Schrijver Lammert Voos.

Schrijver Lammert Voos en zijn demonen in de klei

Schrijver Lammert Voos.

Lammert Voos schrijft kaal, uitgebeten proza, geïnspireerd door zijn familie: krabbelaars, worstelend met de klei van het Hogeland. Zijn nieuwe roman Canisius vertelt over het lot van een tragische, kleurrijke oom.

Rauw, kaal, uitgebeten. Lammert Voos draait er niet omheen, niet in wat hij vertelt en al evenmin in hoe hij het opschrijft. Canisius is een korte roman, over een sloeber van het Hogeland, een bastaard die een foute keus maakt en zo haast vanzelf aan de verkeerde, want Duitse kant van de geschiedenis belandt (in de Tweede Wereldoorlog).

Canisius komt als het ware voort uit zijn vorige boek Malterfoske , een korte reeks nauw samenhangende verhalen, ook heel bondig verteld, waarin Voos ook al inging op zijn familiegeschiedenis. Ook in dat boek sterft er al een hond. In Canisius , let even op die naam, is het een terugkerend motief.

De mens is de mens een wolf, zoiets. Voos is een hondenman: er drentelen er twee door de achtertuin van zijn huis in Vierhuizen. Lieve beesten. ,,Maar die ene heeft me wel eens gebeten. Het blijven roofdieren. Ze komen ook in het boek voor. Ja, dat zijn van die inside-grapjes die ik erin doe. Alle Duitsers in het boek hebben namen van personages uit de opera’s van Richard Wagner. Dat vind ik dan grappig.”

Zulke grapjes tillen het boek wel even uit boven het particuliere verhaal van een kleurrijke, tragische oom. ,,Maar het is ook niet helemaal dat verhaal. Ik weet dat hij naar Duitsland is gegaan, maar wat hij daar gedaan heeft, dat moest ik zelf bedenken.” Daar is het ook een roman voor. ,,Precies.”

Het was me een kleurrijk figuur, die oom. Beweerde dat hij leeuwentemmer was geweest in het Russische Staatscircus, en dat hij met Johnny Weissmuller heeft gewerkt. ,,Een ontzettende zwamneus. Hij was zijn arm kwijtgeraakt aan een leeuw, dat wel.” Zo te horen zit er nog wel een roman in deze figuur, of anders had Canisius wel een keer zo dik mogen zijn. Maar nee, ,,dan had ik mijn stijl niet kunnen vasthouden. Ik heb mijn eigen stijl, rechttoe rechtaan. Ik heb geen halve pagina nodig om to the point te komen. Voor ik schrijf denk ik er heel erg over na. Dan krijg je van die explosies, gecondenseerd. Daar ben ik wel goed in, condenseren.”

Ambivalent

De volgende roman gaat over Zwarte Jan, oom van de hoofdfiguur in Canisius en ook al weer gebaseerd op een familielid van Voos zelf – zijn oudoom. ,,Enerzijds een heel boeiende figuur, echt een leuke man, anderzijds een echte crimineel. Ambivalent. Ik zou nog wel even door kunnen gaan met die familie van mij, maar dan vind ik het mooi geweest, hoor.”

Ambivalent, dat is Voos zelf ook. ,,Ik zou best een crimineel kunnen zijn, maar ik hou mezelf in. Ik heb toch verantwoordelijkheden, een voorbeeldfunctie. Maar ik ben geen keurige jongen, ik ken mezelf heel goed en ik weet waar ik toe in staat ben als het zou moeten. Daar word je niet altijd vrolijk van. Een keer met een kroeggevecht, dat ik iemand iets te hard sloeg. Ik zag later hoe ik hem toegetakeld had. Aan de ene kant denk je: oh god, je bent toch een beschaafde man, hoe kun je zoiets doen. En aan de andere kant: ha, dat heb ik mooi gedaan.”

Canisius , toch al niet zo’n heel dik boek, begint met een hoofdstuk waarin de verteller een stevige crisissituatie doormaakt, tijdens een drankgestookte vakantie op La Gomera. In die verteller laat zich met gemak Voos zelf herkennen. ,,Om me er rekenschap van te geven, waarom ik dit boek schreef. Ik moet zelf mijn verhaal ook kwijt, ik heb ook demonen uit te bannen.”

Voos werkte als hulpverlener in het door oorlog en etnische zuiveringen verkruimelde Joegoslavië ,,Daar zou je een connectie met het oorlogsverleden van Canisius in zien”, zegt Voos, ,,als je dat zou willen. Ik heb het nodige gezien en meegemaakt, daarom kan ik er ook over schrijven. Daar zit weinig afstand in. Ik vind het mateloos fascinerend, leven in oorlogstijd, in die chaos. Het laat me niet los.”

Geweld, zegt hij, is een rode draad in zijn leven. ,,Ik ben opgegroeid met geweld, mijn vader was heel gewelddadig. Niet zozeer dat ik klappen kreeg, maar mijn moeder wel. Ik sloeg terug, hè? Maar als je 14 bent, is dat niet heel goed voor je psyche. Daar neem je wat van mee. Ik was er zelf ook niet vrij van. Ik was vroeger heel driftig. en niet altijd even aardig.” Lacht. ,,Nu nog niet, maar anders.”

Trauma's kweken

Hij ging naar Joegoslavië – niet als militair, maar als hulpverlener. ,,Toeschouwer. Maar dat wist ik toen ook niet. Het leek me wel avontuurlijk. En dat was het ook. Alleen: als je daar heen gaat kom je nooit meer terug. Of als een ander mens.” Dan heb je dus al trauma’s en je kweekt er nog een paar bij. ,,Daarom zoek je dat ook op. Maar dat beredeneer je pas achteraf.”

Daarnaast werkte hij met moeilijk opvoedbare jongeren en asielzoekers. ,,Daar kwam ook een hoop geweld bij. Waarom zoek je zoiets op? Daar hebben psychiaters en psychologen wel wat over te zeggen, uiteraard. Dat ik altijd weer de spanning opzocht van vroeger thuis, omdat ik me daarin thuis voel. Dat ik juist in crisissituaties heel goed functioneer. Vroeger, nu niet meer.”

Wat is er dan veranderd? ,,Zelfinzicht. Waarom doe je dit altijd, en wat gebeurt er dan? Je zit in een bepaalde situatie, dat is heftig, en dat hield ik ook nooit heel lang vol. Knapte ik af.” Geweld opzoeken en erop afknappen. ,,En veel drinken, hè. Heel destructief. Dat is wat alle mensen een beetje bindt. Ik vind mensen destructief. De mens is de mens een wolf, ja. En dat wordt nu wel pijnlijk duidelijk. Je kunt er heel filosofisch over doen, maar alles wat de mens uitvindt wordt gebruikt om andere mensen mee uit te roeien. Dat begint al met het wiel. Nou, wat doe je ermee? Je maakt een strijdwagen.”

Dat drinken, daar ging hij na die keer afknappen flink mee door, tot hij nog eens afknapte. Dan maar stoppen. ,,Al een jaar of twaalf niet meer. Toen ging het wel weer goed. In mijn familie komt alcoholisme ook heel veel voor. Ik had het goede voorbeeld.”

Eigenlijk kwamen de letteren zo’n beetje in plaats van de drank, al schreef hij altijd al voor muziekblaadjes. ,,Ik kwam in contact met dichters en schrijvers, en die vonden dat ik ook wel gedichten kon schrijven. Toen ben ik dat maar gaan doen, ben ik redelijk succesvol mee geworden.” Hij is zelfs een paar jaar stadsdichter van Deventer geweest.

Dichten, het heeft hem wel wat gebracht. ,,Ik kreeg een ander soort stem. Zeker als stadsdichter kon ik erg kritisch zijn, en dat werd me niet in dank afgenomen. Ik wilde geen jubeldichter worden. Ik was altijd al wel kritisch en redelijk betrokken bij maatschappelijke dingen en dat soort flauwekul. Maar toen kon ik het ook zeggen en dat werd gelezen. Dat is hartstikke mooi. Dat mensen zich aan je ergeren is ook mooi, want dan denken ze tenminste na. Daar voelde ik me wel goed bij.”

In de klei

Zijn eerste dichtbundel heette Klaai . Zo rond 1990 had hij een muzikaal gelegenheidsduo met Peter Sijbenga: Klaei (in de toen al verouderde Friese spelling). Daarvoor was hij frontman van de band Umberto Di Bossi E Compadres, nog redelijk succesvol in het Nederlandse clubcircuit. De muziek: rauw, zompig, kleiïg.

,,Als je eenmaal tot aan je enkels in de klei staat, kom je er nooit meer uit. Ik ben hier geboren, het is hier allemaal zeeklei. Ik weet niet, het is mijn afkomst. Ik denk dat ik bewust of onbewust altijd met mijn afkomst bezig geweest ben. Zelfs in mijn muziek. Ja, mooi hè? Als je dan deels Fries en deels Gronings bent, blijft dat klei-gedeelte altijd staan. Toen ik in Sneek woonde vond iedereen mij typisch Fries, hier vinden ze me typisch Gronings. Grappig, die identiteit. Maar ik ben meer een Hogelandster, een Groninger, dan een Fries.”

Sinds een jaar of wat woont hij hier in Vierhuizen. Pittoresk, toeristisch zelfs in de zomer, woest en ongenaakbaar in de winter. Moest hij hier terugkeren om die boeken, Malterfoske en Canisius , te schrijven? ,,Kennelijk. Sommige stukken van Malterfoske had ik al, maar toen we hier kwamen viel het wel allemaal op zijn plek. Dus in die zin moest ik hier wel terugkomen. Toen ging het wel hard, hoor. De omgeving is ook je inspiratiebron. Dit landschap is anders dan waar ook. ‘s Zomers prachtig, ‘s winters.... desolaat. Het vergeeft niet. Hier fietsen in de winter, echt, dat is werken. Altijd wind, altijd koud en vochtig.”

En toch doet hij dat. Fietsen door dat landschap dat de lezer van zijn boeken zal kunnen dromen. ,,Domweg om niet al te dik te worden. Daar heb ik nogal aanleg voor. En dan heb ik ook nog medicijnen waar ik extra dik van word. Godverdomme.” Op het platteland, hoe ruig ook, beweeg je meer dan in de stad. ,,Vanmorgen heb ik nog een half bos gekapt. Hier achter de sloot. Japanse duizendknoop.”

Een beste achterstand

Zijn gezondheid, daar wil hij het wel even kort over hebben, is wankel – voor zijn facebookvrienden kan hij er kleurrijk over klagen. Migraine, een vorm van reuma, gespannen staande spieren vanwege posttraumatische stress. ,,Daar word je ook doodmoe van.” Die ptss komt deels van zijn werk, deels van zijn jeugd. ,,Daarom is het ook niet te behandelen.” Zijn moeder was ziek toen ze van hem in verwachting was. Geelzucht. ,,Vandaar dat ik met een beste achterstand geboren ben. Ik was heel licht, heel klein. Kun je je nu niet voorstellen. Kreeg ik ook nog eens hersenvliesontsteking.” Veel ziek, veel ziek geweest. ,,Als je er ook nog eens stevig bij gaat drinken”, spot hij, ,,nou, dan ben je goed bezig.”

Zijn vader kreeg dat geweld ook weer mee van diens vader, de klompenmaker uit Malterfoske . ,,Dat was echt een hond. Flink aan de drank, losse handen. Het gaat generaties terug. Een van mijn voorvaderen, een Voos, zat al in de bak wegens geweldpleging.”

Zo is het werk van Lammert Voos getekend door zijn geschiedenis en zijn voorgeslacht, maar zijn persoon net zo goed. Hoe is dat bij hemzelf dan? ,,Het stopt sowieso bij mijn generatie, als ik zo links en rechts bij mijn neven en nichten kijk. Die doen het allemaal vrij redelijk. Meer verstand, meer ontwikkeling. Dat zal het wezen, denk ik.”

Toch een lichtpunt voor de mensheid.

,,Welnee.”

#

loading

Titel Canisius Auteur Lammert Voos UItgeverij AFDH. Prijs 22,50 euro (144 blz.).

#

 

Paspoort

Naam Lammert Voos

Geboren 19 januari 1962 in Eenrum, opgegroeid in Sneek

Loopbaan Frontman van de band Umberto Di Bosso E Compadres; hulpverlener in voormalig Joegoslavië en Afrika; werk met moeilijk opvoedbare jongeren; Stadsdichter Deventer

Privé Lammert Voos is getrouwd en woont in Vierhuizen

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct