Vlog: Idylles in de festivalbubbel op ITGWO

De negende editie van Into The Great Wide Open had alles mee: onverwacht goed weer en een brede, soms prettig schurende programmering. Maar wat gebeurt er buiten de festivalbubbel?

De zaterdagavond en de zondagochtend, op Into The Great Wide Open - het festival dat Vlieland hip maakt. Deze avond staat het Sportveld volgepakt voor de eigenlijke hoofdact: de Schotse indieband Belle And Sebastian. De zon is al lang weg, het Sportveld baadt in het sfeerverhogende licht. Het publiek heeft al een paar dagen festival in de benen, hongert naar feest. En nu komt Belle And Sebastian, nu moet Het gebeuren.

Alleen, Het gebeurt niet echt. Belle And Sebastian lijkt voor het gros van dit publiek een gedroomde hoofdact, een band die al sinds de jaren negentig prachtig afgepaste liedjes maakt. Iets te afgepast voor dit veld misschien, want de magie blijft uit en de reacties blijven lauw. Al zingt frontman Stuart Murdoch enthousiast en zijn de arrangementen kleurrijk ook over de pakweg achtkoppige bezetting verdeeld. Maar echt spetteren, neu.

Het juiste tijdstip

De zondagochtend dan - die duurt immers altijd wat langer. Rond twaalf uur ligt datzelfde Sportveld er vredig bij in het prikkelende nazomerzonnetje. Plukjes mensen drinken koffie, de eerste dapperen zitten alvast aan het bier. Op het podium strooit de Bosnisch-Zwitserse accordeonist Mario Batkovic zijn repeterende noten uit. Verre van rock-‘n-roll,  maar wel heel goed passend bij dit vroege tijdstip. Zoals een dag eerder het duo Grandbrothers pastorale pianoklanken speels koppelde aan abstracte techno-methodieken.

Het juiste tijdstip, dat komt precies. Vijf jaar geleden ging Spinvis de mist in als afsluiter op de vrijdagavond, na de springerige gitaren van Franz Ferdinand. Nee, dan zo’n lome, zonovergoten zondagmiddag: de juiste context voor zijn bewerkelijke, associatieve en haast gefluisterde liedjes, met net genoeg dynamiek om de hoeken van het Sportveld te bereiken.

Meer dan gitaren

Bij Spinvis klinken cello, viool, tuba en zowaar een zingende zaag. Met gitaren alleen kom je er niet meer op zo’n festival. We treffen allerlei interessante, uitheemse instrumentencombinaties, wat ook veel zegt over de aardig opgerekte stilistische reikwijdte van Into The Great Wide Open. Neem nou Ronald Snijders, al decennia bezig om zijn dwarsfluit te verbinden aan de muzikale tradities van zijn Surinaamse vaderland. Inclusief bezwerende voudou-trommen, met een betoverende werking op het ontvankelijke publiek.

Op diezelfde, sprookjesachtige Open Plek schittert uren later Anna Meredith, een jonge Schotse componiste die pittige, veeleisende pop maakt van de minimal-beginselen van Michael Nyman en Philip Glass. Met tuba, cello’s, klarinet, xylofoon, bonkende drums, rare maatsoorten en meeslepend enthousiasme. Bij de Japanse band Kikagaku Moyo horen we een soort elektrische sitar temidden van een rock-instrumentarium, goed voor een lekker uitgesponnen, maar wel wat nette kijk op typisch Japanse psychedelica. loading

Meer dan bandjes alleen

Maar toch rijmen die gitaarspiralen heel mooi met de ruisende bomen en het wuivende gras van dat Bij De IJsbaan-terrein. Decor, sfeer, context: zo’n festival is altijd meer dan een optelsom van bandjes. Daar horen ook de fietstochten in de ochtend bij, zwemmen, jezelf warmen aan de onverwacht royale zon, goede gesprekken, passend eten, drank, drugs. En de meerwaarde die het festival zelf schept, met dwarsverbanden in de programmering, kunst, poëzie. 

Al werken de ‘luisterhuisjes’ van het project Lost  Poets niet allemaal. Maar sommige deelnemende dichters, zoals export-Friezen Tsead Bruinja en Joost Oomen, kunnen nog wat poëzie kwijt in hun dubbelrol als podiumpresentator.

Zo word je vanzelf ontvankelijk voor wat de programmeurs voor ons hebben bedacht. Pianist Ralph van Raat, gespecialiseerd in modern-klassiek, die stukken van Radiohead koppelt aan klassieke componisten, maar ook de gruizige en, het moet gezegd, nogal voorspelbare soul van Don Bryant (mooi wel cocomponist van soulklassieker I Can’t Stand The Rain). De ijle liedjes met sierlijke discosamples van Jens Lekman (plus vrouwenband), maar ook de woeste psychedelische funkblues van invaller My Baby, een ideale festivalact die op de zaterdagmiddag het veld goed in beweging krijgt. Dat had er best later op de avond kunnen staan. loading

Bij Millionaire, uit België, wordt het gebrek aan gitaren elders weer wat gecompenseerd: drie stuks, plus bakken elektronica. Het levert een weldadige pot herrie op, gebouwd op een logge groove. En hard!

De wereld buiten de roomwitte bubbel

Het beste van deze onverwacht zonovergoten Into The Great Wide Open arriveert bijna op het laatst. Kate Tempest laat horen hoe dat eigenlijk moet, poëzie hardop: met een bijtende, woedende performance, en rugdekking van drie muzikanten met gevoel voor spanning. Tempest brengt integraal haar album Let Them Eat Chaos, een fel traktaat over de tragische  tekortkomingen van deze tijd.

Haar pijnlijk scherpe voordracht, haar ijzingwekkend realistische beelden, de dreinende beats, de dissonant loeiende synths: het vloekt nogal met de bucolische pracht van die Open Plek. Maar dat is juist het punt. Kate Tempest herinnert ons meedogenloos aan de woeste wereld buiten de idyllische, luxueuze, harmonieuze en roomwitte bubbel van dit festival. Vandaag is het immers weer maandag.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur
Video
ITGWO
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct