De musea zijn dicht. De meesten ondervangen dat door als virtueel museum op internet te gaan zitten. Maar wie gaat er nou dolen door zo’n online plaatjesboek? Zonder dat imposante gebouw eromheen, de altijd wat plechtige sfeer die daar heerst, de krakende vloeren, de bankjes waar maar zelden iemand op gaat zitten, de schoolklassen, de tekenaars die een oude meester als voorbeeld nemen, de giftshop, de koffie en de plezierige vermoeidheid na afloop? Dat onbreekt online allemaal. Aan de andere kant: op deze manier kunnen we dat ene beroemde schilderij of die persoonlijke voorkeur echt aandachtig bekijken, tot op het kleinste detail, nauwkeuriger dan ooit, zorgvuldiger dan in het echt en zonder afleiding. Redacteuren doken thuis beroemde musea in en komen in deze bijlage met hun favorieten weer naar buiten.

Vrouw met vishoed

Vraag me niet in welk museum de zonnebloemen van Van Gogh hangen, of de waterlelies van Monet. Ik zou het eerlijk gezegd niet weten, en het moeten nazoeken. Dus een virtuele tour volgen langs een geliefd werk, dat is lastig. En welk werk dan?

Het eerste schilderij dat me te binnen schiet, is Zittende vrouw met vishoed van Pablo Picasso. Ik zag het voor het eerst in 1981, op zomervakantie met mijn ouders. Ik was toen 16. Het maakte deel uit van een expositie in Martigny, en ik herinner me dat ik er lang naar heb gekeken.

Vervreemdend en tegelijk bevrijdend

De kubistische manier van schilderen was vervreemdend en tegelijk heel bevrijdend. Het leek in niets op een vrouw van vlees en bloed. ‘Zo kan het ook!’, moet mijn gedachte zijn geweest. Waarom ze een vis als hoed droeg, was me een raadsel. Maar ik accepteerde het en verdronk in de kleuren en vlakken die verschillende lagen suggereerden, die ik niet kon doorgronden maar wel voelen.

Later las ik dat het schilderij deel uitmaakt van een serie uit 1941-1942, waarvoor zijn toenmalige vriendin Dora Maar model stond. Hij ‘kleedde’ haar steeds in bonte kleuren, leefde zich uit in patronen en hoofddeksels met allerlei voorwerpen. Ook variëren de stoel en de achterwand, maar eigenlijk is het een klassiek gegeven: een zittende vrouw, half in beeld. En een model, een muze.

Kleine tekeningen

In een andere zaal hingen kleine tekeningen van Don Quichote. Hier verraste Picasso me opnieuw. Met slechts enkele dunne en dikkere strepen wist hij die twee figuurtjes (de ridder en zijn helper) op hun paard en ezel weer te geven. Wat had hij weinig nodig om een sfeer, een stemming op te roepen! Het was een introductie in moderne kunst, die me altijd is bijgebleven.

Zittende vrouw met vishoed en prenten van Don Quichotte bevinden zich in de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het museum biedt verschillende online tours. Op de 360-graden foto van BASE zie je het schilderij helemaal rechts, naast een groot doek van Karel Appel.

museepicassoparis.fr

loading

Gaat dat mannetje springen?

Voor wie nu toch digitaal naar Parijs reist: duik Musée d’Orsay binnen. Alleen al dat gebouw!

In 1900 had Parijs een nieuw station nodig om de toeloop naar de wereldtentoonstelling te kunnen verwerken. Aan de Quai Anatole France, langs de Seine, verrees Gare d’Orsay, waar in het roerige jaar 1871 het Palais d’Orsay was platgebrand. Het station bleef van binnen roetvrij. Er kwamen alleen elektrische treinen.

Al in 1939 was het station overbodig. Het duurde tot 1986 voordat de Gare een Musée werd. De verbouwing deed de historie recht. Tip voor wie, als alles weer gewoon is, erheen wil: koop een ticket via internet, ga op dinsdagmorgen en meteen om half tien. Dan valt de wachtrij mee.

Jeu de Paume

Bij de opening nam het museum de rijke collectie impressionistische werken over van het net gesloten Jeu de Paume. Veel te veel om tegelijkertijd te exposeren. Het museumdepot glundert van artistieke richesse . Alleen al 86 werken van Monet, verder onder meer Manet (34), Pisarro (46), Van Gogh (24), Degas (43) Gauguin (24), plus 46 schilderijen van de 900 (!) van Alfred Sisley, als kunstenaar overwoekerd door zijn tijdgenoten. Wellicht niet Frans genoeg.

Sisley was zoon van een Engelse zakenman, maar toch echt Parijzenaar van de eerste lichting impressionisten. Hij exposeerde al vroeg in de Parijse salon, weggehoond door de conservatieven. Bij een laatste bezoek, al weer even geleden, stonden we voor zijn Le Pont de Moret (uit 1893) en Vue du Canal Saint-Martin (1870). We voelden onszelf licht worden, opgetild, in de Sisley’s gezogen, hoewel beide van bescheiden afmeting zijn (50 x 65 cm).

Immense verandering

Waren het zijn luchten? Het dansende, spiegelende water van zijn Parijse kanaal? Hij schilderde het vanaf Pont Eugène Varlin. Leuk om via Google Streetview deze locatie te zien, de immense verandering – de versmalling van het water ten faveure van het straatleven.

Nog dieper doken we in Le Pont de Moret , zomers luchtig, met links de brug, verderop de kerk en centraal een watermolen. Hoe klein de schilderijen ook zijn, inzoomend zie je opmerkelijke details. Wat doet dat mannetje voor moeilijks op het dak van die molen? Valt hij zo meteen? Waarom is die man over de brugleuning geklommen? Gaat hij springen?

loading

Honden in de sneeuw

Weggestopt in een hoekje van het Kunsthistorisches Museum in Wenen hangt een tekening van Jan Brueghel, van honden. Ze springen op, kijken om zich heen, liggen. Sommige zijn niet eens afgemaakt, het is duidelijk een oefening.

Maar het hangt zo dat je het net niet goed kunt zien. En toen ik in januari een poging deed om het schetsje beter te zien, ging er heel luid een alarm over. De suppoosten waren gelukkig in een andere zaal, en toen ze kwamen stond ik al lang onschuldig verderop iets te bewonderen. Wie? Ik?

Het schetsje is beter te zien op de website van het museum. En als het goed bekijkt realiseer je je dat het leuk is, speels, je zou wensen dat je zo vaardig een dier kon neerzetten. Maar dat is het dan ook.

Koude winters

Verbluffender is een werk van de vader van Jan Brueghel, Pieter Bruegel die zijn naam zonder ‘h’ schreef. Dat hangt een paar zalen verder, tegenover zijn beroemdste werk, De toren van Babel . Het gaat om het betoverende Jagers in de sneeuw , hij schilderde het in 1565, toen de winters kouder waren dan nu.

Sommigen vinden dit kerstkaartenkitsch, anderen (Rutger Kopland, William Carlos Willams) schreven er gedichten over, filmer Andrei Tarkovsky laat zijn camera er minutenlang over ronddolen in Solaris .

Het landschap moet zuidelijk Nederland voorstellen, maar dan opgepept met bergen en burchten in de verte. De lucht en het ijs zijn grijsgroen, overal ligt diepe sneeuw, het is snijdend koud. Er is zoveel op te zien dat het je duizelt. Om het modern te zeggen: dit is een graphic novel uit de zestiende eeuw. Kijk: ze zijn een schoorsteenbrand aan het blussen in een boerderij. Kijk, ze spelen curling en een soort ijshockey. Kijk, het bord van de herberg hangt bijna los. Dit is inden Hert staat erop.

Sjokkende honden

Iedereen heeft het hier druk, met schaatsen, blussen, takkendragen. Alle mensen, tot achter in de verte, staan met de rug naar de kijker toe. Ook de terugkerende jagers links vooraan. De jacht viel tegen, er is alleen een scharminkelig vosje gevangen.

Achter de jagers aan sjokken veertien honden door de diepe sneeuw, koppen omlaag. Waren de honden van Jan Brueghel een studie, dit is een echte groep, met moderne tekenaarsflair neergezet. Als je ze zo los ziet, denk je niet: dat is van 450 jaar geleden. Helemaal vooraan bij de boom staat er eentje die ons, kijkers, als enige opmerkt. Ook hij heeft het koud, dat zie je zo. Maar snel naar binnen.

loading

Verleiding met rozen

Schilderijen bekijken op een computerscherm, ideaal is het niet. Zou het dat wel zijn, dan waren musea en galeries op slag overbodig. Een schilderij is immers een unicum , een uniek kunstwerk. Wat vooral ook goed is voor de prijs, maar de ware, fysieke kwaliteiten van zo’n werk – de verfstreek, de dikte, het formaat – laten zich pas goed waarderen als je ‘t in persoon bekijkt. Liefst met de neus erbovenop.

Dus een schilderij op een beeldscherm, of in een kunstboek, of op een platenhoes – hmm. Hee, platenhoes! Daar had ik ‘m, het onderwerp voor dit stukje. Hoewel de Franse schilder Henri Fantin-Latour (1836-1904) bij leven ook nooit had kunnen vermoeden dat een werk van zijn hand terecht zou komen op de hoes van Power Corruption & Lies (1983), het tweede album van de Britse groep New Order.

Dat kwam door Peter Saville, huisontwerper van het Factory-label waarop de kunsten van New Order de wereld in gingen. Voor Movement , het eerste New Order-album, had hij het strakke ontwerp van een poster uit de tijd van het Italiaanse futurisme gejat. De 12-inch-single Blue Monday , die aan Power Corruption & Lies voorafging, was verpakt als een gigantische floppy disk – nogal nieuw toen, en goed passend bij het elektronische karakter van dat nummer.

En toen dus dat schilderij van Fantin-Latour voorop, Roses ofwel A Basket Of Roses . Pontificaal, zonder de naam van de band of de titel van de plaat, alleen een paar strakke gekleurde blokjes in de rechter bovenhoek: een soort kleurcode, door Saville zelf ontworpen.

Stilleven

Het schilderij zelf is een stilleven, zoals Fantin-Latour, in tijden van impressionisme eigenlijk een vrij conservatieve schilder, die wel meer maakte – heel vaak met bloemen. Rozen dus in dit geval, in verschillende kleurschakeringen, gevat in een rieten mandje. Je kunt je voorstellen dat die rozen in bloei staan, om vervolgens te verwelken – wabi-sabi , het Japanse idee van schoonheid zien in het veranderlijke, het imperfecte.

Voor Saville was het wellicht een manier om iets van het creatieve proces te tonen – de muziek op deze plaat klonk in ieder geval een stuk luchthartiger dan eerder werk. Of hij wilde laten zien hoe de bestaande structuren u en mij proberen te verleiden met fraaie vormen en fijne geuren, ons lokken in een wereld vol macht, corruptie en leugens.

Iconisch beeld

Hoe dan ook, het is een iconisch beeld geworden, dat zijn weg vond naar T-shirts en zelfs jassen. Zelf stond ik ooit te kwijlen bij het schilderij in kwestie, nauwelijks groter dan een platenhoes, in de Britse National Gallery. Inderdaad, een prachtig stukje schilderwerk.

Het originele ontwerp van Peter Saville is te zien in het MoMA (Museum of Modern Art) in New York. Dat kan ook niet iedereen hem nazeggen.

loading

Wit kontje uit een kakhuis

Bij gebrek aan strenge winters is het lekker wegdromen bij de Hollandse ijstaferelen van Hendrick Avercamp (1585-1634). Het is een drukte van jewelste op zijn ijsvloeren die overal ter wereld in verschillende musea hangen. Om als schaatsliefhebber jaloers van te worden.

Vrolijke figuurtjes dansen over het ijs. Samen of alleen. Er vinden gesprekjes plaats, er wordt geflirt en er zijn fanatiekelingen die ijskolf spelen. Zij slaan met een slaghout, de kolf – een balletje van hout of leer – over het ijs. Aan de kleding te zien, schaatsen arm en rijk door elkaar heen. IJspret is zo een sociaal gebeuren.

Arrenslee

The National Gallery of Art in Washington heeft zes werken van Avercamp. Eén daarvan, A scene on the ice (circa 1625), is vermoedelijk gemaakt bij Kampen – de schilder woonde daar. De arrenslee op dat doek trekt de aandacht. Op een aantal van Avercamps werken staan paarden en sleeën, maar deze is anders. Dit is duidelijk het voertuig van notabelen.

De slee wordt voortgetrokken door een fraai opgetuigd bruin paard. Hij is beslagen, onder de ijzers zitten spikes om grip te houden op het ijs. Op zijn hoofd draagt het dier roze en witte pluimen. Het tuig is rijk versierd met bellen, een leeuwenkop en het gewei van een geit. Zelfs de panelen van de slee zijn beschilderd. Het is zelfs van heel dichtbij niet goed te zien wat die afbeeldingen voorstellen, maar op die aan de voorkant lijkt een vrouwenfiguur te staan. Er zitten twee vrouwen tegenover elkaar in de slee. De één heeft rode blosjes op haar wangen, evenals de groom die de slee bestuurt.

Grapjes

Avercamp verwerkte ook grapjes in zijn werk. Op het Winterlandschap met schaatsers (circa 1608) die het Rijksmuseum in Amsterdam in bezit heeft, is het toch echt een wit kontje – van een hij of zij? – dat links op de voorgrond uit een kakhuis steekt. Er wordt zelfs wat gedropt op een grote, bruine massa. Even verderop zit een mannetje tussen de huizen zijn behoefte te doen, met de kerk als achtergrond. En ergens halverwege aan de waterkant staat een mannetje tegen de boom te urineren. Rechts achterin, bij een boot, is een figuur (volwassene of kind?) door het ijs gezakt. Omstanders proberen het te redden.

Links vooraan een tafereel waar pas na uitvergroten van het werk, het oog op valt. Een hond en kraaien doen zich tegoed aan het kadaver van een paard. De periode waarin de schilder leefde werd gekenmerkt door lange strenge winters. De kou zorgde, naast ijspret, ook voor veel leed. Mensen vroren dood, kwamen om door honger en ziekte. Het dode paard is Avercamps manier om de donkere zijde van Koning Winter te laten zien. Toch mag het wel weer eens stevig vriezen.

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Beeldende kunst
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct