De Hylper schilder Titus Stalman verft drie kamers van het Fries Museum in het bekende Hindelooper schilderwerk. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Schilder geeft museum Hylper tint

De Hylper schilder Titus Stalman verft drie kamers van het Fries Museum in het bekende Hindelooper schilderwerk. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

De beroemde Hindelooper stijlkamer is vanaf 2 juli het middelpunt van een tentoonstelling over het IJsselmeerstadje, die tot 2019 duurt. En wie kan dan beter de muren schilderen dan een specialist in Hylper schilderwerk?

De beroemde Hindelooper stijlkamer is vanaf 2 juli het middelpunt van een tentoonstelling over het IJsselmeerstadje, die tot 2019 duurt. En wie kan dan beter de muren schilderen dan een specialist in Hylper schilderwerk?

Het viel hem de eerste dag nog even tegen, geroutineerd als Titus Stallmann is in het maken van de zwierige acanthuskrullen en bloemmotieven die de bekende patronen vormen van het schilderwerk waar Hindeloopen mee beroemd is geworden.

,,Ik ha noch noait earder in wân beskildere. Dy is net glêd, der binne allegear fan dy lytse ribbeltsjes. Ik doch dy krullen normaal yn ien kear, los út de hân, mar dat gie earst net.’’ Ondertussen wel, trouwens: het ene na het andere bloemetje komt glimmend onder zijn kwaststreken vandaan.

Volkskunst

Stallmann is een week in Leeuwarden om drie kamers in het Fries Museum met Hylper schilderwerk te versieren. De wanden zijn al in de aardachtige rode tint geverfd die zo typisch is voor veel meubels uit Hindeloopen. In deze ruimtes komt een tentoonstelling over de geschiedenis en de toekomst van de traditierijke volkskunst. ,,It museum woe der graach wat ienheid yn ha’’, zegt Stalman. ,,Dus bin ik hjir no oan it wurk.’’

Stalman is de eigenaar, en de vierde generatie, van het vermaarde bedrijf Roosje, dat als enige nog zowel de Hylper meubels maakt als ze beschildert. Het schilderen, dat is Titus’ departement, zijn broer en neef maken de meubels. ,,Ik woe hjir in soarte fan lambrisearring meitsje’’, vertelt hij over zijn klus in het museum. ,,It moat net al te útwrydsk, dat liedt te folle ôf fan de tentoanstelling. Aanst sjogge hjir allegear minsken nei de muorre’’, merkt hij lachend op. ,,Ach nee, grapke hear. Net opskriuwe.’’

'De ynfloeden komme oeral wei. Mar it is wol typysk Hylpers'

De acanthuskrullen zijn in zo’n horizontale lijn het meest logisch. Want in tegenstelling tot de wat rechtere motieven kun je die krullen steeds langer maken, zegt Stallmann. ,,De akantus is ûneindich. Kinst it moai opbouwe.’’

Hoogtijdagen

Ondertussen trakteert hij de aanwezigen op een indrukwekkende serie weetjes over het ambacht dat hij bedrijft. Over de natuurlijke pigmenten die hij voor zijn olieverf gebruikt. Over regentes Emma, die van Stallmanns overgrootvader Arend Roosje een geverfde prikslee en meubels kocht. Over de toenmalige burgemeester van Leeuwarden, baron Rengers, die zo onder de indruk was van Roosjes werk dat hij hem enorm ondersteunde. ,,Ik kin der oeren oer trochprate. Ik bin dan krekt in dûmny.’’

De Hindelooper kunst beleefde zijn eigenlijke hoogtijdagen tussen 1600 en 1800, toen zeelui uit de stad rijk werden van de houthandel met Scandinavië. Ze konden het zich veroorloven om uit Noorwegen schilders mee te nemen, die hun meubels en houten wanden versierden.

Hylpers keken het kunstje af en ontwikkelden zo de echte lokale schilderkunst. Ondertussen haalden de vrouwen Indische stoffen en Chinees porselein in Amsterdam, waarmee de typische klederdracht en interieur ontstonden, zoals die in de Hindelooper stijlkamer vereeuwigd zijn.

Die stijlkamer is eigenlijk dé bestaansreden voor het Fries Museum, want bij de Historische Tentoonstelling van 1877 in Leeuwarden trok die zoveel bekijks dat hij een jaar later op de wereldtentoonstelling in Parijs was te zien, en in 1900 nog eens. ,,It wie eins de allerearste blockbuster ’’, vertelt Grytsje Klijnstra van het Fries Museum.

Voordelen

Eigenlijk was de stijlkamer een poging om het bedreigde Hylper erfgoed te redden. Dat lukte: de schilderkunst en de meubels werden zo’n hype dat de hele Nederlandse adel ervoor in de rij stond. Klijnstra: ,,It waard sjoen as typysk Nederlânsk. Dat is it net, de ynfloeden komme ommers oeral wei. Mar it is wol typysk Hylpers.’’

Terwijl de eerste ruimte in het museum vooral gewijd wordt aan de geschiedenis van Hindeloopen, met aandacht voor (de eerste periode) de klederdracht en (later) voor de meubels. Maar er is ook een kamer gewijd aan de toekomst van de Hindelooper cultuur, en die is volgens Stallmann veel rooskleuriger dan je op grond van vooroordelen zou kunnen verwachten.

Stalman ziet toekomst van de Hindelooper cultuur rooskleurig in

,Yn de dûnsploech sit in oantal fjirtigers, dat is hiel jong. Wy wurkje der hurd oan om it libben te hâlden. In protte skotsploegen witte net hoe’t dat ús slagget.’’ En ook de meubelmakerij blaast zijn familie nieuw leven in, onder meer door samen te werken met de ontwerpster Christien Meindertsma. Zij ontwierp meubels waarin de oude ambachten hernieuwde zeggingskracht kregen, en Roosje maakt ze.

Stallmann is nog lang niet uitgepraat. Maar eerst maar even de muren afverven: ,,Dan moat der op it lêst noch in laachje fernis oer, dan komme dy kleuren hiel moai út.’’

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct