Filosoof Matthijs van Boxsel heeft van domheid zijn levenswerk gemaakt. Hij schreef er al drie boeken over en een vierde verscheen deze week. In De Topografie van de Domheid onderzoekt hij domme steden. Dokkum, en dan vooral Esonstad, speelt een hoofdrol.

U dacht misschien dat Belgen dom waren of Kampenaren, Drenten misschien, maar wist u dat Dokkumers, pas echt heel, heel dom zijn? Een voorbeeld. Wanneer ze in vroeger, in de Franse tijd, de vijand verwachtten, zetten ze een blinde man als uitkijk op de toren. Omdat er voor de verdediging van de stad niemand anders gemist kon worden.

Of kent u dat verhaal van de toren van het Sint Bonifatiusklooster dat in 1832 afgebroken moest worden? Het stadsbestuur veilde het sloopobject in twee gedeelten, zo legde Waling Dykstra vast. ‘Voor het benedenstuk werd een goede prijs geboden. De koper ontving een vergunning om met afbraak te beginnen. Maar omdat het bovengedeelte niet genoeg geld opbracht, moest dit voorlopig blijven staan.’

Nog eentje dan. Een bezoeker van Dokkum verbaast zich erover dat ze hier net als thuis een maan hebben, of is het de zon? Desgevraagd antwoordt een Dokkumer: ‘Dat weet ik niet, ik woon hier nog maar net.’

Dokkum is een notoir ‘domoord’

Dokkum is een notoir ‘domoord’, stelt filosoof, schrijver en domheidsdeskundige Matthijs van Boxsel, maar wees gerust, de stad staat niet alleen. Kampen is net zo’n oord, net als Edam, Bakel en Groningen, waar de boeren rugklachten kregen van het melken van koeien en daarom besloten om de akkers met een meter op te hogen zodat de koeien hoger kwamen te staan. Hij ontwaarde 51 domme steden die een rol spelen bij het vormgeven van de Nederlandse identiteit. Want pas wanneer mensen zich af kunnen zetten tegen lui die dommer dan zijn dan zijzelf, worden ze een groep en blijft de rust binnen die groep bewaard.

In De Topografie van de Domheid neemt Van Boxsel een vrolijk-woeste duik in de grote hoeveelheid volksverhalen die Nederland rijk is en serveert zijn lezers een smakelijke selectie hieruit. Zijn uitgangspunt: als je even pulkt aan een dom grapje, dan opent zich een hele geschiedenis.

Waarom, vroeg Van Boxtel zich de afgelopen jaren toen hij over domheid schreef af, worden sommige steden of naties als ‘dom’ beschouwd? En hoe komt het dat als je zo’n vermeende ‘domme plaats’ bezoekt, je ook daar weer op verhalen stuit over een ander domoord?

Kampenaren wijzen bijvoorbeeld van oudsher met een beschuldigend vingertje naar Zwolle. Wanneer inwoners van die stad de IJssel over willen steken, wachten ze tot die voorbij is gestroomd. Haha! Andersom wordt er net zo hard terug gespot. In Kampen bouwt men postkantoren zonder brievenbus, zeggen ze in Zwolle, en past men de schoorstenen aan de buikomvang van de schoorsteenveger aan. En om het slijten van de bruggen te voorkomen, verbiedt de burgemeester voetgangers er overheen te lopen. Dom!

Domheid is altijd ergens anders. Nooit hier. Altijd daar, bij die vreemde, rare, onnozele mensen van verderop. Want die mensen, die zijn pas dom.

De filosoof dwaalt door de geschiedenis zonder te pretenderen met een definitieve theorie over domheid en plaatsbepaling te komen. Hij brandt zich ook niet aan al te netelige kwesties als racisme, Zwarte Piet of kolonialisme. Maar al verhalend en associërend stuit hij toch op boeiende inzichten die ons iets vertellen over het huidige tijdsgewricht. De casus van Dokkum is wat dat betreft heel illustratief.

Het is belangrijk om hier eerst nog even te vermelden dat Dokkum niet alleen staat in zijn domheid: de behoefte om aan domheid een plaats toe te kennen is van alle landen en alle tijden. ‘Uit de klassieke oudheid zijn grappen overgeleverd die de Grieken vertelden over de stad Abdera in Thracië, over het ‘proselenitische’ Arcadië, de stad Megara, de provincie Boeotië en de Frygiërs in Klein-Azië.’ De verwijten van domheid verschijnen in de hoedanigheid van mopjes, raadsels, anekdoten en korte, soms tamelijk complexe verhalen. En, zo waarschuwt de filosoof, pas wel op met wat je zegt, want opmerkingen over domheid kunnen heel verkeerd vallen. Als iets gevoelig ligt, kan zo’n grap de verteller op een vuistslag of erger (in het zestiende-eeuwse Vlaanderen werd spotten bestraft met doorboring van de tong of werd je in een martelmasker de straat op gejaagd) komen te staan.

We gaan het er toch maar op wagen. Want Dokkum kan als een van de domste steden van Nederland, misschien wel van de Benelux, worden beschouwd.

Gebroerders Halbertsma

Van Boxsel ontdekte ontzettend veel grappen en mopjes over de domheid van de Dokkumers. De mopjes en kleine vertellingen werden voor een groot deel verzameld door Waling Dykstra en later door de gebroeders Eeltsje en Joost Hiddes Halbertsma bij elkaar gebracht. Een deel werd overigens overgenomen van Britse bronnen. Het waren de gebroeders Halbertsma die op een gegeven moment, na klachten van Dokkumers, de grapjes ook gingen projecteren op een denkbeeldige stad tussen wad en land, genaamd Esonstad.

Die stad zou volgens een zestiende-eeuws document in het jaar 341 zijn gesticht en in 1280 bij een grote stormvloed zijn vergaan. Omdat er, behalve dat ene document, verder helemaal niks over Esonstad te vinden is, gaat Van Boxsel ervan uit dat de stad nooit heeft bestaan, maar dus wel een ideale (literaire) uitwijkplaats was voor grapjes over domme Dokkumers.

Wanneer inwoners van Esonstad wilden voorkomen dat er een koekoek weg vloog, bouwde men een schutting. Ontsnapte het dier, dan moest de schutting hoger. En om de hooischuur te beschermen tegen de zon, legde men hooi op het dak.

Esonstad werd een mikpunt van spot, de domme twaalfde stad van Friesland waartegen de elf slimme steden zich af konden zetten.

Dat in 2004 werd besloten om nabij het Lauwersmeer, 10 kilometer ten oosten van Dokkum, een Landal-vakantiepark met 144 ‘time sharing-appartementen’ genaamd Esonstad te bouwen, vindt de domheidsdeskundige opmerkelijk. Hij citeert wellustig uit de folders die reppen van de ‘herrijzenis’ van Esonstad: ‘Een oud-Fries stadje, compleet met grachtjes, marktplein en een Waag. […] Zelfs de naam is oud.’ En: ‘Nergens anders gaan historie en hedendaagse architectuur zo harmonieus hand in hand.’

Het is om je te bescheuren, stelt de filosoof, en echt een goed voorbeeld van wat domheid vermag, want Esonstad is een illusie van een illusie, een imitatie van een imitatie, volkomen fake . En niet onschuldig bovendien, want als Esonstad als ‘authentiek’ wordt beschouwd, dan wacht de rest van Friesland volgens hem een droevig lot. ‘De projectontwikkelaars zullen niet rusten voordat heel Friesland op Friesland lijkt.’

Kunstmatige nostalgie

Kunstmatige nostalgie ligt op de loer. ‘Iedere stad parasiteert op een fictief verleden. In die zin lijkt de geschiedenis van Esonstad een parodie op de toeristische desinformatie over ‘typisch’ Friese steden. Goedbeschouwd is iedere historisering een geschiedvervalsing, maar in Esonstad hebben ze de vervalsing waargemaakt. Esonstad is Frieser dan Fries; de schone schijn is stad geworden.’

De Topografie van de Domheid is uiteindelijk een zoektocht naar identiteit of naar volksaard - beiden vrij domme ondernemingen. We bestaan bij gratie van het opwerpen van een verzonnen en steeds veranderende grens tussen onszelf en de ander. De mopjes die we vertellen reizen de wereld rond, ze zijn inwisselbaar - de ene keer spelen de ‘domdaden’ zich in Dokkum af, dan weer in Weert.

‘Domheid definieert de identiteit’, betoogt Van Boxsel, ‘een volk krijgt pas identiteit in het geschil.’ En of dat geschil nou waar is of niet, doet niet terzake. Als we maar ergens naar kunnen wijzen en kunnen doen alsof we worden bedreigd ‘ofwel door buitenlanders (buurlanden of immigranten) ofwel door binnenlanders.’

Moppen worden verteld om domheid in bedwang te houden. Het is stoom afblazen. De problemen beginnen pas als we de geintjes, de mythes, de moppen al te serieus gaan nemen. Voor je het weet, bestorm je het Capitool. Of bouw je een vakantiepark á la Esonstad.

loading

Matthijs van Boxsel: De Topografie van de Domheid , Querido, 320 blz., 27,99 euro.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Boeken
Recensie
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct