Annemarie Haverkamp.

Anton Wachterprijs voor tedere roman over gehandicapt kind

Annemarie Haverkamp. FOTO JAN WILLEM KALDENBACH

Annemarie Haverkamp debuteerde met een teder verhaal over een stervende timmerman en zijn zwaar gehandicapte zoon en won er de Anton Wachterprijs mee voor het beste romandebuut. Een urgent thema, dat Haverkamp uit eigen ervaring kent en dat ze in fictie heeft verpakt.

Toen in 2003 bekend werd dat prinses Máxima zwanger was van haar eerste kind, wist journaliste Annemarie Haverkamp ook net dat ze een kind droeg. Zij en de koninklijke hoogheid deelden een ervaring; een uitstekend moment om te starten met een column voor De Gelderlander, het dagblad waarvoor Haverkamp destijds werkte. Dat vond ook haar hoofdredacteur. Wij zijn zwanger heette de reeks brieven die Haverkamp aan Máxima schreef en die in De Gelderlander werden gepubliceerd. Het waren onbekommerde, vrolijke, luchtige betogen, zegt de schrijfster nu. ,,De lucht was nog blauw.’’

We telefoneren van Leeuwarden naar Nijmegen, op de eerste dag van de gedeeltelijke lockdown. Een sombere rottijd, vindt de schrijfster, maar tegelijk is het voor haar ook een heel glorieuze periode. Ja, glorieus en beloftevol, want het succes van haar romandebuut uit 2019 De achtste dag blijft maar voortrollen. Eerst won het boek de Vlaamse Bronzen Uil 2019 en onlangs werd bekend dat het ook de prestigieuze tweejaarlijkse Anton Wachterprijs, die volgende maand in Harlingen wordt uitgereikt, krijgt.

In De achtste dag vertelt Haverkamp het verhaal van timmerman Egbert die met zijn gehandicapte zoon Adam aan een rivier woont. Wanneer Egbert hoort dat hij ernstig ziek is en niet meer lang te leven heeft, kan hij er niet langer omheen. Hij moet nu nadenken en knopen doorhakken over hoe het na zijn overlijden verder moet met zijn zoon, die volledig van hem afhankelijk is. Egbert gunt zich een week de tijd om een besluit te nemen en werkt intussen verder aan zijn meesterstuk, een houten trap.

Eigen ervaring

Haverkamp kent het dilemma waarvoor Egbert zich gesteld ziet uit eigen ervaring. Want kort nadat Máxima beviel van een kerngezonde dochter, kroonprinses Amalia, werd in februari 2004 haar zoon, laten we hem Job noemen, geboren. ,,Ik weet nog dat ik mijn vader belde en zei: ‘Pap, we hebben een kind, maar er klopt niks van’.’’

Job bleek een zeldzame chromosoomafwijking te hebben. Zijn gezicht was misvormd, zijn voeten stonden scheef, zijn darmen bevonden zich buiten zijn buik. Een twintig-weken-echo was er in die tijd nog niet (die wordt pas standaard aangeboden sinds 2006). Haverkamp en haar man Robert waren compleet overrompeld. ,,De wereld zag er in één klap compleet anders uit.’’

Terwijl Job in het ziekenhuis voor zijn leven vocht, begon het Haverkamp te dagen dat haar lezers van De Gelderlander natuurlijk wilden weten hoe het met haar was, en hoe de zwangerschap was afgelopen. ,,Ik heb toen een duistere, sombere column geschreven, waarin ik min of meer afscheid van mijn oude, normale leven nam. Ik had het gevoel dat Rob en ik een andere dimensie instapten, een van ‘voor altijd zorgen’ en met een onzekere toekomst.’’

Na enige maanden bleek echter dat het leven ook ‘gewoon’ doorging. Werk, sport, plezier: het begon allemaal weer. Haverkamp voelde zich verplicht haar lezers ook daarover in te lichten. Ze begon een column, die tot op de dag van vandaag in De Gelderlander verschijnt, over haar ‘nieuwe leven’ met Job. Intussen stak de jarenlange wens, en het vermoeden dat ze het kon, om fictie te schrijven weer de kop op. Op een avond, toen haar man op vakantie was en Job sliep, schreef Haverkamp een kort verhaal. Een verhaal over een man en een gehandicapte zoon. Het werd het eerste hoofdstuk van De achtste dag .

Het bevrijdende van fictie schrijven: je kunt over alle grenzen heen

Grenzen verkennen

Twee jaar schreef ze in stilte aan het boek en verkende de grenzen van het dilemma dat ze als moeder van Job zo goed kent: wat moeten we met hem wanneer wij er niet meer zijn? Wat is voor hem een goed leven? ,,Dat is het voordeel, het bevrijdende van fictie schrijven: je kunt over alle grenzen heen.’’ In het boek wil Egbert het leven van zijn zoon Adam liever beëindigen dan dat hij hem alleen achterlaat. Het is iets waar veel ouders van zwaar gehandicapte kinderen mee worstelen, weet Haverkamp. ,,Wat is nou een goed leven? Wat is goed voor je kind zorgen? Als Job na onze dood in een instelling komt, heeft ‘de maatschappij’ een mensenleven ‘gered’. Maar is hij daar beter af? Mag je ook niet een keer zeggen: het is goed zo? Misschien is het beter dat het op een gegeven moment gewoon ophoudt.’’

Haverkamp zegt zelf vaak dat ze hoopt dat Job vóór haar en haar man komt te overlijden. ,,Maar tegelijk denk ik: wat zég ik nou eigenlijk? Hoe dan? Ik wil niet dat hij doodgaat door een ongeluk of door een verschrikkelijke ziekte!’’ Schrijven aan De achtste dag heeft haar wat dat betreft geen nieuwe concrete inzichten gebracht: veel meer zet de schrijfster de afwegingen die Egbert moet maken uiteen, ze schetst het dilemma, laat zien waar het wringt en vraagt zich tegelijk af wat liefde is. Dat levert een tegelijk rauw en teder verhaal op. ,,Ik heb tijdens het werken aan De achtste dag ontdekt dat fictie schrijven echt heerlijk is. Alles kan, alles doe je helemaal zelf, je hebt de controle, maximale vrijheid!’’

Toen Haverkamp hoorde dat ze genomineerd was voor de Anton Wachterprijs (haar gingen onder anderen Peter Buwalda, Ellen de Bruin, Niña Weijers en Maartje Wortel voor) stond ze net aan zee, aan de Duitse kant van de Dollard. Ze was haar hoofd aan het leegmaken voor haar volgende roman, waarvoor ze bij uitgeverij Lebowski een contract had afgesloten. In dat noordelijke landschap, vol groen gras, een stralend blauwe lucht en rode huizen, kwam het goede nieuws. ,,Ik ben door een rietveld naar een vogelkijkhut gelopen en heb daar op een steiger in mijn eentje staan dansen.’’ Het was haar gelukt, ondanks alles. En hoe. Na dat bescheiden feestje aan de Dollard reed de schrijfster terug naar Nijmegen, waar ze precies op tijd was om Job op te vangen, die uit school kwam.

loading

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct