Inschrijving op naam van een huisarts verdwijnt, voorziet emeritus hoogleraar Jan de Haan uit Wolvega. Het persoonlijk contact met de huisarts is iets van vroeger, waar vooral de ouderen nog waarde aan hechten.

Jan de Haan schreef met Van dorpsdokter tot hoogleraar een autobiografisch verhaal over zijn leven als zoon van een glasblazer uit Nieuw-Buinen, dorpsdokter, hoogleraar, hobby-illusionist en patiënt met zorgervaring.

De Haan wist in zijn werkzame leven zijn collega’s in het land geregeld te prikkelen. Hij blijkt dat – inmiddels 74 jaar oud, en vijftien jaar uit het vak – nog niet verleerd. Zo vindt hij de toekomstvisie van het Nederlands Huisartsen Genootschap en de Landelijke Huisartsen Verenging nu al verouderd. ,,Ze is geschreven met het idee om inschrijving op naam te behouden. Dat geeft de huisartsen macht in de onderhandelingen met overheid en zorgverzekeraars. Begrijpelijk, maar de kernwaarden die ze noemen, zijn nu allang niet haalbaar meer. De persoonlijke, continue, integrale zorg, zoals de beroepsgroep die vroeger formuleerde, geven de meeste huisartsen niet meer.”

Verdere vervaging tussen eerstelijns- en tweedelijnszorg

De relatie tussen arts en patiënt is veel losser dan vroeger, schrijft De Haan. Hij voorspelt dat patiënten zich niet meer bij een huisarts, maar bij een praktijk inschrijven. ,,Misschien verdwijnt ook dat nog eens en kun je naar een huisarts gaan waar je maar wilt. Je elektronische dossier is immers overal te raadplegen.’’ Belgen kunnen al per consult kiezen naar welke huisarts ze willen.

De Haan voorspelt verdere vervaging tussen eerstelijns- (huisarts) en tweedelijnszorg (ziekenhuis). Doktersposten krijgen in Nederland steeds meer het karakter van huisartsenpraktijken. ,,Ideaal toch, na je werk nog langs een dokter voor kleine kwalen.”

Dit alles is een logisch vervolg van maatschappelijke ontwikkelingen, memoreert De Haan. De emancipatie van de vrouw en de vooruitgang in de techniek met de komst van internet en mobiele telefonie hadden een enorme impact op de huisartsenzorg. Vijftig jaar huisartsgeneeskunde betekende een totale omwenteling, schrijft hij. Zijn boek geeft daar een inkijkje in.

Vervroegd pensioen en landelijke bekendheid

De Haan was tussen 1974 en 2006 huisarts in Scherpenzeel en Wolvega en werd in 1996 benoemd tot hoogleraar Praktijkvoering in de huisartsenpraktijk aan de Rijksuniversiteit in Groningen. In 2006 moest hij vervroegd met pensioen vanwege een hersenbloeding.

Hij kreeg landelijke bekendheid door publicaties over het delegeren van taken in de huisartsenpraktijk. Zo zette hij zich al vroeg in voor professionalisering van het beroep doktersassistente. Hij plaatst nu kanttekeningen bij die ontwikkeling. ,,Mijn beroep heeft veel van zijn charme verloren”, schrijft hij. ,,Het inschakelen van meer hulppersoneel in de huisartsenpraktijk heeft zo’n stormachtige ontwikkeling doorgemaakt dat ik me afvraag of de patiënt daar nu nog wel blij mee moet zijn. De zorg is te veel versnipperd.”

De Haan waarschuwt zijn collega’s de patiënt niet uit het oog te verliezen. ,,Door het parttime werken en dat alleen maar tijdens kantooruren dreigt er een verschraling van de persoonlijke zorg.”

In de jaren zeventig hadden de patiënten het gevoel dat dokter wel op ze paste, verhaalt De Haan. ,,Ik reed ‘sociale visites’ bij oude mensen. Er was geen echte medische reden voor. Veel oudjes waren gewend dat dokter even langskwam voor het meten van de bloeddruk.” De komst van de telefoon en eigen auto’s maakte dat De Haan aan het eind van zijn loopbaan nog nauwelijks visites reed. ,,Patiënten hechten niet meer zoals vroeger aan hun eigen huisarts. Ze vinden het belangrijker dat ze zo snel mogelijk geholpen worden. Door wie vinden ze minder belangrijk. Voor oudere mensen is dat nog wel een issue.”

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Boeken
Zorg
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct