Schrijver Carlos Castaneda.

Kan een boek een roes veroorzaken? Trippen met magiër Don Juan

Schrijver Carlos Castaneda. FOTO SHUTTERSTOCK

Kan een boek een roes veroorzaken? Cultuurredacteur Kirsten van Santen herlas De lessen van Don Juan van Carlos Castaneda.

Kan je ‘high’ raken van het lezen van een boek? Deze week, in een Zoom-vergadering met enkele redacteuren, opperde iemand van wel. Hij bekende bij nader inzien dat het eigenlijk meer een ‘low’ was geweest, maar toch, een gevoel dat reikte aan extase: bij het lezen van Een klein leven van de Amerikaanse schrijfster Hanya Yanaghara. En inderdaad, dat had ik ook. Mijn emoties werden er toch wel enige uren nadat ik deze tranentrekker uit had door bepaald. Droef voelde ik me en op een prettige manier weemoedig (en stiekem dik tevreden met mijn eigen, toch best wel onbezorgde leven).

loading

Kan een boek een roes veroorzaken? De vraag liet me niet los en ineens herinnerde ik het me: die ene leeservaring toen het wel leek alsof ik aan het trippen was – op mijn studentenkamer, op een ongemakkelijke rotanbank, in de verre jaren negentig van de vorige eeuw. Ik las De lessen van Don Juan van Carlos Castaneda, een van de standaardwerken van de psychedelica. Ik herinner me dat ik het boek verslond en met de ik-persoon in het boek, een cultureel antropoloog die veldwerk verricht in de woestijn van Mexico, meeleefde en meereisde op zijn talloze door peyote, inheemse kruiden (duivelskruid!) en paddo’s veroorzaakte hallucinatoire trips.

Zelf was (en ben) ik stikbenauwd voor drugs. Armen die door de muur heen naar je grijpen, ijskoude rillingen en brandend hete voeten, bewegende schaduwen en achtervolgingswanen… mag ik bedanken? Maar erover lezen is een ander ding.

loading

De lessen van Don Juan , dat werd uitgebracht in 1968, is een minutieus verslag van een antropoloog die vijf, zes jaar door de Mexicaanse Yaqui-Indiaan Don Juan werd onderwezen in, laten we zeggen, het reizen door tijd en ruimte, in het ontsnappen door de kier tussen donker en licht. Volgt u me nog? Houd vol. Castaneda, van Peruaanse komaf, heeft altijd beweerd dat het allemaal echt gebeurd is wat hij schreef, dat hij echt in de leer was bij Don Juan. Sterker nog, hij promoveerde op het verslag aan de Universiteit van Californië en werd er doctor in de culturele antropologie. Tevens werd hij zelf sjamaan en bleef zijn leven lang over new age-achtige dingen schrijven, over ‘de weg van het hart’ en over Tensegrity, een soort sjamanistische fitness.

In de jaren zeventig rees er ineens twijfel over de authenticiteit van het zeker onder hippies zo geliefde werk. Onderzoekers wezen op inconsistenties. Namen van bepaalde planten en dieren zouden niet kloppen. Castaneda (sowieso een tikje verdacht omdat hij eerder al jokte over zijn geboortejaar en geboorteplek) had dan wel veldwerk verricht, maar het leek er sterk op dat hij zijn verslag met verbeeldingskracht en bronnenonderzoek had aangevuld. Maar komaan, een kniesoor die daar op let. Het gaat hier om het boek. En om de trip.

loading

Castaneda bediende zich van de techniek van de participerende observatie – het belangrijkste onderzoeksinstrument van cultureel antropologen. Het betekent simpelweg: meedoen en toch blijven observeren. Een been erin, een been eruit. Je niet helemaal in iets verliezen, maar wel een beetje. Precies dat deed hij bij Don Juan. De oude Indiaan besloot hem in te wijden in de geheime krachten en machten van geestverruimende middelen. Na iedere trip moest de leerling mondeling verslag uitbrengen. Dat verslag werd vervolgens geduid door de meester zelf en in het boek ook nog eens door Castaneda. En, of je wilt of niet, het slokt je op, het zuigt je mee. Voor je het weet sta je zelf ook in oog met een hond van vuur, met een reuzenbij of zit je op je hurken in een metalen buis die langzaam begint te smelten.

‘Ik begon te zweten. Ik boog mij naar don Juan om hem te zeggen dat ik bang was. Zijn gelaat was vlak bij het mijne. Hij keek naar mij, maar zijn ogen waren bijenogen. Zij zagen eruit als een ronde bril die uit zichzelf licht gaf in het donker. Zijn lippen stonden in een tuit, en brachten een snaterend geluid voort: ‘Pehtuh-peh-tuh-pet-tuh’. Ik sprong achteruit, zodat ik haast tegen de rotswand aan botste.’

Griezelig! En hier blijft het niet bij, de ene trip volgt de andere op, en Castaneda beschrijft minutieus hoe hij op de peyoteknoppen kauwt, hoe ruw de vezels in zijn mond aanvoelen, hoe bitter ze smaken en hoe hij vervolgens ervaart dat er iets onverklaarbaars zwaars op hem begint te duwen, het is een entiteit die zich buiten hem zelf bevindt en om hem heen is, drukt, suist, trilt en wervelt.

loading

Wat Don Juan de jonge antropoloog probeert te leren, lijkt wel een modern coachingstraject. Hij bevraagt hem, spoort aan en zet hem aan het denken. Hij onderwijst hem in het reizen door een ‘niet-gewone werkelijkheid’. Achter de wereld zoals wij die kennen, sluimert immers een andere, weet Don Juan. Sjamanen kunnen tussen die werelden heen en weer pendelen, ver buiten de begrenzing van hun eigen ik.

Nou, dat zou ik ook wel willen. Maar dat durf ik dus niet. Als de peyote eenmaal door mijn lichaam jaagt ben ik aan de goden overgeleverd. Door het lezen van de Lessen van Don Juan gebeurde het echter toch een beetje. Het boek nam me mee op een koortsachtige, maar fascinerende reis, ook toen ik het onlangs voor de tweede keer las. Een trilling in de woestijn wordt ineens een vrouw, het geluid van een voetstap wordt een dreun. Dieren verschijnen, groeien voor je ogen en verdwijnen – plof – in het niets. Raar, denkt u misschien, maar in de Mexicaanse woestijn is dat allemaal heel gewoon. Zo gewoon, dat ik zeker niet uitsluit dat zulke dingen ook hier, in het Leeuwarder Bos gebeuren.

loading

Net als Castaneda ben ik als een dappere krijger die andere wereld in getrokken, met als bondgenoot en superkracht: de taal. Schrijver Chrétien Breukers omschrijft die verregaande leeservaring, de roes die soms ontstaat, heel treffend in zijn boek Een zoon van Limburg (2014): ‘Lezen is eerder een aarzelend pas op de plaats maken bij een mooie zin of passage, het wegdromen bij een alledaagse, maar mooi beschreven gebeurtenis, stilstaan bij de dingen dien onontkoombaar zijn, mee huiveren als een personage een kwetsuur ondergaat, dan dat het een avontuur is. Je kunt wel verdwijnen in een boek, maar je kunt niets ‘meemaken’ terwijl je leest. […] Lezen is een vlucht in de wereld van taal, die naast de ‘gewone’ wereld bestaat. Het is een roes verschaffende vlucht, en het gevaar dat je eraan verslaafd raakt is zeker niet denkbeeldig. Er zijn gevallen bekend.’

Ik beken, ik ben verslaafd. Aan die roes. Ik heb geen peyote nodig om naar andere werelden te reizen. Ik ben een lezer. Ik trip wel met een boek.

Carlos Castaneda: De lessen na Don Juan, 287 blz., 22 euro, uitgeverij Het Juwelenschip.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct