Met houtzaagmolen De Rat en de elfstedenfontein vormt Houtstad IJlst een compact cultureel centrum. Voor kinderen is er van alles te doen, ze mogen onder meer met een sjaal om in een winterlandschap poseren.

Museumtest: met 'hout' heeft stad IJlst goud in handen

Met houtzaagmolen De Rat en de elfstedenfontein vormt Houtstad IJlst een compact cultureel centrum. Voor kinderen is er van alles te doen, ze mogen onder meer met een sjaal om in een winterlandschap poseren. Foto: Niels de Vries

Drenthe, Friesland en Groningen tellen tientallen bijzondere musea, klein en groot. Cultuurredacteuren leggen een aantal ervan langs de meetlat. Wat valt op? Wat valt tegen? Hoe doen ze het? Vandaag: Houtstad IJlst – museum en werkplaats.

Houtstad IJlst – museum en werkplaats, zo luidt de officiële naam van de nieuwe instelling, ontstaan uit Museum Nooitgedagt. Houtzaagmolen De Rat ligt er meteen naast, evenals de elfstedenfontein van de Japanse kunstenaar Shinji Ohmaki. Hier is twee jaar geleden een bijzonder cultureel centrum ontstaan. Met aanlegsteigers in de Geau (Geeuw) waaraan pleziervaarders voor de deur kunnen aanmeren, en een fietspad dat toeristen langs de deur leidt.

De Stichting Museum Houtstad IJlst heeft het goed voor elkaar, ware het niet dat zij betere samenwerking met houtzaagmolen De Rat zou toejuichen. Die zou veel kansen bieden, die er overigens al volop zijn. Stichtingsvoorzitter Piet Hoogeveen leidt rond door het moderne, energieneutrale gebouw, waarin tegelijk traditie schittert.

Het pand is ontworpen door architect Haiko Meijer van Architectenbureau Onix NL in Groningen. Het pand bestaat uit negen flexibel inzetbare kubusconstructies van houten binten. In 2018 oordeelde de jury van de Vredeman de Vriesprijs daar zeer positief over. ,,Het resultaat is een bouwwerk dat uiterst respectvol omgaat met de oude houtzaagmolen en zijn directe omgeving. Het is een gebouw van de architect, van het museum, maar zeker ook van de hele gemeenschap van IJlst en de bezoekers van de Houtstad’’, aldus het juryrapport.

Houtstad IJlst won de prijs, de oorkonde hangt in het museum. Hoogeveen: ,,Vanwege LF2018 en het thema mienskip lette de jury vooral op de manier waarop de gemeenschap bij het gebouw is betrokken.’’ Dat vindt hij eigenlijk het mooist.

loading

Ontstaan aan de Oude Ee

Dat de Stichting Museum Houtstad daar veel geluk bij heeft gehad, zal hij niet ontkennen. Eerst was op deze plek een watersportbedrijf gevestigd. Een projectontwikkelaar kocht het perceel om er een appartementencomplex te bouwen. Dat plan slaagde niet, de ondernemer overleed en de ‘overbuurman’ werd de nieuwe eigenaar. Hij verkocht een deel van de grond aan (toen nog) de gemeente Wymbritseradiel, die kansen zag voor ontwikkeling via het Friese Merenproject. Met geld dat beschikbaar was voor kleine kernen, kregen de plannen voor een gezamenlijk museum vorm. De opening was in 2018, het jaar waarin IJlst vierde dat de stad 750 jaar geleden stadsrechten kreeg.

Lees ook PREMIUM | Museumtest: herkenbaar schoolverleden bij Museam Opsterlân in Gorredijk

Bezoekers treffen bij binnenkomst een grote maquette van IJlst in 1664. De stad ontstond aan de Oude Ee of Ye, waaraan het zijn naam dankt. Deze rivier stroomde tussen de Zuiderzee en de Middelzee, en was een belangrijke transportweg voor de houthandel. In de expositie is te zien hoe boomstammen werden aangevoerd, samengebonden tot grote vlotten. Hout uit Duitsland, Polen, de Baltische staten en Rusland was nodig voor de scheepsbouw. Ook de meeste woningen en kerken uit die tijd werden opgetrokken uit dit hout. Nadat steen en staal deze rol hadden overgenomen, verloor IJlst veel van zijn rijkdom.

loading  

IJlst bleef een bedrijvig stadje, waarin naast hout later ook veel ijzer en staal werd gebruikt. De stad telde diverse botenbouwers, de firma Bakker bouwde windmolens naar Amerikaans model, er waren kuipers en op een bepaald moment 24 schaatsenmakers. De bekendste, en landelijk de grootste was Nooitgedagt.

Jan Jarigs Nooitgedagt begon in 1865 met het maken van schaven en schaatsen. Het bedrijf breidde later uit naar speelgoed, maar gereedschap – en vooral beitels – was het sterke punt. Op enig moment maakte het bedrijf jaarlijks 1,8 miljoen beitels, die over de hele wereld aftrek vonden. In 1969 stopte het met de productie van schaatsen; vijf jaar later werd ook geen houten speelgoed meer gemaakt. In 2003 viel, na verschillende overnames, definitief het doek.

Compleet nagebouwde timmerwerkplaats

Een andere belangrijke firma was houtzagerij Oppedijk. Blikvanger in het museum is haar voormalige zaagraammachine. Aanvankelijk werd de machine door stoom aangedreven, later door middel van een elektromotor. Het museum kan de machine op stoom laten draaien en demonstraties geven in het zagen van een boomstam. Dat is veel imposanter dan de kleine maquette van een stoommachine, die de museumgidsen anders gebruiken.

De houten vitrines overal in het museum lijken voor deze plek gemaakt. ,,Ze komen echter uit het Fries Museum, en zijn nog ontworpen door Gunnar Daan’’, vertelt Hoogeveen. Behalve veel tentoongestelde voorwerpen uit de geschiedenis van IJlster bedrijven, heeft een van de vrijwilligers op traditionele wijze een complete timmerwerkplaats nagebouwd. Hier hangt een groot deel van een schenking oud gereedschap. In depot staan nog veel meer boren, schaven en beitels, die binnenkort worden verkocht, kondigt Hoogeveen aan.

Beneden is een kinderspeelplek met (uiteraard) houten speelgoed en een vraagboom met korte filmpjes, waarin de geschiedenis van IJlst wordt verteld. In de werkplaats en een tweede ruimte op de bovenverdieping wil het museum meer doen voor de jeugd, waarbij het origineel gereedschap inzet.

loading  

Boven is ook een filmzaal en een vergaderzaal, waar nu de maquettes van het 11Fountains-project van LF2018 staan uitgestald. Op de vide van de bovenverdieping is een expositieruimte voor kunst uit hout. Hier kan ook publiek zitten als er beneden optredens zijn. ,,Dan kunnen we de panelen aan de kant zetten’’, wijst Hoogeveen. ,,We zijn een museum in ontwikkeling. Dat moet allemaal nog groeien.’’

Samenwerking met andere musea

Hij verwacht veel van de coöperatie met andere musea in de gemeente Súdwest-Fryslân. Bureau Blueyard heeft onderzoek gedaan naar de mogelijke samenwerking en oordeelde dat ‘hout’ een sterk thema is. Met ‘hout’ heeft IJlst goud in handen. Hoogeveen: ,,Niet alleen voor de regio, maar ook landelijk.’’

Het jonge museum trok in 2018 4500 bezoekers en vorig jaar 5000, dat was meer dan een verdubbeling van het aantal dat Museum Nooitgedagt daarvoor haalde. Voor een gezonde exploitatie zou Houtstad IJlst jaarlijks zo’n 10.000 betalende bezoekers moeten trekken. Die mogen voor 4 euro entree een gratis kopje koffie uit de automaat tappen. Omdat het museum niet wil concurreren met de ondernemers in de stad is dat de enige horeca. Maar als zich iemand meldt die het terras wil exploiteren, dan is dat prima, aldus Hoogeveen.

Hetzelfde geldt voor het aanbieden van arrangementen, eventueel in samenwerking met coöperatiepartners zoals het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek, het Tsiispakhûs in Wommels of Museum Hindeloopen. Met de nieuwbouw zijn veel extra mogelijkheden ontstaan, maar met alleen vrijwilligers is het ondoenlijk die allemaal te realiseren, zegt Hoogeveen. ,,Een betaalde kracht zou veel schelen. We hopen nu op de gemeente.’’

Houtstad IJlst - museum en werkplaats; Sneekerpad 14, ’s zomers dagelijks 13-17 u, www.houtstad-ijlst.nl

Bekijk hieronder de gehele scorelijst:

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct