Publiek voor Gold Diggers of 1933, bij een bioscoop in Trenton, New Jersey

Crisis? Naar de film!

Publiek voor Gold Diggers of 1933, bij een bioscoop in Trenton, New Jersey

Het leek er in de schrale jaren dertig op dat de filmindustrie weinig last zou hebben van de crisis. Werkloos of niet, geld voor de bios zouden de mensen altijd wel hebben. Dat was het idee.

Een grote munt schuift opzij en onthult een zangeres. Ze heet Fay Fortune, horen we later. Ze heeft een jurkje aan van zilveren dollarmunten en verder niet zo heel veel.

,, We’re in the money !’’, zingt ze verrukt – we zwemmen in het geld. ,,De hemel is weer zonnig, en Meneer Crisis, je bent er geweest, je hebt ons slecht behandeld.’’

De camera onthult een decor van enorme dollarmunten, en er komt een legioen schaars geklede dansmeisjes op, die met dollars ter grootte van schilden zwaaien, hun kleding is munten, hun oorbellen, hun stola’s, alles fonkelt en glittert, alles geld, geld, geld!

Dat is de opening van Gold diggers of 1933 , een Amerikaanse musical uit 1933 over vier actrices op jacht naar een vast inkomen. Aan het eind hebben drie van hen een rijke, meestal oudere man aan de haak geslagen. Alleen Fay niet. (Maar die wordt gespeeld door Ginger Rogers, die later beroemd zou worden als danspartner van Fred Astaire).

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

loading

,, Gold diggers bracht, verpakt in de ten top gedreven weelde van een revuefilm, een wel zeer navrant, ontstellend beeld van de depressie’’, schreef de Leeuwarder Courant destijds.

1933: dat was vier jaar na de beurskrach van 24 oktober 1929, die de westerse wereld in een jarenlange crisis had gestort. In Duitsland kwam een ongure partij aan de macht, in Amerika waren zo’n 15 miljoen Amerikanen werkloos en hier in Nederland zat een half miljoen thuis zonder baan (bijna 12 procent van de beroepsbevolking).

Crisiswetten moesten hier voorkomen dat boeren en de scheepvaart verder in de knel kwamen, er werden beperkingen opgelegd aan de import en export. In Amsterdam en Rotterdam vielen doden bij volksopstanden tegen steunverlaging. Een muiterij op De Zeven Provinciën bij Sumatra werd door de overheid beëindigd met een bom op het marineschip: 23 doden.

Topjaar

De filmbazen van de Hollywoodstudio’s hadden zich aanvankelijk in de handen gewreven, want het leek erop dat hun sector ongeschonden bleef. Ging in de Verenigde Staten van alles dicht, het bioscoopbezoek bleef hoog. Het eerste crisisjaar 1930 was zelfs een topjaar, met 110 miljoen filmbezoekers per week . Drie jaar daarvoor, in 1927, het jaar van de eerste geluidsfilms, was dat maar 57 miljoen.

,,De bioscopen komen het laatst in de knoei en het eerst er weer uit’’, zei Carl Laemmle, de baas van Universal. Volgens Harry Warner – een van de gebroeders Warner – waren films ,,even noodzakelijk als alle andere dagelijkse verbruiksartikelen’’. Walter Gifford, de baas van AT&T en voorzitter van een ondersteuningsorganisatie voor werklozen, stelde voor om de armen gratis bioscoopkaartjes te geven, want ook hij zag films als een levensbehoefte, direct na voedsel en kleding.

Zo zagen de mensen het zelf niet. De klap voor de bios kwam toch, in de vroege jaren dertig. Van de bijna 20.000 bioscopen die de Verenigde Staten toen had, sloot bijna een derde deel de deuren, al dan niet tijdelijk.

Dat leek in Nederland niet te gebeuren, al gingen in 1931 wel alle vier Groninger bioscopen dicht, van februari tot oktober. Dat was een protest tegen de hoge vermakelijkheidsbelasting ze aan de gemeente moesten afdragen. De bioscopen wonnen.

De bioscoopbranche in de VS kwam met stunts om aanvullend publiek te trekken. Een bioscoopzaal kun je voor weinig andere dingen gebruiken dan voor het vertonen van films, wat de mogelijkheden beperkt. Charles Yeager bedacht Bank Night , een op het oog krankzinnige, maar zeer succesvolle loterij. Mensen konden, in de bioscopen die meededen (een op de drie, ongeveer), hun naam achterlaten en op Bank Night werden er willekeurig prijswinnaars geloot.

Om hun prijs, een geldbedrag, te krijgen moesten ze wel binnen zoveel tijd bij het podium zijn. Een bioscoopkaartje hoefden ze niet te kopen, maar veel mensen deden dat toch, voor de hoofdfilm na de loting. Het sloeg zo aan, dat een bioscoopbaas in Brooklyn spottend voorstelde om de films maar gewoon te schrappen. Eind jaren dertig was het fenomeen voorbij.

Gangsters

De crisis had ook zijn effecten op de films die gemaakt werden: het waren er minder, en meestal wat duurdere producties. De eerste echte blockbusters verschenen: Frankenstein en Dracula (1931), en twee jaar later King Kong .

Opvallend was hoe in de zwaarste tijd van de crisis de gangsterfilm in trek raakte. De gangsters verdreven de western van het witte doek, cowboys kwamen pas later in de jaren dertig terug. Gangsters moeten tot de verbeelding hebben gesproken: vrije jongens die volhardend van onderop in de maatschappij tot rijkdom kwamen. The American dream met kogels. Dat ze voor de eindtitels om het leven komen hoort bij de gekozen loopbaan.

Little Caesar (1931) en Scarface (1932), met respectievelijk Edward G. Robinson en Paul Muni in rollen die losjes op Al Capone gebaseerd waren, en Public enemy (1931) met James Cagney veroorzaakten een vloedgolf aan gangsterfilms.

Dat geflirt met misdaad zat niet lekker bij kerk en overheden. Straks gingen kijkers het verkeerde pad nog op… Om ingrepen van buitenaf te voorkomen had de filmindustrie zelf een censuurbureau, waardoor er bij die gangsterfilms meestal een tekst zit dat misdaad niet loont, en de ergste scènes werden verwijderd. Scarface kreeg als ondertitel: The shame of a nation .

Dat censuurbureau werd in 1934 officieel: alle filmmakers moesten zich houden aan een productiecode die voorschreef wat wel en niet kon. Niet kon: misdaad als iets positiefs laten zien, grappen maken over de kerk, en, natuurlijk, expliciete verwijzingen naar seks. Mede daardoor kwamen er na 1935 films waarin diezelfde James Cagney en Edward G. Robinson politiemensen en FBI’ers vertolkten.

Die gangsterfilms sluiten aan bij een ander geliefd genre, de grotestadsfilm. Daar waar doortrapte bestuurders, sluwe advocaten en cynische journalisten heersten, en politieke trucs werden uitgehaald. De wereld buiten de bioscoop is te ingewikkeld om boosdoeners aan te wijzen, dit is veel overzichtelijker.

Zoals in de politieke komedie The dark horse (1932), waarin een geraffineerde mannetjesmaker regelt dat een sukkel tot gouverneur verkozen wordt. ,,We gaan de kiezers ervan overtuigen dat ze eindelijk iemand uit hun eigen kringen krijgen om ze te vertegenwoordigen. Eerlijk en stom’’, zegt de mannetjesmaker. ,,Dat is wat het publiek wil in deze tijden van corruptie en depressie.’’

De tekst gaat door onder de afbeelding.

loading

Gaarkeuken

Zo’n stad, daar hoort ook een musical als Gold diggers of 1933 bij. Niet veel films uit die tijd zijn zo rechtstreeks met de crisis bezig. We’re in the money zet de toon al, als het dansnummer in de film ineens eindigt omdat het geld op is. Remember my forgotten man wrijft het er helemaal in, met een rij mannen bij de gaarkeuken en een oorlogsveteraan die op de stoep moet slapen.

,,Waar gaat deze show over?’’, vraagt een van de zangeressen. ,,Het gaat allemaal over de crisis’’, zegt de producent. ,,Dat hoeven we niet te repeteren’’, is het antwoord. Het stond het kassucces van de film niet in de weg.

Het dieptepunt qua bioscoopbezoek was in 1932/1933. De studio’s van Paramount en Fox, die in 1930 nog 28 miljoen dollar winst hadden gemaakt leden in de eerste negen maanden van 1932 26 miljoen verlies.

Maar daarna begon het filmbezoek weer toe te nemen. Rond 1937 was het nog niet op het oude peil, dat kwam pas tijdens de oorlog, toen steeds meer Amerikanen aan het werk kwamen, werkloosheidscijfers pijlsnel daalden en er weer geld was voor pleziertjes. Wel begon in ‘37 wat later Hollywood’s golden age is gaan heten, vanwege alle klassiekers die zijn gemaakt, als Citizen Kane , The wizard of Oz , Stagecoach en Gone with the wind .

Ook in Nederland steeg het bioscoopbezoek halverwege de jaren dertig langzaam. Tijdens de bezetting ging die stijging door, tot in 1946, toen er 88,7 miljoen bezoekjes aan de bioscoop werden gebracht. Zoveel werden het er nooit weer. Vorig jaar waren het er 38 miljoen, met veel meer Nederlanders.

Op Gone with the wind , moest Nederland, ondanks de populariteit van het boek Gejaagd door de wind , trouwens nog wachten. Die film zou pas in 1950 in première gaan, op het Holland Festival.

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct