Vragen over Fries Biografie Instituut

Detail uit een zelfportret uit 1932 van Jeanne Bieruma Oosting. Haar biografe Jolanda Withuis: ,,Door dat portret had ik een soor freule verwacht.’’

Het Fries Biografisch Instituut heeft geen zak geld, of een kantoor, het is een netwerk dat wil aanjagen en helpen. ,,Wij doen wat de Fryske Akademy laat liggen.’’

Eind vorig jaar werd het Fries Biografisch Instituut aangekondigd, een samenwerking tussen de Rijksuniversiteit Groningen, Tresoar, het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL) en uitgever Steven Sterk. Donderdagmiddag ging dat FBI (het werd op zijn Amerikaans uitgesproken) van start met een symposium in Tresoar.

Hoe loffelijk het ook kan zijn, bij de vragen uit de zaal bleek veel onduidelijk over dit FBI. ,,Wat kun je ervan verwachten?’’, vroeg Jan Gulmans, die aan een biografie van theoloog Fokke Sierksma werkt. Zijn er tegemoetkomingen? Zoeken ze schrijvers bij gewenste biografieën?

Bert Looper (Tresoar) en Geart de Vries (HCL) haastten zich om zulke verwachtingen te dempen: ,,Wij bemiddelen’’, onderstreepten ze. Er moeten in en over Friesland meer biografieën geschreven worden en daarin wil het FBI ,,een aanjager’’ zijn. ,,Wij doen wat de Fryske Akademy laat liggen’’, zei De Vries in de koffiepauze, iets wat mediavist Hans Mol van die Akademy kort daarop beaamde: ,,Wij hebben nog maar een kleine historische afdeling, waarin geen prioriteit is voor biografieën.’’

Johanneke Liemburg, biograaf van Fedde Schurer, was kritisch: ,,Ik ben helemaal niet blij met dit instituut, het wekt verwachtingen die het niet waar kan maken’’, vond ze.

Lees ook | Deze Friezen verdienen volgens onze lezers een biografie

Een van de gasten was Jolanda Withuis, schrijfster van een biografie van Juliana, die werkt aan een levensbeschrijving van de in Leeuwarden geboren Jeanne Bieruma Oosting, die tegen de wensen van haar adellijke ouders (die op Lauswolt woonden) schilderes werd en in Parijs op het atelier van Picasso heeft gewerkt. In 2022 moet haar biografie klaar zijn.

Ze heeft Bieruma Oosting ooit ontmoet, vertelde ze. Als student al bewonderde ze haar werk, en na haar promotie wilde ze wat van haar kopen. Maar wat na een verkooptentoonstelling nog in de galerie hing, beviel haar niet. Een paar dagen later nam haar man de telefoon op - het was de schilderes. ,,Heb ik het goed vernomen dat u als geleerde vrouw een werk van mij wilt kopen? Heb ik het goed vernomen dat u het niet goed vond, het werk?’’ Withuis moest naar haar atelier komen. ,,Ik had op basis van haar zelfportret een soort freule verwacht’’, maar een wat morsige vrouw van 92 met een sigaret in de mond deed open en vroeg: ,,Heb ik het goed gehoord dat het een man was, die de telefoon opnam?’’ Dat kon Withuis niet ontkennen. ,,U bent toch een geleerde vrouw?’’, zei de schilderes. ,,U kunt geen twee heren dienen.’’

Overigens had Withuis bedenkingen bij de term ‘Friese biografie’. ,,Ik vraag me af wat jullie daarmee bedoelen, wat is het Friese aan Jeanne? Er is niks specifieks Fries aan haar schilderijen. Dat iemand hier geboren is maakt voor de identiteit niet uit. Zo’n identiteit reduceert een mens tot één ding, dat is strijdig met wat een biografie moet zijn, een beeld van een heel complex ding.’’

home
net-binnen
menu