In het kaatsmuseum kan kaatsen worden beoefend als game.

Museumtest: oudste sportmuseum van Nederland is Keatsmuseum Franeker

In het kaatsmuseum kan kaatsen worden beoefend als game. FOTO CATRINUS VAN DER VEEN

Het Noorden telt tientallen bijzondere musea, klein en groot. Cultuurredacteuren leggen een aantal ervan langs de meetlat. Wat valt op? Wat valt tegen? Hoe doen ze het? Vandaag het Keatsmuseum in Franeker.

Een museum geheel gewijd aan één sport, waar vind je dat? In Franeker, het centrum van de kaatssport in Nederland. ‘Hjir rekket de bal it hert’ staat er boven de entree van it Sjûkelân, er schuin tegenover. Op dit veld wordt jaarlijks de grootste en belangrijkste kaatspartij van het jaar gespeeld. En dat gaat met allerlei tradities gepaard. Vele daarvan worden uitgelicht in het museum aan de Voorstraat.

Het Keatsmuseum zat eerst op de bovenverdieping van de Friesland Bank aan dezelfde straat. Een minder toegankelijk pand, waarvan de inrichting sinds de start in 1972 behoorlijk gedateerd was geraakt. Er waren vooral veel goedgevulde prijzenkasten van voormalige kaatshelden te zien.

Zestig vrijwilligers

Ruim vijf jaar geleden kocht het bestuur van het Kaatsmuseum het pand van een andere bank, de ABN-Amro, aan de Voorstraat en met de verhuizing werd ook de presentatie aangepakt. Deze is helder en fris groen, waarbij in de vitrines het zilver je tegemoet glimt – waarover later meer.

Bureau Artitude in Leeuwarden was verantwoordelijk voor de vormgeving. Veel sloop- en timmerwerk is door de vrijwilligers gedaan. Het museum telt er zo’n zestig. Ze staan achter de balie, verzorgen rondleidingen, bekommeren zich om de documentatie van uitslagen, ranglijsten en wat dies meer zij, en met de opslag van foto’s en al die andere parafernalia die het museum bezit. Voorzitter Bram Bonnema is een van hen: ,,Wy hawwe 16.000 foto’s. Sa no en dan sette wy der in pear op Facebook om nammen te efterheljen. Dat smyt in soad reaksjes op.’’

Bonnema leidt ons rond. Door de geschiedenis van de sport, waarvan al in de twaalfde eeuw melding wordt gemaakt. Adellijke lieden vermaakten zich door het slaan van een balletje. Soms over en weer, soms via een muur. Er zijn nog ‘banen’ of speelvelden bekend uit die vroegere tijden. Zo is er een afbeelding van een kaatsbaan in Straatsburg, en ook in Parijs herinnert Jeu de Paume (nu een museumgalerie) aan het Spel met de Hand.

'It kaam mei mei de minsken dy’t de dyken dêr oanlein hawwe'

Het spel verspreidde zich via adellijke hoven en kloosters vanuit Picardië in Frankrijk naar Parijs, de Zuidelijke Nederlanden en – zo tussen 1428 en 1555 – naar het Bildt in Friesland. ,,It kaam mei mei de minsken dy’t de dyken dêr oanlein hawwe’’, vertelt Bonnema.

De sport was toen al veel meer een volkssport, zoals dat wel vaker gaat met mode van de rijken die ‘neerdruppelt’. Veel kasteleins schreven wedstrijden uit, waarbij ze geldprijzen uitloofden. Om te laten zien dat er gespeeld ging worden, hingen ze een kaatsbal in een (kippen)klauw aan de gevel. Wie mee wilde doen, kon het balletje pakken en zich inschrijven. Na de prijsuitreiking werd het prijzengeld meer dan eens in de kroeg verbrast, wat natuurlijk de bedoeling was. Door dit samengaan van spel en drank, kreeg kaatsen een slechte naam. Dat moest anders, vond Jan Bogtstra. Hij was het die in de negentiende eeuw de zaken reguleerde. In 1853 richtte hij de Permanente Commissie op, die toeziet op de organisatie van de wedstrijd in Franeker. Tegenwoordig de allerbelangrijkste wedstrijd van het jaar. Naast het historische café De Bogt fen Guné, dat dan weer wel. Bogtstra’s naam is zo voor altijd verbonden aan de Franeker kaatsclub.

Nederlandse Kaatsbond

In 1897 werd de Nederlandse Kaatsbond opgericht. Dat de sport zichzelf serieus nam, blijkt wel uit de nauwkeurig bijgehouden annalen. En in 1928 werd kaatsen demonstratiesport op de Olympische Spelen in Amsterdam. Bonnema: ,,Dit jier soenen wy in eksposysje hawwe oer keatsen op de Olympyske Spelen mei medaljes dy’t troch Fryske sporters op de OS wûn binne. Mar dat gong troch corona net troch.’’ De activiteiten zijn verplaatst naar volgend jaar, waaronder lezingen in theater De Koornbeurs even verderop, door Joop Alberda, Jeroen Otter en Epke Zonderland.

Naast de geschiedenis van de sport is er in het museum aandacht voor de ontwikkeling van de sportkleding en de want, waarmee wordt gekaatst. Waar die eerst van grof leer was, is dat nu een op maat gemaakte handschoen met versteviging, uitgevoerd in gekleurd leer naar wens. Ook de kleding veranderde aanzienlijk. Twee eeuwen geleden betraden de spelers in knielange broeken en op sokken het veld, gevolgd door witte tenues met sjerpen en een soort turnschoentjes, om uiteindelijk te evolueren tot de sportschoenen van tegenwoordig en shirts met sponsornamen.

Uiteraard ontbreken de prijzen niet. Alleen al vanwege het prachtige zilverwerk, variërend van miniatuur Oldehoves en een villa (van de Freulepartij) tot telegrafen (waarop de stand wordt bijgehouden) is het museum een bezoekje waard. Palmtakken, medailles, bekers en andere prijzen zijn er nog altijd veel, maar toch een stuk minder nadrukkelijk dan in de vroegere opstelling. Piet Jetze Faber en Afke Hylkema krijgen de aandacht die ze verdienen als beste kaatsers aller tijden.

Olympische Spelen

Bijzonder grappig is het filmpje waarin de dertienjarige kaatser Habtamu de Hoop (nu op de PvdA-kandidatenlijst voor de Tweede Kamer) aan acteur Joop Wittermans, voetballer Jan Bruin en zanger Raynaud Ritsma van Vangrail uitlegt hoe het spel gespeeld moet worden. Dat zal kinderen aanspreken. Hetzelfde geldt voor de ruimte die er is om zelf (of in tweetal) te kaatsen met de kaats-Wii, gemaakt door het Leeuwarder bedrijf Grendel Games.

Kaatsen is misschien een kleine sport, maar verwant aan veel wijder verspreide varianten over de hele wereld. De bekendste en meest beoefende daarvan is wall ball . Als het aan de provincie Fryslân ligt zorgt het Kaatsmuseum ervoor dat deze sport opnieuw naar de Olympische Spelen gaat. Bonnema’s ogen glimmen bij het idee: ,,It hat de potinsje wol.’’


Franeker - Keatsmuseum: Voorstraat 76, (1 mrt t/m 1 nov di t/m za 13-17 u), vr en za 13-17 u, www.keatsmuseum.frl , www.kaatshistorie.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct