Boek 'Krabben' van Daan Borrel en Milou Deelen: Niets nieuws, wel een frisse blik

Daan Borrel en Milou Deelen onderzoeken in Krabben waarom vrouwen elkaar toch veroordelen en maken kennis met elkaars ideeën over vrouwenhaat, vriendschap, seksualiteit en lichaamsacceptatie. Dit doen ze in briefvorm. Hun mooi vormgegeven documentaire in boekvorm staat vol met interviews, questionaires en selfies met bekende en onbekende feministen van alle leeftijden, zoals: Els Kloek, Romy Boomsma, Simon(e) van Saarloos en Nhung Dam.

Er zijn feministen die denken dat de zogenaamde ‘krabbenmand’ niet bestaat. Deelen, die het slachtoffer werd van slutshaming , weet wel beter. Op Internationale Vrouwendag 2017 wilde ze de dubbele seksuele moraal binnen Vindicat, het Groningse studentencorps, onder de aandacht brengen. Ze postte een filmpje op Facebook waarin ze borden omhooghield met de teksten die zij, vanwege haar seksuele vrijpostigheid, naar haar hoofd geslingerd kreeg: ‘hoer, slet, laag wijf’.

Ze ontving veel haatreacties van vrouwen (binnen het corps), mede omdat ze ongelukkigerwijs net ‘met het vriendje van een jaarclubgenoot had gevoosd’. Waar die jongen natuurlijk helemaal niet voor werd bestraft, maar zij wel. De haat die vrouwen over zich af kunnen roepen van andere vrouwen, is niet te vergelijken met de respons die mannen krijgen als ze iets doen waardoor ze buiten de groep vallen. Deze ervaring, een klein trauma mogen we het wel noemen, komt meermaals terug in het boek.

Terugkerend zijn ook de verwijzingen naar het inhoudelijk sterke interview met cultuurwetenschapper Margriet van Heesch, die een wetenschappelijke onderbouwing voor ‘het krabben’ geeft. Ze legt uit hoe vrouwen die zich in een (symbolisch) ondergeschikte positie bevinden elkaar minder helpen dan mensen die geprivilegieerd zijn. Ze haalt bijvoorbeeld een onderzoek naar queen bees aan: als een vrouw eenmaal door het glazen plafond is gebroken, houdt ze andere vrouwen onder zich klein, zodat ze de enige vrouw in het bestuur of de directie blijft.

Die interviews vormen de voedingsbodem voor het onderzoek en de correspondentie tussen Deelen en Borrel. Soms resulteert dat in een wat schoolse manier om samenhang te creëren en de lezer bij de les te houden. Maar ze geven ook inzicht in het ‘denkproces’. Omdat de auteurs jong zijn en sommige materie nieuw, hebben die gedachte-uitwisselingen een vormend karakter.

Van historicus Els Kloek komt een scherpe observatie: ‘Ik denk dat het huidige identiteits-denken waar vrouwen nu in vastzitten niet leidt tot meer ruimte maken voor de ander, maar tot steeds een schuldige aanwijzen (..).’ Zoveel feministen, zoveel meningen. Borrel en Deelen brengen ze in kaart op een luchtige, maar inhoudelijke en sprankelende manier. Geen nieuwe ideeën, wél een frisse blik.