'Risicogroep' The Rolling Stones.

Bé Hegen, Lou Leeuw en Hans la Faille zijn net zo oud als The Rolling Stones: rock-'n-roll geesten in een spookstad

'Risicogroep' The Rolling Stones. Foto: Claude Gassian

Spelen tot je erbij neervalt. The Rolling Stones zijn niet de enige zeventigers die dat het allerliefste doen. Maar toen kwam corona, behoorden ze tot ‘de kwetsbaren’ en waren ze ook nog hun podium kwijt.

Het was een inkoppertje.

Toen de Stones op het hoogtepunt van de eerste coronagolf met een nieuwe single kwamen, kreeg de befaamde band in de media een nieuwe bijnaam: ‘risicogroep The Rolling Stones’.

De grap lag voor de hand. Mick Jagger, Keith Richards, Ron Wood, Charlie Watts; ze zijn dik in de zeventig en horen in deze vreemde tijden daarmee onverbiddelijk tot de kwetsbaren in de samenleving. Hoe fit, rijk en gezegend ze ook zijn, hoe jong en onverwoestbaar ze zich misschien nog voelen.

Geen band ter wereld heeft zo lang vastgehouden aan de illusie van de eeuwige jeugd als de Stones. Seksgod Mick Jagger bleef slank en fit als een twintiger over het podium huppelen en dansen. Keith Richards hield altijd die ondeugende grijns van de rebelse protestgeneratie. Nooit stopten ze de hongerige hits van hun hormonenjaren in de ijskast.

De Stones zijn uiteraard uniek, maar hun levenshouding is dat niet. Met de Stones groeide een hele generatie op die lang jong van geest wilde blijven - als het even kon in een fit lichaam. Maar niets is eeuwig houdbaar.

loading

Drentse bluesman Bé Hegen (78)

,,Hegen! Hoe gaat het?’’

De longarts deed het consult met Bé Hegen deze zomer telefonisch, want onnodige contacten kan de 78-jarige Drentse bluesman beter vermijden. ,,Wel prima’’, zei Hegen.

Hij voelt zich goed – ondanks zijn longaandoening COPD. Fietst zo nog 80 kilometer op een dag. ,,Maar ik ben wel bang voor die corona.’’

Stiekem is hij opgelucht dat de optredens die hij afgelopen weekend zou doen zijn afgelast. Hij was gegaan hoor, hij is geen spelbreker, maar liever even niet.

Thuis in Annen draait zijn ingetogen laatste lp I had a dream . Heel wat anders dan de zwetende, stampende Chicagoblues van vroeger, maar de passie is niet minder. Muziek is een noodzaak. Zelfs in deze tijd repeteert de Bé Hegen band door.

Met mondkapjes voor, dat wel.

Leven in een spookstad

Living in a ghost town , heet de single van The Rolling Stones die april dit jaar uitkwam. Leven in een spookstad. De Britse rocksterren schreven het nummer al vóór de uitbraak van de coronapandemie, maar het paste goed in de nieuwe werkelijkheid.

Ze schaafden de tekst wat bij, schoten een video in de verlaten spookstad Londen en stuurden de song de wereld in – hun eerste nieuwe materiaal in acht jaar.

Life was so beautiful / Then we all got locked down
Feel like a ghost /Living in a ghost town

Beetje reggae, beetje blues, een vette gitaarlick, een woh-koortje en een mondharmonica-solo: Living in a ghost town klinkt als een ouderwets Stones-nummer. Waar andere zeventiger misschien een stapje terug doen, of een zijpad kiezen, gaan Jagger en co recht vooruit.

De Stones blijven gewoon de Stones. Kwajongens in strakke broeken die rock-‘n-roll spelen. Alleen hun rimpels verraden dat ze het al 58 jaar doen.

Livin g in this ghost town / Ain’t havin any fun
If I wanna party / It’s a party of one

loading

Het Groningen van Lou Leeuw (74)

Om twaalf uur ‘s nachts stapt Lou Leeuw (74) nog even op de fiets. De stad in. Hij weet best dat de kroegen dicht zijn, en de straten leeg. Maar hij moet gewoon even.

Zijn Groningen is rond middernacht een spookstad. Al zijn hele leven maakt hij op dit soort tijdstippen ergens in een broeierig tentje muziek. Nu is er niks.

De eerste band van Lou Leeuw, Rocking Tigers, zag het licht in 1961. Hij speelde met Harry Muskee en Herman Brood en stond ooit in het voorprogramma van de Stones. Leeuw is nog zo actief dat Groningen hem onlangs uitriep tot Stadsmuzikant.

Allemaal leuk en aardig, maar nu kan zelfs hij, de man die overal opduikt, nergens spelen. Ja thuis, in zijn studio. Maar dan blijft er toch iets kriebelen.

Daarom stapt hij op de fiets. Toch maar die nacht in. Ook al is het stil.

De show gaat door

Living in a ghost town gaat over het gemis van het rumoer, de feesten, de liefde, de muziek, de spontaniteit. Typisch Stones. Hun coronasong gaat niet over de angst van mensen in een risicogroep, maar over hoe het bruisende leven lijdt onder de lockdown. Als ze zich al kwetsbaar voelen, houden ze dat graag verborgen.

Dat lukt niet altijd. Mick Jagger (77) werd in het voorjaar van 2019 nog geopereerd aan zijn hart. Zeventien shows van hun wereldtour werden uitgesteld, twee maanden na de ingreep – nieuwe hartklep – stond hij weer te dansen op het podium in Chicago.

De show gaat door.

Toch moet dat intense rock-‘n-roll leven zijn sporen hebben nagelaten in de aderen, hersenen, levers en longen. Keith Richards bungelde in zijn jonge jaren al op het randje van de dood, dat hij zijn 76ste verjaardag ooit nog zou halen had niemand verwacht.

loading

Drummer Hans la Faille ('Fuck, ik ben 74')

,,Ik heb alles gedaan wat God verboden heeft.’’

De rock-‘n-roll heeft drummer Hans la Faille (74) geen kwaad gedaan – al is het jammer dat hij het roken nog steeds niet kan laten.

La Faille speelde ooit met Cuby & The Blizzards, en nog met tientallen andere bands. Zodra het ene stopt, begint hij weer iets anders. Nog steeds. ,,Ik kan het gewoon niet laten.’’

Soms schrikt hij wel even. Als ze hem beschrijven als ‘de 74-jarige drummer’ bijvoorbeeld. ,,Dan denk je, fuck, ik ben 74.’’

In deze rottijd zonder optredens ga je daar meer over nadenken. Niet dat hij zich als gezonde zeventiger kwetsbaar voelt voor het virus, maar hij weet wel dat de tijd begint te dringen.

,,Dit moet niet te lang duren jongens, dan ben ik 80.’’

Spelen tot je erbij neervalt

Die tijd dringt ook voor The Rolling Stones.

Drummer Charlie Watts wordt volgend jaar 80. Mick Jagger hoopt die mijlpaal in 2023 te bereiken. Of ze tegen die tijd nog steeds spelen? Speculaties over de houdbaarheid van The Rolling Stones zijn inmiddels zelf ook al oud en versleten.

Als je zo lang en zo succesvol vasthoudt aan de illusie van de eeuwige jeugd, kun je eigenlijk maar een ding doen: sterven in het harnas. Doodgaan op het podium. Spelen tot je erbij neervalt.

Maar dan moet er wel een podium zijn. Bij voorkeur een volgepakt stadion waarin tienduizenden mensen lijf aan lijf voor de zoveelste keer I can get no satisfaction uit volle borst meebrullen.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct