FOTO NIELS WESTRA

Vuurmeesters baas in Leeuwarden

FOTO NIELS WESTRA

Ze laten het hoog oplaaien en temmen de vlammen. De Vuurmeesters zetten de binnenstad drie avonden in lichterlaaie.

Een bootje glijdt door het zwarte grachtenwater van de Nieuwestad. Eén voor één laten de Vuurmeesters papieren lotussen te water. Kleine ankers klinken de lieflijke lantaarns vast aan de met rotzooi bezaaide bodem. Een lastig karweitje, want er liggen her en der fietsen in het water. Die moeten ze voorzichtig omzeilen. De lotuslantaarns – meer dan zeventig verlichten vanavond de grachten in de binnenstad – zijn met de hand gemaakt door de Vuurmeesters. ,,We maken álles zelf’’, zegt Kenneth Creyf.

Creyf (zwart haar in een staart, rock-’n-roll-bakkebaarden) is de coördinator van de Vuurmeesters, een Belgisch kunstenaarscollectief dat zich toegelegd heeft op het maken van en spelen met vuur voor publiek. Ze laten het ontbranden, dansen ermee, bouwen kunstwerken en werpen vuurlinies op. De Vuurmeesters, het zijn er 25, komen van de straat. De leden hebben allemaal een achtergrond als straattheaterartiest.

Als baaske was Creyf al gefascineerd door vuur. ,,Het heeft zo’n oerdrift. Het is werkelijk iets magisch.’’ De Vuurmeesters bestaan een jaar of twaalf. ,,We zijn begonnen in een kraakpand.’’ Hun carrière raakt in 2014 in een stroomversnelling na het project Lichtfront in België . Honderd jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog wordt de frontlijn uit 1914 over een lengte van 85 kilometer met een menselijke ketting van duizenden fakkeldragers en negen vuurkunstwerken verlicht. Het wordt op de landelijke televisie uitgezonden. Het is indrukwekkend.

Tegenwoordig hebben de vuurmannen en -vrouwen de beschikking over een riant atelier in Klingen, vlakbij de Nederlandse grens. In de oude klompmakerij hebben ze een eigen hout- en metaalwerkplaats en een flinke lap grond waar ze naar hartenlust experimenteren met nieuwe acts en installaties waar de vlammen af slaan.

loading

Het is voor het eerst dat de Vuurmeesters neerstrijken in Leeuwarden. Drie avonden lang (vanavond, vrijdag en zaterdag, tussen 19.00 en 22.00 uur) transformeren de artiesten het centrum om tot een golvend, vlammend kunstwerk. ,,We willen spektakel, verwondering maar ook een beleving van tijdloosheid creëren. Door de mensen te omringen met vuurlandschappen hopen we dat ze in een verstilling geraken. Dat ze even loskomen van het jachtige leven dat de maatschappij ons opdringt.’’

Een gehuurde vrachtwagen rijdt ondertussen piepend achteruit het plein bij de Oldehove op. Daar hebben de Vuurmeesters een provisorisch hoofdkwartier met een keet en een dixie ingericht. Medewerkers in zwarte hoodies met een vlammend gezichtje erop staan op de klep en laden vrolijk zandzakken uit. Kenneth Creyf laat een foto op zijn telefoon zien van metershoge, brandende palen voor een kathedraal in Gent.

Wijzend: ,,We gaan hier ook zo’n levend kunstwerk maken.’’ De compagnie bouwt op het plein, aan de voet van de Oldehove, een compositie van dertig houten palen, ieder zes meter hoog. Die steken ze na het invallen van de duisternis in brand. ,,Het branden duurt drie uur. De toeschouwer kan in die tijd de constante evolutie van het werk zien. We proberen mensen op deze manier tijd te laten creëren door even stil te staan. Ze moeten daarvoor eigenlijk het hele proces meemaken. Het blijft immers veranderen.’’ Die zandzakken zijn er trouwens om de palen te stutten.

Van het Oldehoofsterkerkhof voert de vuurlinie door de Kleine Kerkstraat, langs de Nieuwestad en door de Oude Lombardsteeg. Tientallen, metershoge lantaarns verlichten daar de route. Na de verstilling en verwondering van de feeërieke lotussen en de Dickens-achtige lichten mag het op het Wilhelminaplein weer hoog oplaaien. Een spectaculaire installatie met ronddraaiende, brandende cirkels die vuurwolken produceert, is daar in beweging.

De Vuurmeesters zijn tijdens de show vooral druk met het controleren van de veiligheid en het ‘bijvoeden’ van de vuren. Twee teams snellen heen en weer tussen de installaties. Na al die jaren, na eindeloos veel experimenten (en een reeks milde brandwonden) hebben de theatermakers allerlei recepten uitgedokterd om brandhaarden te controleren. Ze smelten zelf hun kaarsen, kiezen verschillende soorten lonten en maken uitgebalanceerde mixen van onder meer paraffinekorrels en zaagmeel. ,,Zo kunnen we precies bepalen hoe lang iets brandt.’’

De toegang is gratis. Leeuwarden verwacht per avond ‘duizenden bezoekers’. De weersvoorspellingen maken het nog spannend. Voor regenbuien is Creyf niet bang. ,,Vuur dat uitgaat, kun je weer aansteken.’’ Maar harde wind is wel een risico op de tochtige pleinen. De organisatie staat in nauw contact met de weer-experts van de vliegbasis.

Kenneth Creyf verheugt zich al op vanavond. Dat-ie al die wandelende mensen ziet, genietend. Kalm en sereen, want dat doet de warmte van vuur ook met je. ,,Voor mij is het mooiste moment wanneer een vierjarig jongetje vol verwondering naar onze vuren blijft kijken, de oranje gloed van de vlammen op zijn gezicht. Het ráákt mensen, dat is voor mij kicken.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct