Leeuwarden meer culturele hoofd- dan doodstad, maar er moet wel wat gebeuren

Van links naar rechts: Paul van Berlo (Organisator en programmeur), Mark Hospers (Explore the North) en Kris Callens (Directeur Fries Museum , Keramiekmuseum Princessehof en Verzetsmuseum) Foto: Fotobureau Hoge Noorden/Jacob van Essen

Leeuwarden Leeuwarden, Culturele Hoofdstad 2018, ligt er anno 2020 minder doods bij dan wel wordt geroepen. Maar er moet wat gebeuren, al gaat het weer over geld.

Die conclusies drongen zich op na de aflevering van talkshow Iepen Up in het Leeuwarder popcentrum Neushoorn, met als omineuze ondertitel: ‘Culturele Hoofdstad of Doodstad?’

Jan Jaap Knol, directeur van de Boekmanstichting (‘kenniscentrum voor kunst, cultuur en beleid’) zorgde voor enige cijfermatige nuancering. Cultuur en media, in de brede zin des woords, zijn goed voor 3,7 procent van de Nederlandse economie: bijna evenveel als de bouwsector en twee keer zoveel als landbouw en visserij. En nee, in die brede zin hoeft de overheid daar geen geld op toe te leggen.

Het cultuuraanbod in Friesland is bovengemiddeld, ook dankzij het grote aantal rijksmonumenten. Belangrijkste onclusie van de Boekmanstichting, met de lessen van 2018 in het achterhoofd: ,,Investeer in de basis en in een eigenzinnig makersklimaat.”

Vorm

Moet dat dan in de vorm van steun voor blockbusters? Kris Callens van het Fries Museum vond van wel en citeerde, in een fraaie herschikking van de achterhaalde begrippen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur, Buzz Lightyear uit de gelijknamige animatiefilm: ,,Wat we doen is falling in style , investeren om de schijn op te houden dat het geweldig gaat.”

Intussen toonde Pieter Douma, voorzitter van het Leeuwarder Ondernemers Fonds, zich zeer teleurgesteld over het ontbreken bij de overheid van een visie op het verband tussen cultuur en economie. ,,Als het niet lukt, moet je het zelf doen”, zei hij – reden waarom zijn fonds twee stichtingen opzette voor blockbusters.

In diezelfde discussieronde vlogen Paul van Berlo van metalfestival Into The Grave en Mark Hospers van festival Explore The North elkaar in de haren over, opnieuw, geld. Van Berlo vond dat Explore The North veel te veel subsidie krijgt, afgezet tegen het bezoekersaantal. Hospers: ,,Verdiep je eerst maar eens in wat we doen. We zijn bezig met het opbouwen van een netwerk.” Callens, sussend: ,,Het gaat niet om de taartpunt die iedereen krijgt, maar om de taart. Laten we zorgen dat die groter wordt.”

'Het is zo Nederlands om het over geld en cijfers te hebben'

In de volgende ronde maakte Tatiana Pratley, aankomend artistiek leider van theatergezelschap Tryater, zich druk over die nadruk op geld, iets waar in de praktijk elk cultuurdebat op neerkomt. ,,Het is zo Nederlands om het over geld en cijfers te hebben. We kunnen ook praten over de verbindende kracht van 2018.” Makkelijk praten, vond Wiebe Kootstra van festivals als Psy-Fi, Promised Land en Brak In Het Park (waarvan de laatste twee op last van burgemeester Sybrand Buma van de kalender zijn gehaald), als je toch al in de hoek zit waar subsidie naar toe gaat.

Pratley en Hospers nuanceerden het beeld van ‘doodstad’ helemaal kapot. Pratley: ,,Toen ik hier twintig jaar geleden op school zat, was het een dooie stad. Nu is er een levendige scene.” Hospers, die in Groningen woont: ,,Vijf jaar geleden, toen ik hier begon te werken, werd het culturele veld beheerst door zestigplussers. Nu zie ik hier allemaal mensen aan het werk van onder de 40, onder de 30 zelfs.”