Synthesizers, cranberry’s en het isolement op eilanden

Into the Great Wide Open 2017. F OTO MELANIE VAN LEEUWEN

Omdat je toch wat moet als je festivals niet doorgaan, doet de organisatie van Into The Great Wide Open aan podcasts.

Afgelopen weekend had Vlieland het toneel moeten zijn voor Here Comes The Summer, het kleinschalige zusterfestival van Into The Great Wide Open dat eind augustus het leven op dat eiland had moeten opfleuren. Dan maar maar een reeks podcasts.

,,De isolatie die we tegen onze zin zo goed leren kennen, hoeft voor de muziek niet altijd verkeerd uit te pakken”, zegt muziekjournalist Leendert van der Valk in de eerste aflevering van de podcastserie Vloed . ,,Op eilanden is alles net wat anders, net wat vreemder en misschien wel net wat beter.”

Van der Valk begint zijn betoog met de reizen van evolutiepionier Charles Darwin, die op de Galapagos-eilanden voorbeelden van dier- en plantsoorten tegenkwam die in die isolatie hun eigen karakter kregen. Darwin keek neer op de ‘barbaarse klanken’ die hij tijdens zijn reis hoorde, anders had hij kunnen horen dat die muziek per eiland verschilt. Daar hebben we Jamaicaanse reggae en Cubaanse rumba aan te danken. Van der Valk laat horen hoe Antony Joseph, vijf jaar geleden op Vlieland, zich laat beïnvloeden door calypso, inheems op het eiland Trinidad. Op het Kaapverdische eiland São Nicolau spoelden in 1968 een paar containers met futuristische synthesizers en keyboards aan, reden waarom de Kaapverdische muziek sinds die tijd een ‘kosmische, soms psychedelische sound’ kreeg.

Niet alleen keyboards spoelen aan, dat deden ook de cranberry’s op de Waddeneilanden. En Vlielanders zijn ervan overtuigd dat hun cranberry’s beter zijn dan die op Terschelling.

menu