Voorwerpen uit de nalatenschap van kunstenaar Geert Duintjer.

Wie bekommert zich om de nalatenschap van kunstenaars?

Voorwerpen uit de nalatenschap van kunstenaar Geert Duintjer. FOTO NIELS WESTRA

Musea hebben geen ruimte om complete nalatenschappen van kunstenaars te bewaren. Archieven nemen doorgaans alleen de papieren onderdelen op. Atelier-nalatenschappen raken zo verweesd, vreest directeur Bert Looper van Tresoar.

De afgelopen tijd nam Tresoar (Fries Historisch en Letterkundig Centrum) in Leeuwarden een aantal kunstenaarsnalatenschappen op in zijn depot. Strikt genomen behoort dit niet tot de taken van de instelling, maar Looper wilde ervoor zorgen dat ze niet op de vuilstort belandden. Het gaat om de archieven van Geert Duintjer, Sylvia Steiger, Jan Stroosma en Zoltin Peeter. ,,Dit kin net sa trochgean, mar hoe moat it fierder?’’

Dit materiaal dreigt door de mazen van het institutioneel verzamelen te zakken. ,,Der wurdt net goed oer neitocht, it wurdt net goed omskreaun en it is te lêstich om te bewarjen’’, aldus Looper. Alleen de spullen van Geert Duintjer al nemen vele tientallen vierkante meters.

Musea zitten doorgaans niet te wachten op hele nalatenschappen. Ze kiezen er hooguit enkele werken uit, als die aansluiten op hun collecties. ,,En de andere honderden dan niet’’, verzucht directeur Andreas Blühm van het Groninger Museum. ,,Daar krijgen we veel post over.’’

Alleen bij hoge uitzondering neemt zijn museum iets aan. ,,Dat is een drama voor de nazaten. De familie heeft vaak al genoeg, en de markt is verzadigd. Alles in de uitverkoop doen, heeft invloed op de waarde. Dus dat gebeurt ook niet.’’


loading

Onverkoopbare troep

Hij vergelijkt de situatie met die van de familie Van Gogh. ,,Toen Vincent overleed, erfde zijn broer Theo alles. Maar diens gezondheid was broos en ook hij stierf kort daarna. Toen zat diens vrouw met ‘al die onverkoopbare troep’. Geleidelijk kwam er iets van verkoop op gang, maar dat was het. Zij had hetzelfde probleem.’’

Gevolg: het Van Gogh Museum heeft - heel oneerbiedig gezegd - de ‘restjes’, en dat wat de familie aan het museum heeft geschonken. Blühm: ,,Daar zijn wel topstukken bij, want we hebben het hier natuurlijk over Van Gogh.’’ Maar het is slechts een enkele kunstenaar gegeven een eigen, rendabel museum na te laten. ,,Armando bijvoorbeeld.’’ Andere kunstenaars zijn aangewezen op bestaande instellingen.

Veel musea hebben te maken met ontzamelbeleid. ,,Het Groninger Museum heeft geen groot depotprobleem, dus ik weiger iets af te staan als dat niet hoeft. Het kan ooit interessant worden.’’ Maar dat wil niet zeggen dat hij snel iets accepteert. ,,Het probleem is, er is teveel. Je moet een keuze maken.’’ Nederland telde in de twintigste eeuw 60.000 kunstenaars, becijferde het RKD - Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis in Den Haag.

Blühm ziet geen andere oplossing. Moeten we dus accepteren dat kunst voor de tijdelijkheid is en niet voor de eeuwigheid? ,,Dat heeft u mooi verwoord.’’

Kwaliteit is het criterium

Ook het Drents Museum kan slechts sporadisch giften in natura accepteren. Terwijl juist nu - na de introductie van de Geefwet (zie kader) - het aanbod oploopt. Directeur Harry Tupan krijgt ,,nét nu’’ een mail van een 97-jarige vrouw, wiens enige erfgenaam is overleden. ,,En dat gaat hierover!’’

Hij kan er heel duidelijk over zijn, omdat ,,ons museum daar al lang mee bezig is’’. Archieven neemt het Drents Museum niet aan, alleen kunstvoorwerpen die van belang zijn voor de collectie. ,,Kwaliteit is het criterium.’’ Soms verplichten nazaten een museum een hele collectie te accepteren. ,,Bij ons gaat dat altijd via de notaris. We spreken af wat wij aannemen, en wat we met de andere onderdelen doen.’’

Ook een schenking in natura wordt uitgedrukt in een waarde, die aftrekbaar is van de belasting. ,,Daar gaat een Rijkscommissie over.’’ Onlangs verwierf Tupan wel de collectie van Willem Berghuis. ,,Ik moet dan verantwoorden waarom deze collectie bij ons past. Wordt dat oordeel goedgekeurd, dan accepteert het Rijk de schenking, en krijgen wij die in eeuwige bruikleen.’’

Overigens gaat een groot deel van zo’n archief naar het RKD, zoals catalogi, dagboeken, correspondentie, fotomateriaal, aantekeningen en monografieën. ,,Het hoeft immers niet allemaal op één plek te zijn.’’ Het museum ,,is van de spullen’’ en biedt context over de kunststroming waartoe de maker behoorde met werk van tijdgenoten. ,,Dat geeft body.’’

Het Drents Museum brengt zelf een serie monografieën uit van hedendaagse figuratieve kunstenaars. Daarbij horen ook altijd foto’s van hun atelier. ,,Zoals Pier Pander, Matthijs Röling, Douwe Elias en Henk Helmantel... Paletten en kwasten neem ik ook wel mee. Maar ik ben er niet voor om alles uitputtend te documenteren. Daar hebben we de tijd en het geld niet voor.’’

loading

Gered van de vuilstort

Dat musea en archieven streng zijn in hun toelatingsbeleid merkt Pieter Jonker van de Stichting Nobilis. Het Centrum voor Prentkunst in Fochteloo, dat door deze stichting wordt beheerd, ,,hangt aan elkaar van ateliernalatenschappen’’, zegt hij gekscherend. ,,Het atelier van Fred Koot hebben we van de vuilstort in Nijmegen gered. En de collectie van de Gelderse graficus Theo Elferink - tegen wie enorm werd opgekeken - kunnen we aan de straatstenen niet kwijt.’’

Hij ziet soms met lede ogen aan hoe er met materiaal wordt opgesprongen. ,,Een enkele keer nemen de universiteiten in Leiden of Amsterdam nog wel iets op in hun Bijzondere Collecties. Het RKD is wel geïnteresseerd in documentatie, maar niet zozeer in een hele collectie.’’ Terwijl het ook interessant kan zijn te zien welk werk een kunstenaar zelf heeft verzameld. ,,Wat hij heeft geruild met collega’s, leermeesters en leerlingen bijvoorbeeld.’’

Het Centrum heeft het geluk dat het grafisch werk beperkt in omvang is. ,,Ze moeten ons niet vragen om beelden op te slaan...’’

Onlangs kreeg Jonker het archief van Herman Gordijn aangeboden. ,,Musea hadden geen belangstelling. De familie zei ‘die hebben nooit iets gekocht en willen zelfs nu niets, nu ze het gratis kunnen krijgen’. Het Centrum voor Prentkunst zou blokken en etsplaten overnemen en kwam met de familie overeen dat ze alle prenten zouden krijgen. ,,Kwamen we daar... was er ook een hele bibliotheek. En de kunstenaarsdocumentatie.’’ Dan kiest Jonker ervoor alles bij elkaar te houden. ,,Hebben wij het compleet.’’

Ramses van Bragt - coördinator acquisitie van het RKD - had Gordijns weduwnaar laten weten dat het RKD interesse had voor de correspondentie en de door Gordijn zelf bijgehouden beelddocumentatie. ,,Maar de rest - zoals veilingcatalogi - hadden we via andere routes’’, licht hij toe.

Bij het Centrum valt het mee, daar storten vrijwilligers zich op het beheer en archivering van schenkingen. Jonker: ,,Maar uitbreiding van een museumcollectie kost op allerlei manieren geld. Het is kwalijk van de overheid dat ze musea afrekent op blockbusters en bezoekersaantallen. Wat alleen al een verzekering voor zo’n blockbuster kost!’’

Dat leidt tot verschraling van het collectiebeheer, is Jonkers overtuiging. ,,Met name provinciale musea moeten staan voor ons cultureel erfgoed. Zij moeten dat beheren, bestuderen, erover publiceren en er exposities over maken. Wat moeten zij met een expositie uit Mexico of China?’’ Het is maar goed dat dit tegengeluid nu ook klinkt, vindt hij.

loading

Virtual reality

In die discussie moeten alle betrokken instellingen zich afvragen wie waarvoor verantwoordelijk is. Looper: ,,Hoe beoordeel je een kunstenaar? En wat betekent zijn of haar materiaal? Hoe bewaren we dat? Helpen nieuwe manieren, zoals virtual reality? Bij het huis en het interieur van Louis Le Roy wordt nu bijvoorbeeld gedacht aan fotograferen en filmen in 3D.’’

Over digitale opslag is Blühm niet enthousiast. ,,Als er iets snel veroudert, zijn het digitale opslagmethoden. Ik herinner me nog de floppydisk...’’ Nee, dan toch liever de ‘echte’ spullen.

Looper wil de discussie over selectie en verantwoordelijkheid graag aanzwengelen. ,,Friesland wil wel proefprovincie zijn. Het gaat om nieuwe manieren van cultuuroverdracht. Als we niet meer en andere dingen bewaren, dan vertellen we maar een deel van de verhalen van Friesland.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct