Jacob Haagsma.

Time Is On My Side

Jacob Haagsma. FOTO ANNET EVELEENS

Jonge honden waren ze, toen ze losgingen. The Rolling Stones, dyonisische vertolkers van het rock-’n-roll-levensgevoel, drinkers uit de bron van de eeuwige jeugd. Goed, dan knipper je een paar keer met je ogen, je scoort wat wereldhits, je maakt een handvol klassieke albums, je toert over de aardbol, je plant je een beetje voort.

En ineens is het 2020, 58 jaar na dat prille begin. Drummer Charlie Watts, het oudste lid van de band, is 79. Keith Richards, al decennia lang op de dodenlijst wegens een al te dyonisische levensstijl, heeft tamelijk ongeschonden de 76 gehaald. Ron Wood, broekie van de band, is 73. Bill Wyman, bassist tot begin jaren negentig, is 84. Mick Jagger is 77 – en overgrootvader.

Een bejaardenclub, ik zeg het maar even hardop. Goed voor het museum, en dat kunt u nu gewoon letterlijk nemen. De tentoonstelling Unzipped in het Groninger Museum is immers de aanleiding voor deze hele bijlage.

Pop, rock-’n-roll: lange tijd was dat synoniem met jeugd, met jongerencultuur. Een erfenis van de jaren zestig en zeventig en logisch ook. Ten eerste omdat dat in die tijd behoorlijk samenviel: het was de soundtrack van wat jongeren bezig hield, politiek of hormonaal of wat dan ook. En dat kwam weer deels omdat, ten tweede, pop- en rockmuzikanten nu eenmaal jong waren. Mick Jagger werd 33 in de hete zomer van 1976 die hun album Black And Blue mee inkleurde, al vonden we dat toen stiekem al best oud.

Pop, rock-’n-roll: lange tijd was dat synoniem met jeugd, met jongerencultuur

‘I hope I die before I get old ’, zong The Who in My Generation : een stellingname waaromtrent de leden zich vast nog wel eens achter de oren krabben nu ze zeventigers zijn – voor zover ze nog leven tenminste (dode drummer Keith Moon tikte de 32 aan, bassist John Entwistle werd tenminste nog 57). The Beatles behandelden die materie wat subtieler in When I’m 64 (al lees ik net dat de uiteindelijke versie iets sneller werd afgespeeld op verzoek van Paul McCartney – zo klonk hij wat jonger, op zijn 25ste).

Bij blues, uiteindelijk de muziek die The Rolling Stones en hele generaties rockers aan het werk zette, is dat anders. Daar lijkt leeftijd minder te tellen. Sterker, het cliché van de oude bluesman met zijn gitaar op de veranda doemt haast automatisch op boven die muziek. Dat komt ook omdat we de meeste vertolkers pas op latere leeftijd hebben leren kennen, zeker lijfelijk op de concertpodia. Toen B.B. Kings gitaar al zijwaarts afboog wegens zijn bollende buik – leeftijdsgerelateerd, we weten het allemaal.

Toen Keith Richards ontdekte dat Mick Jagger platen van Muddy Waters en Chuck Berry bij zich had bij hun legendarische ontmoeting in 1961, was Waters al 48 en Berry toch al 35. Berry was eerder rocker dan bluesman, maar op zijn 82ste speelde hij nog rustig in Leeuwarden.

Dat leeftijdsloze, dat tijdloze: wel leuk allemaal, maar feit is dat ze bijna allemaal hun beste werk afleverden op jongere tot veel jongere leeftijd. Maar goed, doodgaan op je 27ste wat bluesheld Robert Johnson nog wel lukte, dat is ook zo wat. Dan liever eindigen (?) in een museum. Time Is On My Side , tenslotte.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct