Lang in 1924 Manhattan zag, wist hij: zo ziet de toekomst eruit. Daarom zette hij voor zijn sciencefictionfilm Metropolis drie ontwerpers aan het werk die een complete stad voor hem maakten, met wolkenkrabbers van zeventig verdiepingen waar vliegtuigjes tussendoor konden vliegen. Bovenin de stad, waar de rijkaards wonen, is het open, luxe en licht, onderin, bij de arbeiders is het simpeler, Bauhaus-achtig.

loading

Na Metropolis volgden meer steden van de toekomst. Beroemd is natuurlijk Los Angeles zoals het er volgens Blade Runner (1982) in 2019 uit zou zien: hoge industriële gebouwen die alles domineren, overal reclameschermen en op straat een Aziatische chaos van voedselstalletjes. Ook beroemd: Coruscant uit de Star warsfilms, een compleet volgebouwde planeet waar toch nog steeds wolkenkrabbers nodig zijn. En ook niet de kleinste.

En dan is er de stad van de toekomst die we nooit zullen zien op het witte doek: Megalopolis , het project waar Francis Ford Coppola al in 1984 mee begon, over de strijd tussen een architect en een burgemeester over de herschepping van New York. Het verhaal was minstens zo geschakeerd als dat van Apocalypse now , en even leek het erop dat de studio’s het aandurfden, maar toen kwamen de aanslagen van 9/11 en waren ambitieuze films over architecten en New York taboe.

In de steden van de toekomst valt niet zozeer de architectuur op (hoog, veel) als het luchtverkeer tussen de gebouwen. Dat was al zo met de tweedeksvliegtuigjes in Metropolis , dat is ook zo op Coruscant waar hele stromen voertuigen door de lucht gaan. Dat die voorspelling – we gaan vliegen! – nog steeds niet is uitgekomen ligt eraan, dat verkeersregels erg ingewikkeld worden wanneer andere deelnemers niet alleen van links of rechts kunnen komen, maar ook van boven en beneden.

Waar deze stedenbouwers kennelijk geen invloed op hebben is de sociale scheiding, die automatisch ontstaat. De rijken wonen boven en hebben er weinig last van, maar onderin ligt verpaupering op de loer, daar zijn de armen, de werkers, de criminelen en de kleine scharrelaars. Ook in Parasite is dat zo.

Niet dat die rijken daarboven altijd beter af zijn. Zie de Glass Tower in San Francisco, een fallische piek van 515 meter hoog, ontworpen door architect Doug Roberts. Tijdens het feestje bij de opening komt hij erachter dat er bij de bouw op van alles bespaard is, en ja hoor, de boel gaat in de fik. Zo verloopt The towering inferno , een rampenfilm uit 1974. Gelukkig wordt architect Roberts gespeeld door Paul Newman, die kranig werk doet en vele levens redt.

,,Architecten’’, zucht de brandweercommandant in The towering inferno (Steve McQueen) terwijl het gebouw in de hens staat.

,,Ja hoor, het ligt allemaal aan ons’’, zegt de architect.

,,Je weet dat het voor ons niet mogelijk is om boven de zesde verdieping een brand goed te blussen, maar jullie blijven maar zo hoog bouwen als je kunt’’, zegt de commandant.

,,Ben je hier om mij aan te pakken, of de brand’’, zegt de architect.

Slap antwoord, natuurlijk. Of de brandweerman in de film gelijk heeft weet ik niet, er wordt nog steeds hoog gebouwd. Maar gelijk krijgen van een starchitect, daar moet je niet op rekenen.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct