Recensie Into Darkness: Catharsis voor de oren en de ziel

De vijfde editie van Into Darkness bood een breed scala aan donkere klanken. Maar niemand kon tippen aan Bell Witch.

Bij Bell Witch loopt de soundcheck naadloos over in het eigenlijke optreden. Basgitarist Dylan Desmond, links op het podium, ontlokt een golvende, loodzware melodielijn aan zijn zessnarige instrument, eerst subtiel en dan steeds dwingender. Het geklets verstomt gaandeweg: wat gebeurt hier eigenlijk?

Dan wordt dat basgeluid, eerst nog vrij ‘kaal’ of moet ik zeggen ‘naakt’, kracht bijgezet door vervormende geluidseffecten – Desmond heeft een indrukwekkende verzameling kastjes, knopjes en pedalen onder voetbereik, zie ik later. Het lijkt even alsof er een legioen aan gitaristen invalt. Drummer Jesse Shreibman, op rechts, speelt intussen mee. Hij slaat zijn traag kruipende ritmes met intense precisie.

Achter hen zien we een projectiescherm, met schijnbaar willekeurig gekozen, oude zwart-witbeelden. Maar precies op het moment dat Desmond voor het eerst gaat zingen, zien we een doodskist, omgeven door kaarsen. Een herinnering, voor wie het nog niet wist: Bell Witch, duo uit Seattle, speelt hier Mirror Reaper, en wel helemaal. Een ode aan vroegere drummer en vriend Adrian Guerra, jong en tragisch gestorven.

Pijnlijk kwetsbare zanglijnen

Guerra maakt ergens halverwege zijn opwachting, postuum, in de vorm van een nagelaten vocale bijdrage. Verder zijn de zanglijnen verdeeld over Desmond, Shreibman en gast Eric Moggridge, die ver in de tweede helft zijn bijdrage levert. Soms klinkt het als een brul of een grunt, dan zijn het weer haast pijnlijk kwetsbare zanglijnen.

Het geluid fluctueert van snoeihard naar bijna fluisterzacht, als opnieuw die naakte bastonen van Desmond klinken. Bijna de hele zaal is fluisterstil, alleen achter me kletsen twee mannen onverstoorbaar door over beslist minder serieuze zaken. Dan doe ik wat ik anders nooit doe, en wat op een metalfestival doorgaans overbodig is: ik maan de mannen tot stilte, en met succes ook nog. De muziek golft intussen door, in hetzelfde traag deinende tempo, en de emoties klotsen mee.

De studioversie van dit meesterwerk duurt ruim 83 minuten, hier tikken de mannen net anderhalf uur aan. Maar je ervaart het niet als zo lang: het voelt als een onontkoombaar ritueel, waarin de lang aangehouden akkoorden, drones bijna, het ultieme eerbewijs vormen aan een vriend die, alleen al wegens zijn inspiratie voor dit meesterwerk, niet voor niets heeft geleefd.

Onversneden black metal

Bell Witch is, ’s middags al, het hoogtepunt van de vijfde editie van Into Darkness, festival voor black metal en aanverwante, donkere en harde klanken – en daar past de funeral doom van dit duo ook goed bij. Onversneden black metal van de oude school, met face paint en alles, is zeldzaam in de beide zalen van popcentrum Neushoorn te Leeuwarden. Sommige bezoekers hebben het zelfs over ‘tam’ als ze over het programma praten. En ja, de atmosferische passages in het werk van Zhrine, hipster-black metal uit IJsland, schijnen daar wel enige aanleiding toe te hebben gegeven. Niettemin komen er mensen met glazige ogen van bewondering uit de grote zaal, net als we het gebouw betreden.

Bij Secrets Of The Moon, uit Duitsland, klinken soms Pink Floyd-achtige passages. Bij Furia, uit Polen, gaat het er nu en dan ook kalmpjes aan toe. Soms klinken er geïmproviseerde passages alsof men de Grateful Dead van de black metal wil zijn, dan weer neemt het gitaargeluid de gedaante aan van een Aziatisch snaarinstrument, een koto of zo. Het contrasteert nogal met de blote bovenlijven en de witgeschminkte koppen van de mannen, maar dan gaat steeds weer de beuk erin en klopt het plaatje. Leuk detail: de zang is in het Pools. We treffen zelfs een band uit Litouwen aan op het affiche, het niet heel indrukwekkende Au-Dessus.

Alle registers open

Beukt de boel niet genoeg? Bij Nordjevel, uit Noorwegen, gaan werkelijk alle registers open, ook de theatrale. Monnikskappen, wilde schmink, enorme studs op alle mogelijke kledingstukken, zanger Doedsadmiral die zich al brullend en krijsend heerlijk aanstelt en dankbaar gebruikmaakt van de zevenpuntige sterren (‘heptagrammen’) aan weerszijden van het podium.

Extremiteiten horen nu eenmaal bij dit soort stijlen, net als zwarte romantiek en experimenteerdrang. Ook het Noorse trio Mysticum gaat op een aanstekelijke manier over the top. De koppies zijn kort geknipt, wat wijst op affiniteit met industrial, en dat hoor je ook terug in het uitbundige gebruik van de drumcomputer. De rook moet er haast wel uitslaan, zo snel en fel ratelt het ding terwijl de muzikanten hun instrumenten afranselen. Het geluid is schel en hoog en dat is weer heel black metal. Het leidt tot uitbundige danspartijen.

Het laatste woord is aan Verwoed, een indrukwekkende Nederlandse band met een Friese ritmesectie (drummer Joris Nijenhuis en bassist John-Bart van der Wal). Het is catharsis voor oren en ziel. Gelouterd verlaten we het pand, de donkere nacht in.

Toon reacties